Symmetrie

Binnen =beginnen
  • Jassen uit
  • telefoon in de telefoontas
  • Boek open op blz. 70 en maak opgave 2,3 en 4 
Binnen = Beginnen
  • jassen uit
  • telefoon in telefoontas
  • Start lesson up met je EIGEN naam
1 / 24
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Binnen =beginnen
  • Jassen uit
  • telefoon in de telefoontas
  • Boek open op blz. 70 en maak opgave 2,3 en 4 
Binnen = Beginnen
  • jassen uit
  • telefoon in telefoontas
  • Start lesson up met je EIGEN naam

Slide 1 - Slide

Symmetrie

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les:

1) weet je wat er bedoeld wordt met het woord 'lijnsymmetrie', 'symmetrie-as', 'schuifsymmetrie', 'motief' en 'patroon'

2) kan je benoemen of een patroon 'schuifsymmetrisch' of 'lijnsymmetrisch' is





Slide 3 - Slide

Introductie
Overal om ons heen is symmetrie. Mensen vinden symmetrie mooi. 
Mooie gebouwen en tuinen zijn vaak symmetrisch: 
de linker- en de rechterhelft zijn dan hetzelfde.

Slide 4 - Slide

Lijnsymmetrie

Slide 5 - Slide

Vouwlijn
Je kunt de vlinder dubbelvouwen over de rode stippellijn. De twee helften passen dan precies op elkaar. Dit noemen we lijnsymmetrie.

Slide 6 - Slide

Lijnsymmetrie
Als twee helften elkaars spiegelbeeld zijn spreken we over lijnsymmetrie. Heb je een spiegeltje?  Hiermee kun je controleren of een figuur lijnsymmetrisch is. 
Leg het spiegeltje op de vouwlijn van de figuur. 
Zie je nu de hele figuur dan is deze figuur lijnsymmetrisch.

Slide 7 - Slide


Welke figuren zijn lijnsymmetrisch?
A
Alleen het vliegtuig.
B
Alleen het verkeersbord.
C
Geen van beide.
D
Allebei.

Slide 8 - Quiz

Symmetrieas
Alleen het vliegtuig is lijnsymmetrisch. 
Je kan het spiegeltje op de rode vouwlijn
leggen om dit te controleren.
Deze vouwlijn noemen we de symmetrieas.

Slide 9 - Slide

Symmetrieassen
Sommige figuren hebben meerdere symmetrieassen.
                                                        Het logo van Mercedes heeft
                                                        drie symmetrieassen.

                                                         Als je een symmetrieas tekent dan
                                                         loopt deze altijd door de figuur heen
                                                         en stopt niet bij de rand.    
         De symmetrieassen verdelen de figuur in gelijke stukken

Slide 10 - Slide

Hoeveel symmetrieassen
heeft deze figuur?
A
1
B
2
C
4
D
8

Slide 11 - Quiz

Uitleg
Er zijn 4 symmetrieassen. 
Dit kun je controleren door het spiegeltje op de symmetrieassen te zetten.

Slide 12 - Slide

Hoeveel symmetrieassen
heeft een vierkant?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 13 - Quiz

Hoeveel symmetrieassen
heeft een rechthoek?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 14 - Quiz

Gelijkbenige driehoek
Een driehoek waarvan twee zijden even lang zijn, 
noemen we een gelijkbenige driehoek.
Een gelijkbenige driehoek heeft precies 1 symmetrieas.

  • De symmetrieas staat loodrecht op zijde AB 
       en deelt deze zijde precies doormidden.
  • AC en BC zijn even lang (gelijke tekens).
  • hoek A is even groot als hoek B (gelijke tekens).

Slide 15 - Slide

Gelijkzijdige driehoek
Een driehoek waarvan alle drie de zijden even lang zijn, 
noemen we een gelijkzijdige driehoek.
Een gelijkzijdige driehoek heeft 3 symmetrieassen.

  • AC , AB en BC zijn even lang
  • hoek A, hoek B en hoek C zijn even groot
  • alle stukjes in de figuur zijn even groot

Slide 16 - Slide

Schuifsymmetrie en patroon

Slide 17 - Slide

schuifsymmetrie
Als een motief steeds herhaald wordt krijg je een patroon


Deze vorm van symmetrie noem je schuifsymmetrie

Slide 18 - Slide

Oefenen
Maken:
Paragraaf 3.1

Start magister op en maak de opdrachten op je device!!




Slide 19 - Slide

Ik kan vertellen wat lijnsymmetrie is.
A
Ja.
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen.
C
Nee, ik heb nog extra uitleg nodig.
D
Nee, ik begrijp het nog niet zo goed.

Slide 20 - Quiz

Ik weet hoe ik symmetrieassen moet tekenen in een figuur.
A
Ja.
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen.
C
Nee, ik heb nog extra uitleg nodig.
D
Nee, ik begrijp het nog niet zo goed.

Slide 21 - Quiz

Ik weet welke tekens ik moet gebruiken om aan te geven dat zijden even lang zijn.
A
Ja.
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen.
C
Nee, ik heb nog extra uitleg nodig.
D
Nee, ik begrijp het nog niet zo goed.

Slide 22 - Quiz

Ik weet wat de deellijn van een hoek is.
A
Ja.
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen.
C
Nee, ik heb nog extra uitleg nodig.
D
Nee, ik begrijp het nog niet zo goed.

Slide 23 - Quiz

Ik weet hoe ik aan moet geven dat hoeken even groot zijn.
A
Ja.
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen.
C
Nee, ik heb nog extra uitleg nodig.
D
Nee, ik begrijp het nog niet zo goed.

Slide 24 - Quiz