H5 B2HV Herhaling

Wat gaan we deze les doen?
  1. Korte herhaling                                                       (5 min)
  2. Vragen?                                                                     (10 min)
  3. Maken: Oefentoets                                                   (40 min)
  4. Bespreken: Oefentoets                                            (15 min)
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wat gaan we deze les doen?
  1. Korte herhaling                                                       (5 min)
  2. Vragen?                                                                     (10 min)
  3. Maken: Oefentoets                                                   (40 min)
  4. Bespreken: Oefentoets                                            (15 min)

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

..

Slide 3 - Slide

Welke afstand heeft de bal afgelegd tussen t=1,0 s en t=2,5 s
A
56 cm
B
46 cm
C
60 cm
D
10 cm

Slide 4 - Quiz

Je kunt uitleggen wat afgelegde afstand is en welk punt het referentiepunt voor een beweging is
Afgelegde afstand

In een plaats-tijddiagram of (x,t)-diagram kun je de afgelegde afstand s aflezen. In het (x,t)-diagram van de rollende bal in figuur 4 lees je af dat het verschil in plaats tussen tijdstip t = 0 s en tijdstip t = 2,0 s gelijk is aan 37 cm (s = 37 cm – 0 cm = 37 cm). Tussen het tijdstip t = 0,5 s en t = 1,0 s heeft de bal een afstand van 10 cm – 3 cm = 7 cm afgelegd. Je noteert dan: s = 7 cm. De afgelegde afstand is dus altijd het verschil tussen twee meetwaarden.

Slide 5 - Slide

Ben fiets iedere dag naar school. Bij punt A in de grafiek ging ben sneller fietsen.
Bereken de gemiddelde snelheid vanaf punt A tot zijn aankomst op school.
A
213 m/s
B
6,15 m/s
C
3,56 m/s
D
0,16 m/s

Slide 6 - Quiz

Wat is de gemiddelde snelheid in de grafiek?
A
Vgem = 40 m/s
B
Vgem = 15 m/s
C
Vgem = 10 m/s
D
Vgem = 25 m/s

Slide 7 - Quiz

Als Annet een wandeltocht van 50 km maakt, ligt haar gemiddelde snelheid op 4 km/h.
Bereken hoelang ze over de tocht doet.
A
15 uur
B
10 uur
C
12,5 uur
D
8 uur

Slide 8 - Quiz

Je kunt een snelheid-tijddiagram of (v,t)-diagram aflezen.
Je kunt de gemiddelde snelheid berekenen als de snelheid regelmatig toeneemt.
..
..

Slide 9 - Slide

Bereken hoeveel meter de auto heeft afgelegd tussen 0 en 8 seconde.

Vgem = 25 m/s
A
s = 200 m
B
s = 40 m
C
s = 250 m
D
s = 100 m

Slide 10 - Quiz

Versneld (x,t)
Vertraagd (x,t)
Eenparig (x,t)
Versneld (v,t)
Vertraagd (v,t)
Eenparig (v,t)

Slide 11 - Drag question

Je kunt uitleggen wat er gebeurt met de snelheid bij een eenparige, versnelde en vertraagde beweging

Slide 12 - Slide

Je kunt met een (x,t)-diagram nagaan wanneer twee weggebruikers elkaar passeren.
..
..

Slide 13 - Slide

Je kunt met een (x,t)-diagram nagaan wanneer twee weggebruikers elkaar passeren.
Tegenkomen en inhalen
Ivo gaat fietsen op t =0 met een snelheid van 5 m/s. Op hetzelfde tijdstip (t=0) maar 100 meter verder, gaat Erik fietsen. 

Erik fietst met een snelheid van 2 m/s. 

Op welke afstand wordt Erik ingehaald?

Slide 14 - Slide

Je kunt aan de hand van een grafiek uitleggen wat het verband is tussen de beginsnelheid en de remweg.
..
..
Als de snelheid n keer zo groot wordt, wordt de remweg keer zo lang

Slide 15 - Slide

Als een auto 20 km/h rijdt, is de remweg 8 m.
Hoe lang is de remweg als de auto 100 km/h rijdt?
A
25 m
B
80 m
C
200 m
D
500 m

Slide 16 - Quiz

Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met de reactietijd en de reactie-afstand.
..
..
De reactietijd ligt normaal gesproken tussen de 0,7 en 1,0 s

Slide 17 - Slide

Geef de formule om de totale afstand te berekenen die een auto nodig heeft om te stoppen.

Slide 18 - Open question

Justine rijdt met 70 km/h, ze moet plots remmen. Haar reactietijd is 0,7 s.
Hoe groot is de stopafstand?
A
30,52 m
B
43,61 m
C
79,89 m
D
70,21 m

Slide 19 - Quiz

..
..
..

Slide 20 - Slide

Ivo vliegt met een spaceshuttle naar de ruimte. Hij doet dit met een snelheid van 35432 km/h.
Hij moet eerst door de dampkring heen voordat hij in de ruimte is.
De dampkring is 13 km dik.
Bereken in welke
A

Slide 21 - Quiz

Aan de slag
  1. Zelfstandig: 
  2. Maak: 
  3. Maak: 

Slide 22 - Slide

Aan de slag
  1. Herhaling: Versneld - eenparig - vertraagd
  2. Uitleg: H5.4 Remmen en botsen
  3. Maak: Opdracht 1 t/m 12
  4. Oefen: Flitskaarten
  5. Maak: Test jezelf H5.4

Slide 23 - Slide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 24 - Open question

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 25 - Open question