Periode 2 Week 3: Constructies en bruggen

Bruggen 
We gaan eerst bij PiusXplore materialen halen om het 3e en 4e lesuur te gebruiken!
1 / 22
next
Slide 1: Slide
HandvaardigheidPraktijkonderwijsLeerjaar 2,3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Bruggen 
We gaan eerst bij PiusXplore materialen halen om het 3e en 4e lesuur te gebruiken!

Slide 1 - Slide

Doel van deze les
  • Na deze les kan ik verschillende soorten bruggen benoemen
  • Na de les kan ik verschillende krachten die op bruggen     komen benoemen
  • Na deze les kan ik een sterke brugconstructie maken

Slide 2 - Slide

Soorten bruggen

Slide 3 - Slide

Eigenschappen brug
  • hebben vaak ingewikkelde constructies
  • worden gemaakt van steen, staal of hout
  • kunnen bewegen of zijn vast
  • hebben verschillende liggers







Slide 4 - Slide

Welke bruggen ken jij?

Slide 5 - Slide

Boogbrug
  • Een hele sterke constructie
  • Herkenbaar aan de boogvorm
  • Veel draagkracht

Slide 6 - Slide

Hangbrug
  • Het wegdek hangt aan stalen kabels
  • De kabels zitten aan hoge torens vast
  • De stalen kabels worden ook 'tuien' genoemd


Slide 7 - Slide

Tuibrug
  • Wanneer alle kabels (tuien) aan een grote staander vast zitten noemen we de brug een tuibrug.

Slide 8 - Slide

Ophaalbrug
  • Bij een ophaal brug is het wegdek in balans met het contragewicht.
  • Door deze balans kost het minder energie om de brug open en dicht te doen.


Slide 9 - Slide

Vakwerkbrug
  • Een vakwerkbrug kun je herkennen aan de ingewikkelde constructie.
  • Kleine, meerdere overspanningen
  • Verschillende vormen, driehoek, vierkant
  • Vormvast  

Slide 10 - Slide

 Liggerbrug
  • Wordt ook wel een plaat- of balkbrug genoemd
  • een ligger wordt ondersteund met pilaren

Slide 11 - Slide

Sterk en stevig

Slide 12 - Slide

Krachten op de brug

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Welke constructie zorgt voor de meeste stevigheid?
A
vierkante constructie
B
cirkel constructie
C
driehoek constructie
D
cilinder constructie

Slide 15 - Quiz

Hoe noem je de kabels van de Erasmusbrug?
A
kabels
B
touwen
C
tuien
D
draden

Slide 16 - Quiz

Hoe noem je de afstand tussen 2 pijlers of oevers?
A
afstand
B
lengte
C
overspanning
D
overbrugging

Slide 17 - Quiz

Waardoor krijgt een vakwerkbrug zijn stevigheid?
A
driehoek constructie
B
extra dikke laag asfalt
C
meer balken
D
hogere brug

Slide 18 - Quiz

Foutje bedankt?
Wat kan er gebeuren als een brug niet goed wordt gebouwd?





Slide 19 - Slide

Opdracht brug
  • Bouw een stevige brug die 40cm kan overbruggen.
  • De brug mag maximaal 15 cm breed worden.
  • Maak de brug van papier en lijm
  • De brug moet minimaal 1 kg kunnen dragen.
  • Je hebt tot 10.00u de tijd om te bouwen en te verstevigen.

Slide 20 - Slide

Stroken maken  


1. Leg een A4 met de lange zijde naar onder. Vouw nu het A4 in de lengte doormidden (van links naar rechts vouwen). Doe dit 3x. Vouw het A4 dan weer open.

2. Knip of scheur nu over de vouwlijnen heen. Je hebt dan 8 stroken papier. 

3. Vouw de stroken over de lengte doormidden. Je hebt nu 8 hoekprofielen. Maak op deze manier zoveel hoekprofielen als je nodig hebt! 

4. Maak een wegdek als onderstaand voorbeeld. 

Slide 21 - Slide

Nabespreking

1. Test: wie heeft de sterkste brug? (1kg op de brug zetten)

2. Hoe kwam het dat de brug zo sterk was? 

3. Hoe ging het samenwerken?  

Slide 22 - Slide