This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 70 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Startklaar
Op je plek zitten
Telefoon thuis of in de kluis
Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui
timer
3:00
Slide 2 - Slide
Programm
Übersicht Periode 2
Wiederholung Präsens (tegenwoordige tijd)
Präteritum (verleden tijd)
Slide 3 - Slide
Periode 2
Themen: Freizeit und Medien | Gesundheit und Lebensstil
Woche 1
Woche 2
Woche 3
Woche 4
Woche 5
Introduktion + Wortschatz
Wortschatz+lesen
Grammatik
Grammatik 2
Sehen, hören, lesen
Woche 6
Woche 7
Woche 8
Woche 9
Woche 10
Herkansingen
Wortschatz, sehen und hören
Grammatik 3
Wiederholung
Wiederholung
Slide 4 - Slide
Agenda
Terugblik PTO 2
Profielboekjes (gestuurd via Magister)
Profielkeuzeformulier invullen
Overzicht Periode 2: Leerstof
Grammatik
Sterke werkwoorden (e/i en a/ä wissel) (tegenwoordige (actief weten))
Sterke werkwoorden (e/i en a/ä wissel) (verleden tijd (passief weten))
Wortschatz
Lijst module 3 (Vrije Tijd & Media)
Lijst module 4 (Gezondheid & Leefstijl)
Sprachmittel
Lijst module 3 (Vrije Tijd & Media)
Lijst module 4 (Gezondheid & Leefstijl)
Slide 5 - Slide
Profielkeuzeformulier
Overzicht Periode 2: Praktische opdracht
Jullie gaan een video maken waarin je over jezelf vertelt (in het Duits uiteraard).
Je levert de video in via Wetranfer.
Deadline: 27 februari @23.59 uur
Slide 6 - Slide
Leerdoelen
Ich kann regelmäßige Verben im Präsens konjugieren.
Ich kann die Verben „sein, haben und werden“ konjugieren.
Ich kann Verben im Präteritum in kurzen Texten erkennen und markieren.
Slide 7 - Slide
Grammatik
Slide 8 - Slide
Personal Pronomen
Slide 9 - Slide
ich
er
du
sie
wir
ihr
Sie
jij
ik
wij
hij
zij
U
jullie
Slide 10 - Drag question
De reguliere uitgangen
Het zwakke werkwoord krijgt normaal deze uitgangen:
ich stam+ e
du stam+ st
er,sie,es stam +t
wir stam +en
ihr stam+ t
sie, Sie stam+ en
Slide 11 - Slide
'Gewone' zwakke werkwoorden
ich mache
du machst
er/sie/es macht
wir machen
ihr macht
sie/Sie machen
Slide 12 - Slide
Ihr (parken) zuerst das Auto.
A
parkt
B
parket
C
parkiert
D
parkst
Slide 13 - Quiz
er (kaufen)
A
kaufest
B
kauft
C
kaufet
Slide 14 - Quiz
Heiße
fliegst
spielt
antwortet
lieben
bestellen
ich
du
er
wir
ihr
Sie
Slide 15 - Drag question
Slide 16 - Slide
het werkwoord 'sein'
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
bin
bist
ist
sind
seid
sind
Slide 17 - Drag question
het werkwoord 'haben'
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
habe
hast
hat
haben
habt
haben
Slide 18 - Drag question
het werkwoord 'werden'
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
werde
wirst
wird
werden
werdet
werden
Slide 19 - Drag question
Aan de slag
timer
10:00
An die Arbeit!
Neue Kontakte - Kapitel 1 (p. 26)
Aufgabe 15 en 16
Slide 20 - Slide
Profielkeuzeformulier
Zwakke werkwoorden in de verleden tijd
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Video
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Aan de slag
timer
10:00
An die Arbeit!
Lees onderstaande teksten. Markeer alle werkwoorden in de verleden tijd (Präteritum) die je in de tekst kunt vinden. In beide teksten staan 15 werkwoorden.
Slide 25 - Slide
Afsluiting
Leerdoelen:
Klascode: eywgl
Volgende les:
Huiswerk:
Ich kann regelmäßige Verben im Präsens konjugieren.
Ich kann die Verben „sein, haben und werden“ konjugieren.
Ich kann Verben im Präteritum in kurzen Texten erkennen und markieren.
Wiederholung
Maken:
-
Leren:
- Module 4 Gesundheit und Lebensstil (HV3) Quizlet