Beeldende begrippen Ruimte klas 1

Ruimte
Ruimte kun je beschrijven door de dimensie (afmetingen) van een werk te beschrijven. 
Maar in een 2D werk kun je nog veel meer vertellen over de manier waarop ruimte wordt gesuggereerd.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Ruimte
Ruimte kun je beschrijven door de dimensie (afmetingen) van een werk te beschrijven. 
Maar in een 2D werk kun je nog veel meer vertellen over de manier waarop ruimte wordt gesuggereerd.

Slide 1 - Slide

Ruimtesuggestie
Ruimtesuggestie is een speciale kunstvorm. Bij deze kunstvorm tekent/schildert de kunstenaar zo, dat er diepte te zien is in het kunstwerk. Een ruimtesuggestie laat dus extra diepte in het schilderij zien vaak op een plat vak.

We bespreken er 10

Slide 2 - Slide

1. Lijnperspectief
Ruimtelijke berekening van de plaatsing en grootte van objecten. Door gebruik te maken van een verdwijnpunt en vluchtlijnen, wordt berekend hoe de ruimte dient te worden weergegeven.

Slide 3 - Slide

2.Overlapping
Bij overlapping ontstaat er diepte doordat een object gedeeltelijk voor een ander object staat. Daardoor weet je dat het object verder weg staat.

Slide 4 - Slide

3. Afsnijding
Vorm van ruimtesuggestie waarbij een gedeelte van de voorstelling wordt afgesneden dat buiten het kader(rand) van het beeldvlak valt. De ruimte lijkt hier door verder te gaan buiten het beeldvlak.

Slide 5 - Slide

Welk begrip of welke begrippen passen bij de afbeelding?
A
Overlapping
B
Afsnijding
C
Overlapping & afsnijding

Slide 6 - Quiz

4. Groot-klein
Voorwerpen op de voorgrond zijn groot afgebeeld. Voorwerpen die verder weg op de afbeelding staan moeten kleiner afgebeeld worden. Hierdoor ontstaat een indruk van diepte (ruimtesuggestie). Groot voor en klein achter.

Slide 7 - Slide

5. Atmosferisch perspectief
Ruimtesuggestie door middel van kleur en vorm. Hier spreek je van als in een landschap alles naar de horizon toe steeds kleiner en vager van kleur wordt.

Slide 8 - Slide

6. Verkorting
Ruimtesuggestie door een lichaamsdeel (of ander voorwerp) verkort weer te geven. Het onderwerp lijkt zo kleiner dan het in werkelijkheid is.

Slide 9 - Slide

Welk(e) begrip(pen) past bij deze afbeelding?
A
Afsnijding & atmosferisch perspectief
B
Atmosferisch perspectief
C
Groot voor klein achter & afsnijding
D
Groot voor klein achter & atmosferisch perspectief

Slide 10 - Quiz

7. Plasticiteit
Ruimtesuggestie licht en schaduw in te zetten om de vorm van een voorwerp zichtbaar te maken. Het bepalen van de lichtbron is hier onmisbaar.

Slide 11 - Slide

8. kleurperspectief
Door slim kleuren in te zetten kan ook diepte worden gesuggereerd. Zo komen warme kleuren vaak op je af en koude kleuren blijven op de achtergrond.

Slide 12 - Slide

9. Textuur
De zichtbare en voelbare aard van een oppervlak. Voorbeelden van texturen zijn: harig, stekelig, bobbelig.

Slide 13 - Slide

10. Repoussoir
Coulissewerking. Je zet een voorwerp in de voorgrond waardoor de diepte nog meer benadrukt wordt, vaak steekt het voorwerp af tegen de achtergrond. De repoussoir is het voorwerp zelf.

Slide 14 - Slide

Welke begrippen passen bij de afbeelding?
A
Atmosferisch perspectief & verkorting
B
Afsnijding & plasticiteit
C
Groot-klein & verkorting
D
Atmosferisch perspectief & groot-klein

Slide 15 - Quiz

Welke begrippen passen bij de afbeelding?
A
Overlapping & afsnijding
B
Groot-klein & repoussoir
C
Verkorting & atmosferisch perspectief
D
Plasticiteit & repoussoir

Slide 16 - Quiz