Vraag BE Rijprocedure Hoofdstuk 1

Wat doe je het eerst nadat je in de voertuigcombinatie plaatsgenomen hebt?
A
Stoel, hoofdsteun en spiegels afstellen.
B
Spiegels, stoel en dan hoofdsteun afstellen.
C
Hoofdsteun, spiegels en dan stoel afstellen.
1 / 8
next
Slide 1: Quiz
OnderwijsMBOStudiejaar 4

This lesson contains 8 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Wat doe je het eerst nadat je in de voertuigcombinatie plaatsgenomen hebt?
A
Stoel, hoofdsteun en spiegels afstellen.
B
Spiegels, stoel en dan hoofdsteun afstellen.
C
Hoofdsteun, spiegels en dan stoel afstellen.

Slide 1 - Quiz

Wanneer zijn de (de linker en rechter buiten) spiegels optimaal afgesteld ?De spiegels zijn goed afgesteld indien:
A
Er met de linker en rechter buitenspiegels grootgedeelte achter het voertuig kan worden waar genomen.
B
Er met de linker en rechter buitenspiegels grootgedeelte naast het voertuig kan waarnemen.
C
Er met de linker en rechter buitenspiegels grootgedeelte naast, langs en achter het voertuig kan woorden waargenomen.

Slide 2 - Quiz

Waar moet je motorisch gezien rekening mee houden als je een aanhanger voorttrekt ?
A
Dat je niet te vroeg en te snel schakelt .
B
Dat je je keuze versnelling aanpast aan het trekvermogen van je voertuig.
C
Dat het toerental van je motor hoger kan zijn tijdens het optrekken vanuit stilstand.

Slide 3 - Quiz

Met welke factoren moet je rekening houden tijdens het remmen ?
A
Massa van het trekkend voertuig .
B
Massa van de aanhanger
C
Massa aanhanger, de af te leggen rem afstand, vertraging van de oplooprem.

Slide 4 - Quiz

Welke stellingen zijn waar voor een bestuurder van een voertuigcombinatie ? ( omring
welke stellingen juist zijn )

A
Hij moet als bestuurder ten alle tijden zijn handelingen kunnen verrichten, die van hem vereist worden.
B
Hij moet zijn voertuigcombinatie steeds volledig onder controle hebben.
C
Hij moet bewust rekening houden dat het rijden met een combinatie een andere discipline is en vereist dan met het rijden van een voertuig categorie B.

Slide 5 - Quiz

Vink aan : “ Wat en welke kenmerken en verschillend zijn ten aanzien van het rijden met
enkelvoudig motorvoertuig “ ?
A
Grotere afmetingen , lengte, hoogte en breedte.
B
Grotere massa en of lading (kg’s of lbs ).
C
Beperktere wendbaarheid en geringer acceleratievermogen.
D
Weersomstandigheden ( wind, nat-en gladheid )

Slide 6 - Quiz

Vink aan : “ Met welke dingen je rekening mee moet houden tijdens het beladen en het
rijden met je aanhanger “ ?
A
Vink aan : “ Met welke dingen je rekening mee moet houden tijdens het beladen en het rijden met je aanhanger “ ?
B
Hoogte van de lading
C
Breedte van de lading
D
Verdeling van de lading

Slide 7 - Quiz

“Wat is het effect ten aan zien van het milieu als je met een zwaar beladen voertuigcombinatie rijdt” ? Stelling A : Je brandstof verbruik gaat omlaag als je laat schakelt en laat remt. Stelling B: Je brandstof verbruik gaat omlaag als je de voertuigcombinatie op veilige wijze rollend houdt, doordacht rem en op aangepaste momenten schakelt.
A
A goed B fout
B
A en B goed
C
A en B fout
D
A en B fout

Slide 8 - Quiz