Waar is de bril?

Waar is de bril?

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsISK

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Waar is de bril?

Open met het herkenbare idee: soms zoek je iets dat al dichtbij is. Dat past goed bij dit korte verhaal op A1-niveau.

Lesdoel

Ik kan een kort verhaal over Henk en zijn bril begrijpen en navertellen.

This item has no instructions

Waar denk je aan bij een bril?

Laat leerlingen losse woorden geven, bijvoorbeeld: lezen, ogen, zien, neus, zoeken. Gebruik de woorden als opstap naar het verhaal.

Henk en zijn bril

Henk heeft een bril.

Hij leest met een bril.

De bril is belangrijk voor Henk.

Leg kort uit wat een bril is en waarom iemand een bril gebruikt: om beter te kunnen lezen of zien.

Henk wil lezen

Henk wil de krant lezen.

Daarom zoekt hij zijn bril.

Zonder bril kan hij niet goed lezen.

This item has no instructions

Henk zoekt

Henk zoekt op de tafel.

Hij kijkt goed.

Maar hij ziet de bril niet.

Benadruk het voorzetsel 'op'. Laat horen: op de tafel.

Henk zoekt verder

Henk zoekt in de kast.

Daarna zoekt hij op de bank.

Maar de bril is daar niet.

Benadruk het verschil tussen 'in' en 'op'. Dit is een goede kans om plaatswoorden te herhalen.

Henk vindt de bril niet

Henk zoekt op veel plekken.

Toch ziet hij de bril niet.

Dat is grappig, want de bril is heel dichtbij.

Bereid hier de clou van het verhaal voor zonder die al helemaal weg te geven.

Waarom zoekt Henk zijn bril?

A

Hij wil lezen

B

Hij wil slapen

C

Hij wil koken

D

Hij wil lopen

De juiste koppeling is: Henk wil de krant lezen, daarom zoekt hij zijn bril.

Vul de woorden in

Henk wil de krant lezen. Hij zoekt op de tafel. Daarna zoekt hij in de kast en op de bank. Maar hij ziet de bril niet.

krant
op de tafel
in de kast
bril
stoel
boek
onder de tafel
in de doos

Controleer of leerlingen de plekken en kernwoorden uit het eerste deel van het verhaal herkennen.

De vrouw van Henk komt thuis

De vrouw van Henk komt thuis.

Ze vraagt: 'Wat doe je?'

Henk zegt: 'Ik zoek mijn bril.'

Lees de dialoog rustig voor. Laat leerlingen horen wie wat zegt.

De vrouw ziet het

Zijn vrouw lacht.

Ze zegt: 'Je bril staat op je neus!'

Nu begrijpt Henk waar de bril is.

Leg uit dat 'op je neus' betekent dat Henk de bril al draagt.

Henk lacht ook

Henk zegt: 'Op mijn neus?'

Dan zegt hij: 'Wat dom!'

En Henk lacht ook.

Bespreek kort dat 'Wat dom!' hier betekent dat Henk om zichzelf lacht.

Het verhaal in volgorde

Henk wil lezen.

Hij zoekt zijn bril.

Hij zoekt op de tafel, in de kast en op de bank.

Zijn vrouw komt thuis.

De bril staat al op zijn neus.

Gebruik deze slide om de volgorde van het verhaal nog één keer helder samen te vatten.

Waar is de bril echt?

A

Op de tafel

B

In de kast

C

Op zijn neus

D

Op de bank

Distractors komen uit de plekken waar Henk zoekt. Zo check je of leerlingen het grapje echt begrijpen.

Waarom lacht de vrouw?

Verwacht elementen als: de vrouw lacht, de bril staat al op zijn neus, Henk zoekt iets dat hij al draagt.

Maak het verhaal af

De vrouw van Henk komt thuis. Ze vraagt: Wat doe je? Henk zegt dat hij zijn bril zoekt. Dan zegt zij: je bril staat op je neus. Henk zegt: Wat dom!

thuis
Wat doe je?
op je neus
Wat dom
weg
Wie ben je?
in de kast
Wat leuk

Deze invuloefening volgt de clou en de dialoog van het tweede deel van het verhaal.

Wat onthoud jij van dit verhaal?

Reflectie zonder fout antwoord. Mogelijke reacties: de bril staat op zijn neus, Henk zoekt overal, de vrouw lacht.

Wat was moeilijk voor jou?

Laat leerlingen kort zeggen wat moeilijk was, bijvoorbeeld nieuwe woorden of de volgorde van het verhaal.

Woordenlijst

de bril - iets dat je draagt om beter te zien

lezen - kijken naar woorden en ze begrijpen

de krant - papier of nieuws om te lezen

zoeken - proberen iets te vinden

de tafel - meubel met een blad en poten

de kast - meubel waar je dingen in zet

de bank - meubel om op te zitten

This item has no instructions

Woordenlijst

de neus - deel van je gezicht waarmee je ruikt

de vrouw - hier: de echtgenote van Henk

lachen - blij of grappig geluid maken

thuiskomen - weer naar huis komen

zien - kijken en iets opmerken

This item has no instructions