Hoofdstuk 10
Learning objective
Hoofdstuk 10
Learning objective
Wat gaan we deze les (15-9) doen?
bespreken huiswerk
Theorie paragraaf 10.1
Zelf werken aan opdrachten
Bespreken huiswerk
opdracht 38
Verdere vragen?
Maken opdracht
Maak opdracht 1 blz 206 . Hier krijg je 10 minuten voor.
Normale verdeling
Kenmerken:
grafiek is symmetrisch
De symmetrieas ligt bij het gemiddelde μ
Het gemiddelde, de mediaan en de modus
vallen samen
de standaardafwijking σ is de afstand van
de symmetrieas tot de buigpunten van de
grafiek
Normale verdeling
De volgende vuistregels gelden:
Van de data ligt ongeveer 68% tussen
μ-σ en μ+σ
Van de data ligt ongeveer 95% tussen
μ-2σ en μ+2σ
Van de data ligt vrijwel 100% tussen
μ-3σ en μ+3σ
Normale verdeling
Om na te gaan of een variabele normaal verdeeld is, controleer je of het bijbehorende staafdiagram klokvormig is. Wil je meer zekerheid hebben check je ook vuistregel 1 en vuistregel 2
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Opdrachten 2 t/m 5. Werkblad opdracht 2 en 3 staan op blz. 278
Wat gaan we deze les (18-9) doen?
bespreken huiswerk
theorie paragraaf 10.2
zelf werken aan opdrachten paragraaf 10.2
Bespreken huiswerk
Vragen?
Leerdoel
je leert hoe je met de vuistregels van een normale verdeling rekent
Rekenen met de vuistregels
De volgende vuistregels gelden:
Van de data ligt ongeveer 68% tussen
μ-σ en μ+σ
Van de data ligt ongeveer 95% tussen
μ-2σ en μ+2σ
Van de data ligt vrijwel 100% tussen
μ-3σ en μ+3σ
Rekenen met de vuistregels
Met de vuistregels kun je de oppervlakte onder de grafiek in 6 stukken opsplitsen. Het is daarom heel handig altijd een schets te maken als je moet gaan rekenen.
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
opdrachten 6 t/m 11
Wat gaan we deze les (21-9) doen?
bespreken huiswerk
theorie paragraaf 10.3
zelf maken opdrachten
Bespreken huiswerk
Opgave 10 en 11
Vragen?
Leerdoelen
je leert:
wat een steekproef is
wat een populatieproportie en een steekproefproportie is
wat een steekproefverdeling is
Steekproef
Steekproef: je onderzoekt niet een hele groep maar maar een deel van een groep
Steekproefomvang: het aantal wat in een onderzoek wordt meegenomen
aselecte steekproef: iedereen/ieder ding uit de populatie heeft evenveel kans om in de steekproef terecht te komen
Een steekproef is representatief als deze een goede afspiegeling vormt van de gehele populatie
Populatieproportie/steekproefproportie
Populatieproportie: het deel van een populatie dat aan een bepaalde eigenschap voldoet. = (aantal wat aan een bepaalde eigenschap voldoet in een populatie/aantal totale populatie)
voorbeeld: uit een klas van 30 leerlingen dragen 4 personen een bril.
De populatie is 30 leerlingen. De populatieproportie is dan (4/30) = 0,133..
Steekproefproportie: het deel van een streekproef dat aan een bepaalde eigenschap voldoet.
Beide zijn getallen tussen 0 en 1
Steekproevenverdeling
Bij het nemen van een groot aantal steekproeven zie je dat de steekproefproporties normaal verdeeld zijn --> steekproevenverdeling van de proporties
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
opgave 13 t/m 18
Wat gaan we deze les (22-9) doen?
bespreken huiswerk
theorie paragraaf 10.4
zelf maken opdrachten
Bespreken huiswerk
Vragen?
Leerdoel
Je leert wat een normale verdeling is
Leerdoel
Je leert:
hoe je op basis van een steekproef het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een proportie berekent
Theorie
Wat gaan we deze les (25-9) doen?
bespreken huiswerk
theorie paragraaf 10.5
zelf maken opdrachten
Bespreken huiswerk
Opgave 21
Vragen
Leerdoel
Je leert:
wat een populatiegemiddelde en een steekproefgemiddelde is
Steekproefgemiddelde normaal verdeeld
Als je veel steekproeven neemt zul je zien dat de gemiddeldes die je iedere keer krijgt normaal verdeeld zijn.
Dit noemen we de streekproevenverdeling van de gemiddelden
Populatie- en steekproefgemiddelde
Een populatiegemiddelde is het gemiddelde van alle elementen uit een hele populatie.
Een populatie is de volledige groep die je wilt onderzoeken. Het populatiegemiddelde wordt meestal aangeduid met de Griekse letter μ
Verschil met steekproefgemiddelde. Vaak ken je niet de hele populatie. Dan neem je een steekproef.
Bijvoorbeeld:
Populatie: alle 1200 leerlingen van een school.
Steekproef: 50 willekeurig gekozen leerlingen.
Het gemiddelde van die 50 leerlingen heet het steekproefgemiddelde en wordt meestal aangeduid met
r{x}xˉ (x-streep).
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Opdrachten 25 t/m 30
Wat gaan we deze les (28-9) doen?
bespreken huiswerk
theorie paragraaf 10.6
zelf werken aan opdrachten
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
opdrachten 19 t/m 24
Bespreken huiswerk
Vragen?
Paragraaf 10.5
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Opgave 31 t/m 36