ADHD

ADHD
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

ADHD

Slide 1 - Slide

ADHD
De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands betekent dat aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

 Mensen met ADHD zijn snel afgeleid. Ze kunnen niet lang ergens de aandacht bij houden. Vaak is er ook sprake van lichamelijke onrust (friemelen, wiebelen) en grote beweeglijkheid (steeds opstaan en rondlopen).

Slide 4 - Slide

Oorzaak
- niet helemaal bekend, maar mensen met ADHD hebben een andere hersenwerking, erfelijkheid speelt een rol, maar bij de  ontwikkeling van ADHD spelen ook omgevingsfactoren een rol (alcohol of stress moeder, te vroeg geboren of ondergewicht bij geboorte) 

Slide 5 - Slide

Bij ADHD speelt de frontale hersenkwab een belangrijke rol. Welke functies wordt er in de frontale hersenkwab gereguleerd?

Slide 6 - Open question

Hoeveel vormen van ADHD bestaan er?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 7 - Quiz

Drie beelden
overwegend onoplettend beeld (dit werd en wordt vaak ‘ADD’ genoemd): voornamelijk moeite met het vasthouden van de aandacht
overwegend hyperactief/ impulsief beeld: voornamelijk druk en impulsief gedrag
gecombineerd beeld: zowel druk en impulsief gedrag als moeite met het vasthouden van de aandacht

Slide 8 - Slide

Werking in de hersenen

Slide 9 - Slide

Begeleiding en behandeling
  • Prikkelarme omgeving
  • Prikkelrijke omgeving
  •  Medicatie
  • Leren van zelfmanagement
  • Voeding

Slide 10 - Slide

Methylfenidaat  
(Concerta en Ritaline)

Remt in de synaps de heropname van dopamine en noradrenaline

Voorkeur bij jongeren
Dexamfetamine
(Tentin en dexamfetamine)

Bevordert de afgifte van dopamine en noradrenaline


Voor bij volwassenen

Slide 11 - Slide

Afsluiting

Wat neem jij mee uit deze les?

 


Wat vond je van deze les?

Slide 12 - Slide