Waarom is het dom om de vrieskast lang open te laten staan?
Hoe kan het dat je met een vliegtuig zonder moter toch redelijk lang kunt vliegen?
Slide 4 - Slide
Warmte verplaatsen
straling
Bij straling wordt warmte getransporteerd zonder tussenstof
Warmte van de zon bereikt de aarde door straling
Straling wordt het best geabsorbeerd door zwarte en doffe voorwerpen
Straling wordt het best weerkaatst door witte en gladde voorwerpen
Ieder voorwerp zendt stralingswarmte uit.
Hoe hoger de temperatuur,
hoe meer warmte wordt uitgestraald.
Een toepassing hiervan is de
infrarood-fotografie.
Waar woont de wietkweker?
Slide 5 - Slide
Warmte verplaatsen
Koelen
Een verbrandingsmoter produceert behalve beweging heel veel warmte
Koelen dus ....
Hoe raakt een moter zijn warmte kwijt?
Slide 6 - Slide
Warmte verplaatsen
alles gecombineerd
Welke vormen van warmtetransport en waar?
In de ketel wordt gas verbrand. <div>Hiermee wordt water verwarmd. </div><div>Het warme water stroomt via de </div><div>leidingen naar de radiatoren.</div>
Slide 7 - Slide
Isoleren
isoleren is het tegengaan van warmteuitwisseling met de omgeving
Koude drank kun je koel houden in een thermosfles
Een vogel zet zijn veren op om warm te blijven
Jantje draagt in de winter warme kleding
Je huis blijft warm dankzij:
Spouwmuren
dubbelglas
isolatiematerialen
Slide 8 - Slide
Op welke manieren kan warmte zich verplaatsen?
A
straling, stroming, spreiding
B
straling, stroming, geleiding
Slide 9 - Quiz
Voor welke manier(en) van warmteverplaatsing is een tussenstof nodig?
A
straling, stroming, geleiding
B
straling, stroming
C
stroming en geleiding
D
straling en stroming
Slide 10 - Quiz
Voorbeelden van stoffen die de warmte goed geleiden zijn ....
A
hout, glas, ijzer en water
B
ijzer, koper, ijs en zand
C
koper, aluminium en goud
D
hout, rubber en diamant
Slide 11 - Quiz
Een verschil tussen stroming en geleiding is dat ...
A
geleiding in alle stoffen plaats vindt
B
stroming alleen in vloeistoffen kan
C
bij geleiding de kleinste deeltjes op hun plaats blijven
D
stroming minder energie kost
Slide 12 - Quiz
Als je de deur van de koelkast opent, valt de koude lucht op de grond
A
tjee, wat een belachelijke onzin
B
nou, dat zou je best kunnen zeggen
Slide 13 - Quiz
Thermiek is ...
A
.. een soort mier
B
.. opstijgende warme lucht
C
.. heel vervelend voor zweefvliegers
D
.. alleen in de zomer mogelijk
Slide 14 - Quiz
Zonnewarmte komt alleen op aarde door straling
A
Waar
B
overdag wel, 's nachts door geleiding en stroming
C
alleen als de zon schijnt
D
niet waar
Slide 15 - Quiz
Warmte van A naar B is hetzelfde als kou van B naar A
A
Waar
B
niet waar
Slide 16 - Quiz
De snelheid waarmee warmte zich verplaatst is alleen afhankelijk van het temperatuurverschil
A
Waar
B
niet waar
Slide 17 - Quiz
Isoleren is .....
A
zorgen dat de warmte niet naar buiten gaat
B
zorgen dat de kou niet naar binnen komt
C
zorgen dat de kou zich niet verplaatst
D
zorgen dat de warmte zich niet verplaatst
Slide 18 - Quiz
Niet vernieuwbaar
Raakt dus op
Niet duurzaam
Vervuilend
Fossiele brandstoffen
Aardgas, aardolie en steenkool
CO2-uitstoot
Klimaatverandering
opwarming van de aarde
Kernenergie
Stralingsgevaar
"Oude" energie
1
2
Slide 19 - Slide
Verbranden
Voor een verbranding zijn er drie voorwaarden:
een brandstof (kolen, aardgas, hout.... enz)
zuurstof ca. 20% van de lucht is zuurstof
ontbrandingstemperatuur de kop van een lucifer wordt op de juiste temperatuur gebracht door wrijving
De verbrandingsdriehoek
Slide 20 - Slide
Volledige- en onvolledige verbranding
(open het HD-bord bestand)
Verbranden
Bij een verbranding reageert een brandstof met zuurstof uit de lucht
Als er voldoende zuurstof aanwezig is verbrand een (schone) brandstof volledig tot water en koolstofdioxide (H2O en CO2 )
Is er onvoldoende zuurstof dan is de verbranding onvolledig en ontstaat ook Koolstofmono-oxide (CO) en roet/koolstof (C)
Slide 21 - Slide
Verbranden is .....
A
een reactie met zuurstof
B
een vuurtje
Slide 22 - Quiz
Voor een verbranding zijn nodig .....
A
een brandbare stof en zuurstof
B
een brandbare stof en warmte
C
zuurstof en voldoende warmte
D
een brandstof, zuurstof en warmte
Slide 23 - Quiz
Een verbranding is alleen volledig .....
A
als alle brandstof op is
B
als er voldoende zuurstof is
C
als er voldoende brand- en zuurstof zijn
D
als alle zuurstof op is
Slide 24 - Quiz
Bij een onvolledige verbranding ontstaat er ook .....
A
koolstofmono-oxide
B
koolstofmono-oxide en roet
C
roet
D
roet en koolstofdioxide
Slide 25 - Quiz
Koolstofmono-oxide is ...
A
reukloos en giftig
B
kleurloos en giftig
C
reuk- en kleurloos
D
reuk- en kleurloos en giftig
Slide 26 - Quiz
Welk getal staat op plaats a bij een volledige verbranding.
CH4 + .. a .. O2 -----> 2H2O + CO2
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 27 - Quiz
Welke getallen staan op plaatsen a en b bij een volledige verbranding.