Trede 3 - Leerdoel 1 - ontkenning

Aujourd'hui
  • Presentatie bespreken
  • Luistervaardigheid oefenen
  • Trede 3:
- werkwoorden op -er
- ontkenning
- over jezelf vertellen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Aujourd'hui
  • Presentatie bespreken
  • Luistervaardigheid oefenen
  • Trede 3:
- werkwoorden op -er
- ontkenning
- over jezelf vertellen

Slide 1 - Slide

Even herhalen...
Wat is de Franse vertaling van de volgende personen?
Ik
Jij
Hij 
Zij
Men / wij
Wij 
Jullie / u
Zij (ūüĎ®ūüŹĹūüĎ®ūüŹĹ)
Zij (ūüĎ©ūüŹľūüĎ©ūüŹľ)

Slide 2 - Slide

Werkwoord op -er
De meeste werkwoorden eindigen in het Frans op -er


Slide 3 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Stap 1: haal -er weg.


Slide 4 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Stap 1: haal -er weg.

Je houdt dan de stam van het werkwoord over.


Slide 5 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Haal er weg.

Je houdt dan de stam van het werkwoord over.

Achter de stam komt een uitgang

Slide 6 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Stap 1: haal -er weg.

Je houdt dan de stam van het werkwoord over.

Elke persoon heeft zijn eigen uitgang.

Slide 7 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Uitgangen:
je                            + e
tu                           + es
il / elle / on         + e
nous                     + ons
vous                      + ez
ils / elles              + ent

Slide 8 - Slide

Werkwoorden op -er gebruiken
Uitgangen:
je                            + e
tu                           + es
il / elle / on         + e
nous                     + ons
vous                      + ez
ils / elles              + ent
voorbeeld: donner (geven)

je donne
tu donnes
il / elle / on donne
nous donnons
vous donnez
ils / elles donnent

Slide 9 - Slide

tu (habiter)
A
tu habite
B
tu habites
C
tu habitent
D
tu habitez

Slide 10 - Quiz

nous (chercher)
A
nous cherche
B
nous cherchez
C
nous cherchons
D
nous cherchent

Slide 11 - Quiz

j'(aimer)
A
j'aime
B
j'aimes
C
j'aimons
D
j'aimez

Slide 12 - Quiz

ils (acheter)

Slide 13 - Open question

elle (adorer)

Slide 14 - Open question

je / j' (inviter)

Slide 15 - Open question

De ontkenning

Slide 16 - Slide

La négation (de ontkenning)
In het Nederlands: niet / geen

Slide 17 - Slide

La négation (de ontkenning)
In het Frans bestaat de ontkenning uit twee woorden:
ne & pas

Slide 18 - Slide

La négation (de ontkenning)
In het Frans bestaat de ontkenning uit twee woorden:
ne & pas

Ne staat v√≥√≥r de persoonsvorm & pas komt erachter 
Je ne trouve pas le livre

Slide 19 - Slide

La négation (de ontkenning)
In het Frans bestaat de ontkenning uit twee woorden:
ne  & pas

Ne staat v√≥√≥r de persoonsvorm & pas komt erachter 
Je ne trouve pas le livre

Ne verandert in n' voor een klinker / h

Slide 20 - Slide

La négation (de ontkenning)
In het Frans bestaat de ontkenning uit twee woorden:
ne / n' & pas

Ne staat v√≥√≥r de persoonsvorm & pas komt erachter 
Je ne trouve pas le livre

Ne verandert in n' voor een klinker / h
c'est wordt
ce n'est pas

Slide 21 - Slide

Elle ne regarde pas la télé.
NE / N'
PAS
Persoonsvorm
(1e werkwoord in de zin)
Onderwerp
Rest van de zin

Slide 22 - Slide

un, une & des na een ontkenning
un, une & des veranderen na een ontkenning in de / d'

Bijvoorbeeld: Noah a un frère -> Noah n'a pas de frère

Dit gebeurt niet als de persoonsvorm van être is

Bijvoorbeeld: Henk est une fille -> Henk n'est pas une fille

Slide 23 - Slide

Maak ontkennend:
il cherche la boulangerie

Slide 24 - Open question

Maak ontkennend:
je déteste le fromage

Slide 25 - Open question

Maak ontkennend:
Henkie est malade

Slide 26 - Open question

Ik praat
Je (parler)

A
je parle
B
je parles
C
je parlons
D
je parlez

Slide 27 - Quiz

Wij wonen
Nous (habiter)
A
Nous habite
B
Nous habitons
C
Nous habitez
D
Nous habitent

Slide 28 - Quiz

Maak ontkennend:
Bruno est à l'école
A
Bruno est n'à pas l'école
B
Bruno est à ne l'école pas
C
Bruno n'est à l'école pas
D
Bruno n'est pas a

Slide 29 - Quiz

Dit heb ik vandaag geleerd

Slide 30 - Mind map

Ton profil
avoir

Slide 31 - Slide