Examentraining Havo 5

CSE 2026

HAVO Engels
Maandag 18 mei 13:30u-16:00u

tips & tricks
1 / 35
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

CSE 2026

HAVO Engels
Maandag 18 mei 13:30u-16:00u

tips & tricks

Slide 1 - Slide

Het grote geheim
Het Centraal Schriftelijk Examen vraagt eigenlijk niet alleen om leesvaardigheid.

Het gaat om begrijpen  wat CITO  van je wil. 

Heb je dat door, dan haal je goede cijfers.

Slide 2 - Slide

Wat wil Cito dan van jou?

Slide 3 - Slide

Het recept
  • bestudeer de linking words
  • hoe om te gaan met onbekende woorden (woordenboek)
  • ken de vraagsoorten
  • oefenen met eerdere examens

Slide 4 - Slide

Linking words
Zorg dat je:
  • linking words (= voegwoorden, signaalwoorden) herkent
  • weet welk verband ze aangeven
  • hoe je ze in een zin gebruikt
  • LEER de linking words!!!!!


Slide 5 - Slide

Soorten linking words
- Reden geven
- Voorwaarden noemen
- Contrast of tegenstelling aangeven
- Overeenkomst aangeven
- Resultaat of gevolg aankondigen
- Toevoegen
- Belangrijkheid aangeven
- Voorbeelden geven
- Uitleg inleiden
- Conclusie inleiden
- Nadruk leggen op iets/focus aanleggen

Slide 6 - Slide

Welk signaalwoord in de tekst geeft een tegenstelling aan?

Slide 7 - Open question

He should not be doing this job, _______ he was not trained for it.
A
despite
B
however
C
since
D
such as

Slide 8 - Quiz

Many species of wildlife are becoming extinct __________ the rainforests are being destroyed.
A
opsomming
B
reden
C
relativering
D
gevolg/conclusie

Slide 9 - Quiz

They like to watch soap operas
____________ films on TV.
A
opsomming
B
reden
C
relativering
D
gevolg/conclusie

Slide 10 - Quiz

He did not concern himself with the interests of his own class, and ______________ some thought him arrogant and others thought him stupid.
A
consequently
B
as well as
C
due to
D
as a matter of fact

Slide 11 - Quiz

Hoe begin je?
  • Scannen: titel, plaatjes, intro -> Waar gaat de tekst over?
  • LEES NIET DE HELE TEKST DOOR!!!
  • Lees de vraag: In welke alinea's moet je kijken? -> aanstrepen (markeren)
  • Wat voor soort vraag is het? ABCD/gaten/open vragen/bewering
  • Bij het examen Nederlands moet je WEL de hele tekst doorlezen voordat je start met de vragen
  • Volg de stappen die nu nog gaan komen

Slide 12 - Slide

Vraagsoorten
  • Gatenvraag (gap question)
  • Meerkeuzevraag
  • Open vraag (citeervraag of volledig open vraag)
  • Beweringenvraag (juist-onjuist, wel-niet)

Slide 13 - Slide

Gatenvragen
(gap questions)
De vrees van veel leerlingen maar stiekem niet zo moeilijk, mits je je linking words kent.

Er zijn 2 soorten:
  • gatenvragen met signaal-/functiewoorden
    Kan een gatenvraag zijn, maar ook bijvoorbeeld  'wat is het verband tussen deze alinea en de vorige'
  • gatenvragen waar een stukje tekst is weggelaten


Slide 14 - Slide

Stappenplan
  • Zorg dat je alle antwoorden kunt vertalen --> noteer de vertalingen
  • Lees de hele alinea waar de 'gap' in staat
  • Probeer eerst zelf een antwoord te bedenken
  • Kies je antwoord
  • Lukt niet --> kijk naar positief en negatief en streep weg OF lees de laatste zin(nen) van de vorige alinea en de eerste zin(nen) van de volgende alinea

Slide 15 - Slide

Young people don't trust anyone who uses a full stop
Engels - Havo 2023, 2e tijdvak - tekst 10

Slide 16 - Slide

Which of the following fits the gap in paragraph 2?
A
As a result
B
In the meantime
C
On the other hand

Slide 17 - Quiz

Explanation
as a result = als gevolg daarvan, daardoor > gevolg van alinea daarvoor
in the meantime = ondertussen
on the other hand = aan de andere kant > tegenstelling


Vertalen van zin met 'gap' + zin ervoor:
"Het is duidelijk dat je je gedachte al hebt afgerond, dus welke functie heeft de punt dan? _______ lijkt het huidige gebruik van een punt in berichten nogal expliciet en kan het overkomen alsof je boos of geïrriteerd bent."

Slide 18 - Slide

Which of the following fits the gap in paragraph 4?
A
properly
B
purposefully
C
tactlessly

Slide 19 - Quiz

Explanation
properly = op de juiste manier / correct
purposefully = doelbewust / met opzet
tactlessly = tactloos / zonder rekening te houden met anderen
Vertalen van zin met 'gap' + zin erna:


De nieuwe, agressieve interpretatie van de punt kan ook ______ worden gebruikt voor een komisch effect. "Hoewel punten aan het einde van zinnen misschien minder vaak worden gebruikt, kunnen ze elders juist heel bewust (deliberately) worden ingezet om nadruk te leggen."

