Gustar 11.5

Gustar
Hoe gebruik je het werkwoord ''Gustar''?
1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Gustar
Hoe gebruik je het werkwoord ''Gustar''?

Slide 1 - Slide

¿Qué vamos a aprender?
Lesdoel: het werkwoord gustar kunnen gebruiken in een zin

Slide 2 - Slide

el programa
  • Instructie programma en opdrachten
  • Via ''lessonup'' doen we een aantal opdrachten deze les
  • Benodigheden: Laptop/computer
  • Klaar? Ga verder met leren blz. 9

Slide 3 - Slide

instructie
Een stappenplan:
  1. Wat weet je nog? werkwoord: GUSTAR
  2. Oefenen - voor deze opdracht maak je twee oefeningen (AB,C,) om te kijken of je snapt hoe het werkwoord werkt.
  3. Uitleg extra - We bekijken een filmpje met de uitleg van het werkwoord "gustar". (zelfstandig)
  4. Oefenen 

Slide 4 - Slide


Gustar

Slide 5 - Mind map

Stap 1
Hoe wordt het werkwoord ongeveer gebruikt? Dat ga je uitzoeken! 
Kies hiervoor uit opdracht A, B of C:
A. Leesopdracht 
B. Kijk- en luisteropdracht
C. Liedje 

Slide 6 - Slide

Opdracht A
Lees de e-mail van Teo en let goed op hoe hij het werkwoord gustar gebruikt om te vertellen wat hij lekker of niet lekker vindt. Gebruik het werkblad blz. 9 om deze vormen te herkennen en te oefenen (bijv. me gusta, me gustan, no me gusta). Deze woorden en zinnen moet je kennen voor het SO, dus bestudeer ze goed en oefen ze regelmatig.


Slide 7 - Slide

¡Hola desde España!
 ¿Qué tal? 
Hola,
Me llamo Teo Peréz y tengo 14 años. Vivo en España, en una ciudad cerca del mar. Me gusta la paella y el pollo porque son muy ricos. También me gustan las patatas y la ensalada. No me gusta la leche ni las cebollas, porque no me gusta el sabor. Me gusta mucho el chocolate y lo como a menudo.
En mi tiempo libre, me gusta escuchar música y jugar al fútbol con mis amigos. También me gusta ver la televisión y usar el móvil. Los fines de semana, voy al parque o salgo con mi familia. Me gusta mucho viajar y conocer otras culturas. Es muy interesante para mí.
¿Y tú, qué te gusta comer? ¿Qué te gusta hacer en tu tiempo libre?
Un saludo,
Teo

  

Slide 8 - Slide

Kijk naar hoe gustar wordt gebruikt in de e-mail en schrijf minimaal twee vormen op die je tegen bent gekomen’’

Slide 9 - Open question

El verbo gustar
Sleep het Spaanse woord naar de Nederlandse vertaling. 
paella
el chocolate
las patatas
la pizza
las tiendas
la leche
gustan
gusta
gusta
gustan
gusta
gusta

Slide 10 - Drag question

Opdracht B
Het volgende filmpje gaat over la pizza, die vertelt over verschillende ingrediënten  die ze wel en niet lekker vinden. Hiervoor gebruikt ze regelmatig het werkwoord ‘’gustar’’. Kijk en luister goed naar hoe ze dit doet. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Noem 1 ding die ze lekker vinden (me gusta / me gustan).

Slide 13 - Open question

Noem 2 dingen dat z niet lekker wordt gevonden (no me gusta).

Slide 14 - Open question

Hoe zeg je nu "ik vind het niet lekker"in het Spaans?

Slide 15 - Open question

Opdracht C
In het volgende liedje zingt Manu Chau over wat hij allemaal leuk vindt. Hierbij zingt hij zowel in het Spaans als in het Frans. Het werkwoord ‘’gustar’’ wordt heel vaak gebruikt. Let goed op hoe hij dit gebruikt.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Hoe gebruikt Manu Chao gustar? Noem een voorbeeld uit het liedje

Slide 18 - Open question

Stap 2 (zelfstandig)
Tijdens deze stap ga je ontdekken hoe je het werkwoord ‘’gustar’’ nou echt gebruikt. De uitleg hiervan krijg je via een of meer van de volgende filmpjes. Kies een of meer filmpjes voor de uitleg, zet hem indien nodig even op stop en maak als je het fijn vindt aantekeningen voor jezelf.

Slide 19 - Slide

0

Slide 20 - Video

0

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Stap 3
Nu je weet hoe je het werkwoord gustar moet gebruiken, is de volgende stap: het oefenen. De volgende twee oefeningen van het internet, zijn invuloefeningen. Maak alle twee de oefeningen. Open de website om naar de oefening te gaan, vul de zinnen in, controleer je antwoorden en ga na wat goed of fout is gegaan. 

Slide 23 - Slide

Oefenen blz. 9
Vul in: me gusta, me gustan, no me gusta of no me gustan
zie volgende slide:

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Link

Slide 26 - Slide