Waar is de bril?
Waar is de bril?
Open met het herkenbare idee: soms zoek je iets dat al dichtbij is. Dat past goed bij dit korte verhaal op A1-niveau.
Lesdoel
Ik kan een kort verhaal over Henk en zijn bril begrijpen en navertellen.
This item has no instructions
Waar denk je aan bij een bril?
Laat leerlingen losse woorden geven, bijvoorbeeld: lezen, ogen, zien, neus, zoeken. Gebruik de woorden als opstap naar het verhaal.
Henk en zijn bril
Henk heeft een bril.
Hij leest met een bril.
De bril is belangrijk voor Henk.
Leg kort uit wat een bril is en waarom iemand een bril gebruikt: om beter te kunnen lezen of zien.
Henk wil lezen
Henk wil de krant lezen.
Daarom zoekt hij zijn bril.
Zonder bril kan hij niet goed lezen.
This item has no instructions
Henk zoekt
Henk zoekt op de tafel.
Hij kijkt goed.
Maar hij ziet de bril niet.
Benadruk het voorzetsel 'op'. Laat horen: op de tafel.
Henk zoekt verder
Henk zoekt in de kast.
Daarna zoekt hij op de bank.
Maar de bril is daar niet.
Benadruk het verschil tussen 'in' en 'op'. Dit is een goede kans om plaatswoorden te herhalen.
Henk vindt de bril niet
Henk zoekt op veel plekken.
Toch ziet hij de bril niet.
Dat is grappig, want de bril is heel dichtbij.
Bereid hier de clou van het verhaal voor zonder die al helemaal weg te geven.
Waarom zoekt Henk zijn bril?
Hij wil lezen
Hij wil slapen
Hij wil koken
Hij wil lopen
De juiste koppeling is: Henk wil de krant lezen, daarom zoekt hij zijn bril.
Vul de woorden in
Henk wil de krant lezen. Hij zoekt op de tafel. Daarna zoekt hij in de kast en op de bank. Maar hij ziet de bril niet.
Controleer of leerlingen de plekken en kernwoorden uit het eerste deel van het verhaal herkennen.
De vrouw van Henk komt thuis
De vrouw van Henk komt thuis.
Ze vraagt: 'Wat doe je?'
Henk zegt: 'Ik zoek mijn bril.'
Lees de dialoog rustig voor. Laat leerlingen horen wie wat zegt.
De vrouw ziet het
Zijn vrouw lacht.
Ze zegt: 'Je bril staat op je neus!'
Nu begrijpt Henk waar de bril is.
Leg uit dat 'op je neus' betekent dat Henk de bril al draagt.
Henk lacht ook
Henk zegt: 'Op mijn neus?'
Dan zegt hij: 'Wat dom!'
En Henk lacht ook.
Bespreek kort dat 'Wat dom!' hier betekent dat Henk om zichzelf lacht.
Het verhaal in volgorde
Henk wil lezen.
Hij zoekt zijn bril.
Hij zoekt op de tafel, in de kast en op de bank.
Zijn vrouw komt thuis.
De bril staat al op zijn neus.
Gebruik deze slide om de volgorde van het verhaal nog één keer helder samen te vatten.
Waar is de bril echt?
Op de tafel
In de kast
Op zijn neus
Op de bank
Distractors komen uit de plekken waar Henk zoekt. Zo check je of leerlingen het grapje echt begrijpen.
Waarom lacht de vrouw?
Verwacht elementen als: de vrouw lacht, de bril staat al op zijn neus, Henk zoekt iets dat hij al draagt.
Maak het verhaal af
De vrouw van Henk komt thuis. Ze vraagt: Wat doe je? Henk zegt dat hij zijn bril zoekt. Dan zegt zij: je bril staat op je neus. Henk zegt: Wat dom!
Deze invuloefening volgt de clou en de dialoog van het tweede deel van het verhaal.
Wat onthoud jij van dit verhaal?
Reflectie zonder fout antwoord. Mogelijke reacties: de bril staat op zijn neus, Henk zoekt overal, de vrouw lacht.
Wat was moeilijk voor jou?
Laat leerlingen kort zeggen wat moeilijk was, bijvoorbeeld nieuwe woorden of de volgorde van het verhaal.
Woordenlijst
de bril - iets dat je draagt om beter te zien
lezen - kijken naar woorden en ze begrijpen
de krant - papier of nieuws om te lezen
zoeken - proberen iets te vinden
de tafel - meubel met een blad en poten
de kast - meubel waar je dingen in zet
de bank - meubel om op te zitten
This item has no instructions
Woordenlijst
de neus - deel van je gezicht waarmee je ruikt
de vrouw - hier: de echtgenote van Henk
lachen - blij of grappig geluid maken
thuiskomen - weer naar huis komen
zien - kijken en iets opmerken
This item has no instructions