Les 4

Heute:
-Huiswerk bespreken opdracht 4 t/m 6
-Mode filmpje
-Grammatica uitleg

1 / 21
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Heute:
-Huiswerk bespreken opdracht 4 t/m 6
-Mode filmpje
-Grammatica uitleg

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Mode Filmpje
Schrijf op wat duitse mode bevat, aan de hand van het volgende filmpje

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Grammatik

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Sterke werkwoorden met a en e in de stam vervoegen in het Duits

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Sterke werkwoorden
Sterke werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de stam in de verleden tijd verandert.
Bijvoorbeeld: spreken - sprak, lopen - liep.

Slide 6 - Slide

Leg uit wat sterke werkwoorden zijn en geef voorbeelden.
Vervoegen met a en e
Werkwoorden met a of e in de stam veranderen deze klinkers naar ä of ö in de tweede en derde persoon enkelvoud en meervoud.
Bijvoorbeeld: sprechen - er spricht, wir sprechen.

Slide 7 - Slide

Leg uit hoe werkwoorden met a of e in de stam worden vervoegd in de tegenwoordige tijd en geef voorbeelden.
Voorbeelden
sprechen - du sprichst
essen - er isst
geben - ihr gebt

Slide 8 - Slide

Laat de leerlingen oefenen met het vervoegen van werkwoorden met a en e in de stam. Bespreek de antwoorden klassikaal.
Herhaling
Wat zijn sterke werkwoorden?
Hoe worden werkwoorden met a en e in de stam vervoegd in de tegenwoordige tijd?

Slide 9 - Slide

Herhaal de belangrijkste begrippen en laat de leerlingen kort samenvatten wat ze hebben geleerd.
Aufgabe 7 t/m 9
Seite 16, 17

Klaar? WL leren
timer
8:00

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Welk woord past in de zin?
Mein Vater _______ immer sehr schnell.
A
fahrt
B
fahre
C
fährt
D
fahren

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Warum ____ Katja immer dasselbe in der Pause?
A
esst
B
isst
C
esse
D
isset

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Geen e/i-wissel
e/i-wissel
toepassen
bewegen
essen
stehen
gehen
heben
genesen
empfehlen
sehen
lesen
sprechen

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

De woorden 'geben', 'nehmen' zijn uitzonderingen en krijgen in plaats van een 'ie' een korte 'i' bij de du- en er/ sie/ es-vorm
A
goed
B
fout

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

.... ihr schon ein bisschen Deutsch?
A
Spricht
B
Sprichst
C
Sprecht
D
Sprechst

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Peter .... heute Nachmittag ins Kino.
A
giht
B
gehe
C
gieht
D
geht

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Der Schüler ....... während des Unterrichts.
A
schlaft
B
schlafst
C
schläft
D
schläfst

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Susanne ..... ihre Freunde zur Party...
A
lädt...ein
B
lädet...ein
C
ladet ....ein
D
läd...ein

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Peter ...... eine Halsschmerztablette.
A
nimmst
B
nehmt
C
nimmt
D
niemt

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Du ......... dich nicht genug!
A
bewiegst
B
bewegst
C
bewegt
D
bewegen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Cornelia ........ vor der geschlossenen Schule.
A
stieht
B
stehst
C
stehe
D
steht

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions