13.2 Ademhalen*

HD 13 - Dieren en planten
Eten - Ademhalen - Transport - Kou en Hitte


1 / 29
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2,3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

HD 13 - Dieren en planten
Eten - Ademhalen - Transport - Kou en Hitte


Slide 1 - Slide

§13.2 - Ademhalen
Leerdoel: Je leert hoe insecten, vissen en planten ademhalen.

Lees nu §13.2 en bestudeer daarna de LessonUp en voer de opdrachten uit.

Slide 2 - Slide

Ademhaling insect
Bij insecten gaat de ademhaling via het achterlijf.
In de zijkanten van het lijf zitten kleine openingen, stigmata. 
Via die stigmata gaat het door een serie sterk vertakte buizen, tracheeën.

Slide 3 - Slide

0

Slide 4 - Video

Diffussie
Bij diffussie wordt de concentratie in het ene gebied gelijk gemaakt met die in het andere gebied. 

Daarbij stroomt de zuurstof van plekken met een hoge concentratie naar plekken met een lage concentratie

Slide 5 - Slide

Diffusie 

Slide 6 - Slide

Hoe krijgen vissen zuurstof?
Vissen nemen met hun kieuwen zuurstof uit het water op. 
De meeste vissen hebben aan beide kanten kieuwen.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Link

Slide 10 - Link

Gaswisseling plant
Fotosynthese.

Huidmondjes regelen inlaat en uitlaat van gaswisseling. 

Overdag: teveel zuurstof, naar de omgeving.
's Nachts: te weinig zuurstof, dus opgeslagen zuurstof gebruiken

Slide 11 - Slide

0

Slide 12 - Video

0

Slide 13 - Video

Slide 14 - Link

Tegenstroomprincipe
  • Stroomrichting van bloed tegengesteld aan richting van het water
  • Als het zelfde kant opstroomt is er alleen in het begin uitwisseling
  • Als het tegengesteld stroomt, is er de gehele tijd uitwisseling

Slide 15 - Slide

Hoe noem je dieren die alleen planten eten?
A
herbivoren
B
carnivoren
C
omnivoren

Slide 16 - Quiz

Waar of niet waar? Ook vogels kunnen herbivoren zijn
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

Waar of niet waar? Een miereneter is een voorbeeld van een carnivoor.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quiz

Waar of niet waar? Er bestaan vogels die omnivoor zijn.
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quiz

Van welk type eter zijn deze kiezen?
A
herbivoren
B
carnivoren
C
omnivoren

Slide 20 - Quiz

Rode bloedcellen geven ? af.
Rode bloedcellen nemen  ? op.
Dit noemen we ? in de long.
Zuurstofrijk bloed wordt vervolgens naar alle ? vervoerd.
De koolstofdioxide verlaat het lichaam via de ?.
Zuurstof
Longen
Koolstofdioxide
Lichaamsdelen
Gaswisseling

Slide 21 - Drag question

Welke andere vormen van ademhaling zijn er naast de longen?

Slide 22 - Open question

Diffusie
Stof gaat van een hoge naar een lage concentratie totdat de concentratie gelijk is op beide plekken

Slide 23 - Slide

hoe heet het ademhalingsstelsel van een insect?
A
long
B
kieuw
C
trachee
D
maag

Slide 24 - Quiz

hoe halen vissen adem
A
met tracheeën
B
met longen
C
met kieuwen
D
ze halen geen adem

Slide 25 - Quiz

Elke kieuw bestaat uit meerdere kieuwbogen. Hieraan zitten heel veel kieuwplaatjes.
Met de kieuwplaatjes kan de vis de zuurstof opnemen

Slide 26 - Slide

Eencelligen

Bij eencellige dieren vindt de gaswisseling plaats via het celmembraan (diffusie).


Het oppervlak is groot genoeg en het celmembraan is 1 cellaag dik

Slide 27 - Slide

Gaswisseling bij insecten
Via tracheeën, openingen bij de tracheeën noem je stigma’s

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Link