Slide 20 - Slide

Hoofdgedachte
  • Lees de tekst goed door en kijk waar het over gaat.
  • Let op de titel, inleiding en conclusie – daar staat vaak de hoofdgedachte.
  • Zoek naar kernzinnen in de tekst, meestal de eerste of laatste zin van een alinea.
  • Formuleer de hoofdgedachte in één korte zin: wat wil de schrijver jou vertellen?

Slide 21 - Slide

Football, finances and fans
Engels - Havo 2024, 2e tijdvak - tekst 5

Slide 22 - Slide

What is the main point made about football clubs in paragraph 8?
A
They might risk losing loyal fans as a result of current guidelines
B
They ought to invest in facilities for fans rather than costly players
C
They should prioritise the connection between fans and their squads
D
They would do justice to the fans by accepting a financial watchdog

Slide 23 - Quiz

Explanation
'They would do justice to the fans ...' > in de 1e zin van alinea 8 staat 'the people that matter most - the fans'
'... by accepting a financial watchdog' > independent regulation, oftewel onafhankelijke regulering (toezicht dus)

Slide 24 - Slide

Open vragen

Open vragen komen niet zo veel voor op het eindexamen Engels.
Vaak op zoek naar:
  • redenen die gegeven worden
  • voorbeelden die genoemd zijn
  • naam of term van/voor een specifiek persoon, voorwerp of fenomeen

Slide 25 - Slide

Tips
  • zo kort mogelijk antwoord geven
  • beantwoord in de taal waarin deze geschreven is (meestal Nederlands), tenzij anders staat aangegeven.
  • beperk je tot wat er gevraagd wordt: "In welke twee gevallen kun je meer uitbetaald krijgen?"
  • dus --> twee gevallen noemen
  • en --> niet noemen wanneer je minder kunt krijgen

Slide 26 - Slide

Citeervragen
Citeervragen komen vaker voor op eindexamens Engels.
  • Gericht op 1 specifiek stukje informatie in de tekst
  • Vaak een voorbeeld, een reden of waar wordt iets eerder in de tekst ook al genoemd

Slide 27 - Slide

Stappenplan citeervragen
  • Lees eerst de alinea goed door waar het citaat staat (indien nodig: markeer het citaat).
  • Voor citeervragen is het meestal nodig om meer alinea's te lezen, bekijk per alinea of daar je antwoord staat. Zo niet, verder lezen.
  • Vaak is het zo dat het antwoord op het citaat NA het citaat zelf staat.

Slide 28 - Slide

Tips
  • Houd je aan de instructie van de vraag: "Citeer de eerste twee woorden van de zin waarin ..."
  • dus --> geeft bijv. het antwoord: "The main"
  • "Citeer de eerste en de laatste twee woorden van de zin ...
  • dus --> geeft bijv. het antwoord: "The main ... be resolved."
  • schrijf NIET de hele zin op als er naar een zinsgedeelte wordt gevraagd, vaak is het 1/3 of 1/4 van de originele zin 

Slide 29 - Slide

  • Moelijker citeervraag: "Wordt duidelijk uit de tekst onder welke voorwaarden je eerder gebruik kunt maken van de hotelkamer dan in je reservering staat? Zo nee, antwoord "Nee". Zo ja, citeer de eerste twee woorden van de zin waarin dit staat.
  • Ga je hierbij niet doodstaren op de tekst: het kan best zo zijn dat het antwoord er dus niet instaat. 

Slide 30 - Slide

Beweringen 
(juist-onjuist, waar-niet waar)
Bij juist-onjuist vragen moet het antwoord altijd letterlijk in de tekst staan, wil je het antwoord juist kiezen. Zo niet, dan is het dus onjuist. Wanneer de mening wordt gevraagd van de schrijver moet er letterlijk in de tekst staan: “De schrijver is het niet eens met … omdat, zus of zo.” In alle andere gevallen is je eigen mening of de mening van de schrijver die ergens vaag wordt geschreven altijd onjuist.

Slide 31 - Slide

Tips
  • Antwoorden met de woorden: altijd, nooit, niet zijn vaak onjuist.
  • Het is mogelijk dat ALLE antwoorden juist of ALLEMAAL onjuist zijn, laat je hierdoor niet afleiden.
  • Kijk goed in welke alinea je moet zoeken (zie de vraag) en focus alleen op die alinea.

Slide 32 - Slide

Stappenplan
  • Voor dit soort vragen kun je altijd 2 of meer punten halen, dus dit wil je goed doen!
  • Lees eerst alle beweringen door bij de vraag.
  • Lees de alinea('s) waar de vraag bij hoort.
  • Let extra op dubbele punten en signaalwoorden (zoals: furthermore, additionally, moreover, however, but, etc.)
  • De bewering is alleen goed als ALLES klopt!

Slide 33 - Slide

Verder oefenen
We hebben de meest voorkomende vraagtypen behandeld.
Ik wil jullie op www.eindexamensite.nl nog even verder meenemen in de vragen over 'opvattingen van de auteur' en 'schrijfdoel en schrijffunctie'.
Indien nog tijd, gaan we daarna door oefenen met de vraagtypen die jullie zelf willen oefenen.

Slide 34 - Slide

Conclusie
Om een voldoende te halen, moet je woordjes leren en trucjes kennen.
(linking words & lijst van SSL Leiden > zie Teams)

Weet wat CITO van je vraagt en je kunt genoeg vragen goed beantwoorden.
Oefening baart kunst!

Linking words, linking words, linking words!!!

Heel veel succes!

Slide 35 - Slide