Les 12

Willkommen!


1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Willkommen!


Planung

  • Wiederholung: wie war es noch mal?

  • Zusammen üben

  • Quiz

  • Reflectie





Lernziel

Aan het einde van de les… kun je minimaal 2 zinnen vormen waarin je gebruikt maakt van een werkwoord, een vraagwoord, en kloktijden/dagdelen

Wiederholung: Wie war es noch mal?

  • Werkwoorden vervoegen (feesttenten)

  • Vraagwoorden

  • Hoofdlettergebruik

  • Haben & sein

  • Dagen en dagdelen benoemen

  • Kloktijden

  • Lidwoorden (der, die, das, ein, eine)


Werkwoorden / feesttenten: was wisst ihr noch?

Werkwoorden / feesttenten

+

Ich- ik +e

Du- jij +st

Er/sie/es- hij/zij/het +t

Wir- wij +en

Ihr- jullie +t

Sie/sie- u/zij +en

(fe)

Uitzondering: Als de stam op een –d of –t eindigt

Maak zelf 2 zinnen: 1 met de ‘normale’ feesttenten regel, 1 met de uizonderingsregel (bijv. kaufen & reden)

Vraagwoorden: welche wisst ihr noch?

Vraagwoorden

  • Wer

  • Wie

  • Was

  • Wo

  • Wohin

  • Wann

  • Warum

  • Wovon

Formuleer zelf 2 vragen met 2 verschillende vraagwoorden (bijv. hoe heet je, waar kom je vandaan)

Zelfstandig naamwoorden: was wisst ihr noch? waarom zijn ze bijzonder?





Mensen

Dieren

Dingen

Hoofdlettergebruik:

Bij ieder zelfstandig naamwoord

Oefensheet Hoofdletters  andere voorbeeldzinnen formuleren

  1. ich liebe meinen opa und oma


2. ich habe zwei haustiere: takkie und siepie


3. heute abend essen wir einen pizza


Haben & Sein

Wat is er zo bijzonder aan deze 2 werkwoorden?

Haben & sein

Maak 2 zinnen: 1 met ‘haben’ en 1 met ‘sein’

Dagen / dagdelen

  • Welke regels gelden er? (am/im)

  • Vergelijkbaar met ’op’ en ‘in’

Dagen / dagdelen aangeven


…Uhr

Viertel nach…

Viertel vor…

Halb…

… nach …

… vor …

… nach …

… vor …

Kloktijden

Kies het juiste antwoord

A

Im Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen

B

Auf Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen

C

Am Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen

D

Am Dienstag auf 19 Uhr gehe ich Fußball spielen

Geslachtsbepaling:

hoe zat het ook alweer?

der

das

die

die

eine

Mannelijk

Vrouwelijk

Onzijdig

Meervoud

ein

ein

keine

Geslachtsbepaling

Mannelijk (der)

Onzijdig (das)

Vrouwelijk (die)

Meervoud (die)

- bij mannelijke personen, dieren & beroepen

Zoals: stier, man, oom

- bij vrouwelijke personen, dieren & beroepen

Zoals: koe, prinses, moeder


- bij de meeste woorden die in het Duits op –e, -heit,

-schaft of -ung eindigen



- bij de meeste ‘het’ woorden in het Nederlands

Zoals: het kind, het geld


- bij verkleinwoorden: eindigend op –chen of –lein

- bij meervoud / meerdere personen of dingen

Kanninchen

Kind

Stier

Lehrerin

Der, die of das?

















Dagen, dagdelen & kloktijden

Werkwoorden

Vraagwoorden




Samenwerkregels

Luisteren naar elkaar

Ziet eruit als:

  • stil zijn als de ander praat

  • elkaar aankijken tijdens een gesprek


Actief meedoen/betrokken zijn

Ziet eruit als:

  • dicht bij elkaar zitten

  • luisteren naar elkaar

  • meedenken met elkaar/ideeën aandragen


Respect voor elkaar

  • Elkaar netjes aanspreken

  • Op normaal volume met elkaar overleggen

  • Bij elkaar blijven zitten


Lidwoorden

7

minute

00

second

Kahoot

Lernziel

Aan het einde van de les… kun je minimaal 2 zinnen vormen waarin je gebruikt maakt van een werkwoord, een vraagwoord, en kloktijden/dagdelen

Formuleer 2 zinnen waarin je gebruik maakt van een werkwoord, vraagwoord, kloktijden/dagdelen

Bijv. Am Morgen um 8 Uhr gehe ich zur Schule & Was machst du Morgen um 7 Uhr?