Deelnemen aan een discussie V4

Bedenk steeds:
  1. Welk argument vond jij het sterkst? Waarom?
  2. Welke klasgenoot overtuigde jou het meest en waarom? 
  3. Welke rol speelt lichaamshouding en manier van spreken?
  4. Luisterde iedereen naar elkaar en liet iedereen elkaar uitpraten?
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bedenk steeds:
  1. Welk argument vond jij het sterkst? Waarom?
  2. Welke klasgenoot overtuigde jou het meest en waarom? 
  3. Welke rol speelt lichaamshouding en manier van spreken?
  4. Luisterde iedereen naar elkaar en liet iedereen elkaar uitpraten?

Slide 1 - Slide

Bijles moet gratis zijn.
A
eens
B
oneens

Slide 2 - Quiz

Waarom heb je voor eens/ oneens gekozen? Noteer twee argumenten.

Slide 3 - Open question

Ouders moeten altijd kunnen meekijken met het internet- en telefoongedrag van hun kinderen
A
eens
B
oneens

Slide 4 - Quiz

Noem twee argumenten voor jouw standpunt.

Slide 5 - Open question

Kies een stelling. Denk na over een argument.
  • Bibliotheken zijn overbodig.
  • Iedereen mag je foto's van Insta gebruiken.
  • Al het vlees in de supermarkt moet biologisch zijn.
  • Tatoeages zetten onder de 18 jaar moet verboden worden.


Slide 6 - Slide

Maak nu je argument SExI
1. Noem je argument. (state)
2. Leg je argument uit in 1 of 2 zinnen. (of 3) (explain)
3. Geef een voorbeeld bij je argument. (illustrate)

Slide 7 - Slide

Een argument is pas 'af', als:
A
Je er een tegenargument bij genoemd hebt.
B
Je deze SExI hebt gemaakt.
C
Je alleen het argument hebt genoemd (state).
D
Zodra je de stelling hebt herhaald.

Slide 8 - Quiz

Geef een SExI-argumentatie bij de stelling:
De geschiedenislessen moeten in alle Europese landen hetzelfde zijn.

Slide 9 - Mind map

Wat heb je geleerd?

Slide 10 - Mind map

huiswerk woensdag 2 juni
Lees door uit het Vakboek blz. 68-70, ‘De discussie’.
We bereiden een meningvormende discussie voor. Bereid twee argumenten voor bij de stelling: ‘Alle kinderen moeten verplicht naar een zomerschool.’
Lees verder in je leesboek en werk aan je verwerkingsopdrachten.
Woensdag: mapjes aanvullen!
Lees door uit je Vakboek paragraaf 10.6 ‘Drogredenen’, blz. 133-134 en 12.3 ‘Retorische middelen’, blz. 144-145.

Slide 11 - Slide