1 KGT Chapter 4 oefentoets

Good morning
Telefoons in de telefoontas
Zoek je plek volgens de plattegrond
Je hebt een pen nodig!

My name is Mrs Smit.
Nice to meet you!
  • Vocabulary list
  • uitleg
  • oefentoets
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Good morning
Telefoons in de telefoontas
Zoek je plek volgens de plattegrond
Je hebt een pen nodig!

My name is Mrs Smit.
Nice to meet you!
  • Vocabulary list
  • uitleg
  • oefentoets

Slide 1 - Slide

Present simple
Onderwerp + hele werkwoord
I work
He/she/it: werkwoord + s
He works
She goes

Slide 2 - Slide

Present simple
questions 

Do = I / we / you / they 
Does = He / she / it 
----
stap 1: Do / does vooraan in de zin
stap 2: onderwerp 
stap 3: HELE WERKWOORD HIERNA 

Slide 3 - Slide

Present simple
negations (not)

Don't = I / we / you / they 
Doesn't = He / she / it 
----
stap 1: onderwerp overnemen
stap 2: don't of doesn't 
stap 3: HELE WERKWOORD HIERNA 

Slide 4 - Slide

Exceptions 
To be (am/is/are) + to have (have/has) + can
----
+ I am happy. 
- I am not happy.
? Am I happy?

Ontkennende zin: zet not na het werkwoord
Vraagzin: draai het onw en ww om. 


Slide 5 - Slide

Articles
Lidwoorden

Wanneer je in het Nederlands de of het voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je in het Engels the

Wanneer je in het Nederlands een voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je in het Engels a of an

Slide 6 - Slide

Lidwoord a/an/the
 een ..........: a / an
de / het ..........: the

een tafel - a table           een ei - an egg
de tafel - the table          het ei - the egg



 

Slide 7 - Slide

Article (lidwoord) a/an
a gebruik je voor woorden die beginnen met:
een consonant (medeklinker)
a pet               a teacher           a bycicle
a car                  a door               a room
 

Slide 8 - Slide

Article (lidwoord) a/an
an gebruik je voor woorden die beginnen met: 
een vowel (een klinker)

an ear            an investigation         an officer
an apple            an Englishman          an answer
 

Slide 9 - Slide

Examples
(je schrijft de medeklinker wel maar hoort hem niet)

an hour  (je hoort our) = een uur
an honor (je hoort onour) = een eer
a university (je hoort juniversity) =een  universiteit
a uniform (je hoort juniform) = een  uniform
a European (je hoort jeuropean) = een  Europeaan

Slide 10 - Slide

 Article: THE
Lidwoord: The= (de/het)    
Wanneer gebruik je het lidwoord  THE (definite article)
- Als het verwijst naar een specifiek persoon of ding 
example: The president gave a speech
 Je laat weg: bij dingen in het algemeen of als een gebouw of plaats wordt gebruikt voor zijn/haar specifieke doel.
example: I am at university. 

Slide 11 - Slide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Je gebruikt de gebiedende wijs (in het Engels dus imperative) wanneer je iemand vertelt wat diegene moet doen. 
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.2 The Imperative
De Gebiedende Wijs

Slide 12 - Slide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

Sit down!                            Ga zitten!
Open your books!            Doe je boeken open!
Be quiet!                             Wees stil!
Eat your meal!                   Eet je maaltijd op!
5.2 The Imperative
De Gebiedende Wijs

Slide 13 - Slide

Imperative (Gebiedende wijs)
You want to tell someone they have to do something.
Sit down!
Dit kan een bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing zijn.

5.2 The Imperative
De Gebiedende Wijs
Je gebruikt don't als iemand iets niet moet doen.
Sit down! 
Open your books!
Be quiet!
Don't sit down! 
Don't open your books!
Don't be quiet!

Slide 14 - Slide

Test
Do the test

Finished?
you can listen to music or watch a video with earplugs in!


Slide 15 - Slide