Betoog H3

1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesdoelen les 1
Aan het einde van de les:
...weet je wat een betoog is;
...kun je uitleggen hoe de opbouw van een betoog eruitziet;
...kun je de verschillende onderdelen uit een betoog benoemen;
...kan je de argumenten uit een betoog halen

Slide 2 - Slide

Wat is een betoog?
Een betoog is een overtuigende tekst. In een betoog probeert de schrijver zijn lezers ervan te overtuigen dat hij gelijk heeft door het geven van argumenten. In het begin van een betoog wordt er vaak een stelling geformuleerd. In de rest van het betoog wordt deze stelling met argumenten en voorbeelden versterkt. Ook kan de schrijver gebruik maken van het verwerpen van tegenargument.

Slide 3 - Slide

De opbouw van een betoog
Inleiding: introductie van het onderwerp (aandacht van de lezer trekken), stelling en standpunt
Kern: argumenten + onderbouwing, tegenargument en weerlegging
Slot: Herhaling van je standpunt (in andere woorden) + goede afsluiting

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

In een betoog geeft de schrijver
A
advies
B
informatie
C
zijn mening
D
voor- en nadelen

Slide 6 - Quiz

Het doel van een betoog is de lezer
A
te amuseren
B
te informeren
C
te adviseren
D
te overtuigen

Slide 7 - Quiz

De inleiding bestaat uit
A
de argumenten en onderbouwing
B
Een verhaal over het onderwerp
C
een aandachtstrekker + stelling en standpunt
D
De opbouw van je betoog

Slide 8 - Quiz

In de kern geef je
A
je mening
B
aan wat verschillende mensen vinden van de stelling
C
informatie over voor- en tegenstanders van de stelling
D
voorargumenten+ tegenargument en weerlegging

Slide 9 - Quiz

Een weerlegging is als
A
je de voorargumenten versterkt
B
je het genoemde tegenargument ontkracht
C
als je een tegenargument geeft
D
je je standpunt duidelijk maakt

Slide 10 - Quiz

In het slot mag je nooit nieuwe informatie geven.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Opdracht 
- Zoek in tweetallen online naar een betoog.

- Noteer de titel van het betoog 
- Wat is het standpunt van de schrijver?
- Welke argumenten worden er genoemd?
- welk tegenargument + weerlegging vind je in het betoog?

Slide 12 - Slide