MYP2_LA French_P2_Cours 2 20260109

1 / 51
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable ouvert sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij VAK
Unit 2: What do you do all day?/ 
Quelle est ta routine?
Learner Profile: ....
Reflective/ Reflectief
ATL: ....
Organisation/ Reflection
Related concepts: ....
Communities; Time & Place
Key concept: ....
Culture 
Statement of Inquiry : We use language with the purpose to express our culture through our daily routines, as part of a community, adapting to time and place.
Global context: ....
Personal and cultural expression.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables 
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quelle est ma routine?
What is my routine?

Verbes pronominaux
Quelle heure est-il?
What time is it?
Pourquoi mesure-t-on le temps? 
Why do we measure time?

Les caractéristiques d'un article
Quel est ton emploi du temps?
What is your schedule?

Faire et aller

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 3
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
PO - speaking
Est-il important d'avoir une routine?
Is it important to have a routine?


Adverbes de fréquence.
Quels sont les avantages et les inconvénients d'une routine?
What are the advantages and disadvantages of a routine?
Révision/
Content review

Examen/
Test
Wrinting
Reading
Listening

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je peux parler d'activités routinières.
  • J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.
  • Je sais lire l'heure en Français.
  • I can talk about routine activities.
  • I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.
  • I can tell the time in French.

 
 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Terugblik opdracht
Elle s'habille
A
B
C
D

Slide 8 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Terugblik opdracht
Il se reveille.
A
B
C
D

Slide 9 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Terugblik opdracht
Il se brosse les dents.
A
B
C
D

Slide 10 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

PO

Slide 11 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie

Slide 12 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie

Slide 13 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
          Les verbes pronominaux
Reflexieve werkwoorden
Reflexive verbs

S'appeler/ Zich noemen (Ik heet)
Se laver/ Zich wassen/ To wash oneself
S'habiller / Zich aankleden/ To get dressed




Slide 14 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Les verbes pronominaux sont des verbes qui s'accompagnent d'un pronom réfléchi.
Pronoms réfléchis: 
Ils indiquent que l'action du verbe est réalisée sur le sujet lui-même. 
Reflexive verbs are verbs that are used with a reflexive pronoun (myself, yourself, himself, herself, itself, ourselves, yourselves, themselves), indicating that the subject is performing the action on itself.

Slide 15 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Verbe pronominal= 
     sujet + pronom réfléchi + verbe au présent.
             (me, te, se, nous, vous, se)
Reflexive verb = 
subject + reflexive pronoun+ verb in the present
 
Exemple: se laver
Je me lave
Tu te laves

Slide 16 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


Je ____ (se raser) 3 fois par semaine
A
se rases
B
se rase
C
me rase
D
nous rasons

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions


Mes parents __________ bien
A
s'amusez
B
s'amusent

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions


Nous _____ (se laver) le matin
A
vous lavez
B
nous lavons
C
te laver
D
se lavons

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

3

Slide 21 - Video

This item has no instructions

01:24
Quelle phrase est pronominale?
A
Je réveille mon fils.
B
Je me reveille.

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

01:32
Quelle phrase utilise les verbes pronominaux?
A
Il coiffe le client.
B
Il se coiffe.

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

01:45
Choisis la meilleure réponse.
"Elles se parlent." veut dire:
A
Une femme parle avec l'autre femme à côte.
B
Une femme ne parle pas avec l'autre.
C
Une femme parle au téléphone.
D
"Elles se parlent" = "Elles parlent".

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

SE BROSSER les dents 
PRENDRE son petit-déjeuner.
DÉJEUNER 
SE COUCHER
SE RÉVEILLER
DORMIR

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions


Mon frère ______ toujours très tôt
A
se lève
B
se lèvent

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions


Tu ___________ à quelle heure?
A
te lave
B
se lave

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Instructie
      Les jours 
de la semaine

Slide 28 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
      Les moments de la journée

Slide 29 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

L'heure

Slide 30 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 31 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 32 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

14

Slide 33 - Video

This item has no instructions

00:25
Les aiguilles
un réveil
une montre
une horloge

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

00:52
La grande aiguille indique:
A
l'heure
B
les minutes

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

01:21
Un quart d'heure c'est:
A
une minute
B
dix minutes
C
quinze minutes
D
trente minutes

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

01:39
Une demi-heure c'est:
A
Un quart d'heure
B
Quinze minutes
C
Une heure
D
Trente minutes

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

01:55
Une heure a:
A
Quinze minutes
B
Trente minutes
C
Soixante minutes
D
Un quart d'heure

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

02:11
Combien d'heures a une journée?
A
Une petite aiguille.
B
Vingt-quatre heures.
C
Soixante minutes.
D
Soixante heures.

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

02:39
7:00 heures c'est:
A
Le matin
B
Minuit
C
La nuit
D
L'après-midi

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

03:14
16:00 heures c'est:
A
Le matin
B
Le soir
C
L'après-midi
D
Midi

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

03:32
00:00 heure c'est
A
Midi
B
Minuit
C
L'après-midi
D
Une demi-heure

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

03:47
Quelle heure est-il?
A
Il est quatre heures
B
Il est midi
C
Il est trois heures
D
Il est minuit

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

04:08
Quelle heure est-il?
6h15
A
Il est quatre heures
B
Il est six heures et quart
C
C'est midi
D
Trente minutes

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

04:44
Il est huit heures et demi c'est:
A
6h30
B
8h30
C
8h00
D
6h15

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

05:27
19h15 c'est:
A
sept heures et quart
B
sept heures et demi
C
sept heures
D
sept heures trente

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

05:49
Je sais lire l'heure en Français.
Ik kan in het Frans de tijd vertellen.
I know how to tell the time in French.
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll

This item has no instructions

Instructie

Slide 48 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Activity

Slide 49 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflectie
Je peux parler d'activités routinières.
J'utilise un vocabulaire et des verbes pronominaux variés pour parler de routine.
Je sais lire l'heure en Français.
I can talk about routine activities.
I use a variety of vocabulary and reflexive verbs to talk about routines.
I can tell the time in French.

Slide 50 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 51 - Slide

This item has no instructions