Enkelvoud / meervoud
Enkelvoud / meervoud
Lesdoelen
Ik kan het meervoud schrijven bij woorden op -en, -s en -'s.
Ik ken de regels die horen bij het meervoud.
Meervoud met -en
Zo maak je het meervoud:
één voet - twee voeten
één wang - twee wangen
één arm - twee armen
één tand - tien tanden
Je maakt het meervoud vaak met -en
Let op woorden met een korte klank!
één pan - vier pannen
één lip - twee lippen
één zus - vijf zussen
één bed - drie bedden
Het meervoud
Eén is enkelvoud
Twee of meer is meervoud
Let op: lidwoord altijd DE.
het paard --> de paarden
Wat is het meervoud van het bord?
Wat is het meervoud van de taart?
Wat is het meervoud van de kip?
Wat is het meervoud het mes?
Let op woorden met een lange klank!
één been - twee benen
één oog - twee ogen
één muur - vier muren
één raam - vijf ramen
Let op! de laatste letters 'f' en 's'!
- Is de laatste letter een f ? Je schrijft het meervoud met een v.
één neef - twee neven
één vijf - vijf vijven
- Is de laatste letter een s ? Je schrijft het meervoud met een z :
één huis - vier huizen
één prijs - drie prijzen
Wat is het meervoud van de brief?
Wat is het meervoud van de straat?
Wat is het meervoud van de doos?
Wat is het meervoud van de school?
MEERVOUD met -S
Soms maak je het meervoud anders.
Na -e, -el, -en en -er schrijf je een -s in het meervoud.
één meisje - twee meisjes
één sleutel - twee sleutels
één jongen - drie jongens
één dokter - vier dokters
Wat is het meervoud van de winkel?
Wat is het meervoud van het ijsje?
Wat is het meervoud van de badkamer?
Wat is het meervoud van de oven?
meervoud op -s
meervoud op -en
lepel
kleur
tekst
bloem
beest
broer
emmer
pasje
gang
kamer
bed
zaal
kleed
brief
jongen
MEERVOUD met - 'S
Soms schrijf je het meervoud met 's.
Dit doe je na de klinkers: a, o, u, i, y
Dit doe je NIET bij de klinker: e
één oma - twee oma's
één baby - twee baby's
één ski - drie ski's
meervoud van taxi:
taxies
taxis
taxien
taxi's
meervoud van oma?
omas
omie
omaen
oma's
meervoud van baby?
babies
baby's
babys
balen
meervoud op -s
meervoud op -en
meervoud op 's
lepel
kleur
tekst
bloem
beest
broer
emmer
pasje
pyama
oma
paraplu
hobby
auto
gang
Onthouden:
Meervoud:
1) Meestal - en achter het woord
2) Na -e, -el, -er, -en op -s
en 3) de onregelmatige leer je uit je hoofd.
HET LIDWOORD BIJ MEERVOUD IS 'DE'
Aan de slag!
Maak les 5, 6, 7 en 8 in Klare Taal.