Infusie

Infusie
1 / 44
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Infusie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen van deze les
  1. Je kunt minimaal 3 indicaties voor het inbrengen van vocht benoemen
  2. Je kunt minimaal 3 complicaties benoemen die zich kunnen voordoen bij infusietherapie
  3. Je kunt het verschil benoemen tussen een isotone, hypotone en hypertone vloeistof.
  4. Je kunt benoemen aan welke voorwaarden infuusvloeistof moet voldoen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

INFUSIE : HET ENTERAAL / PARENTERAAL TOEDIENEN VAN VLOEISTOFFEN

Bij patiënten die een infuus hebben schrijft de arts voor:

  • Welke infuusvloeistof gegeven moet worden
  • Hoeveel vloeistof moet worden gegeven
  • In hoeveel tijd.
  • Big handeling: bevoegd en bekwaam

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Verschillende infuusvloeistoffen

  • Isotone
  • Hypotone
  • Hypertone

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden van isotone infusievloeistoffen:

*Fysiologisch zout, bevat een 0,9% NaCl-oplossing;
 
*glucose 5%-oplossing;
 
*zout/glucose-oplossing met 0,45% NaCl en 2,5% glucose;
 
*ringer-vloeistof, een oplossing met natrium, kalium, calcium en chloor;
 
*zuiveringszoutoplossing, bevat 1,4% natriumbicarbonaat.




Slide 6 - Slide

This item has no instructions

hypertone oplossingen

* bijvoorbeeld: glucose 10% of 20%.

* voedings infuus 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Hypotone oplossingen:

*Slap zout 0,45% NaCl-oplossing, dat is een oplossingen met een lagere concentraties aan opgeloste stoffen. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

• Isotoon betekent dat de osmolariteit van de infuusvloeistof en het lichaamsvocht van de zorgvrager gelijk zijn. Voorbeelden van veelgebruikte isotone infuusvloeistoffen zijn NaCl 0,9% en glucose 5%.
• Hypertoon betekent dat de infuusvloeistof een hogere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht.
• Hypotoon betekent dat de infuusvloeistof een lagere osmolariteit heeft dan het lichaamsvocht

Benoem indicaties voor toedienen van vocht

Slide 10 - Mind map

This item has no instructions

-onvoldoende vochtopname (bij verwaarlozing of na een operatie);

-groot vochtverlies, door braken en/of diarree;

-bloedverlies, door een operatie of ongeluk;

-plasmaverlies, bijvoorbeeld bij brandwonden;

-koorts/sepsis

-medicatie iv toedienen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Noem complicaties bij het toedienen van infusie:

Slide 12 - Mind map

This item has no instructions

Bij infusietherapie kunnen de volgende complicaties optreden:

*subcutaan inlopen van de vloeistof;
 *tromboflebitis;
 *lijninfecties;
 *sepsis;
 *overvulling van de circulatie;
 *luchtembolie;
 *allergische reacties.

Werk allemaal een complicatie uit.







Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Soorten infusie, sleep de juiste term naar de juiste foto
PICC lijn
Perifeer infuus
Centraal infuus

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Infuuspompen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp
Een infuuspomp is een type pomp die gebruikt wordt bij een infuus om de toediening en de toedieningssnelheid van een substantie (zoals bloedcellen, plasma, bloed, zout- en glucoseoplossingen en medicatie) te regelen.

Er zijn verschillende soorten pompen voor toediening van vloeistoffen uit spuiten, medicatiecassettes of infuuszakken.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Perfusor/spuitpomp
Continue, nauwkeurige en gelijkmatige toediening van geneesmiddelen (subcutaan / intraveneus / epiduraal / spinaal)






    


    

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

PCA pomp
Veelal bij pijnbestrijding en sedatie.
Pompen hebben vaak een bolusfunctie/knop

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

PCA/Spuitpomp
Spuitpomp met mogelijkheid PCA functie

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

CADD Solis

Geschikt voor pijnstilling, insuline etc.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Multiplex Infusie

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Infuuspomp: wanneer wordt dit gebruikt?

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Voorbeelden
*Continue basis infuus 
*Bloedproducten
*Antibiotica
*TPV (Totaal Parenterale Voeding)
*Maagbeschermers
*Medicatie per gift, denk aan 4x daags AB
* Vocht geven met hoge snelheid


Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Spuitpomp: voor welke medicatie wordt dit gebruikt?

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Voorbeelden
*Furosemide
*Insuline (Novorapid)
*Morfine
*Pantozol
*Propofol
*Dormicum
*Nitroglycerine
AB: voorbeeld bij een endocarditis
*Continue toediening

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Infuuszak
Infuusslang
Bijspuitpunt
Druppelkamer
Rolregelklem

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Link

This item has no instructions

Slide 29 - Link

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Link

This item has no instructions

Ga naar zorgpad en bekijk de overige filmpjes over:
het toedienen van intraveneuze medicatie

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

1. Een patiënt moet in 24 uur tijd een infuus krijgen van 1 liter 5% glucose.
Bij het gebruikte infuussysteem gaan er 20 druppels in een ml.

• Bereken de druppelsnelheid.
• De zorgvrager is bekend met hartfalen en de cardioloog besluit dat het infuus via een infuuspomp moet gaan. Op hoeveel ml/uur zet je de pomp?

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

1. Antwoord:
1liter= 1000ml=1000x20=20000 druppels.
24 uur = 24x60=1440 minuten.
Druppelsnelheid is 20000/1440= 13 á 14 druppels per minuut.
Pompstand: stand 42

Slide 43 - Slide

This item has no instructions




Huiswerk: sommen maken, inleveren via teams voor 
26/9

Slide 44 - Slide

This item has no instructions