Willkommen!
Willkommen!
Planung
Wiederholung: wie war es noch mal?
Zusammen üben
Quiz
Reflectie
Lernziel
Aan het einde van de les… kun je minimaal 2 zinnen vormen waarin je gebruikt maakt van een werkwoord, een vraagwoord, en kloktijden/dagdelen
Wiederholung: Wie war es noch mal?
Werkwoorden vervoegen (feesttenten)
Vraagwoorden
Hoofdlettergebruik
Haben & sein
Dagen en dagdelen benoemen
Kloktijden
Lidwoorden (der, die, das, ein, eine)
Werkwoorden / feesttenten: was wisst ihr noch?
Werkwoorden / feesttenten
+
Ich- ik +e
Du- jij +st
Er/sie/es- hij/zij/het +t
Wir- wij +en
Ihr- jullie +t
Sie/sie- u/zij +en
(fe)
Uitzondering: Als de stam op een –d of –t eindigt
Maak zelf 2 zinnen: 1 met de ‘normale’ feesttenten regel, 1 met de uizonderingsregel (bijv. kaufen & reden)
Vraagwoorden: welche wisst ihr noch?
Vraagwoorden
Wer
Wie
Was
Wo
Wohin
Wann
Warum
Wovon
Formuleer zelf 2 vragen met 2 verschillende vraagwoorden (bijv. hoe heet je, waar kom je vandaan)
Zelfstandig naamwoorden: was wisst ihr noch? waarom zijn ze bijzonder?
Mensen
Dieren
Dingen
Hoofdlettergebruik:
Bij ieder zelfstandig naamwoord
Oefensheet Hoofdletters andere voorbeeldzinnen formuleren
ich liebe meinen opa und oma
2. ich habe zwei haustiere: takkie und siepie
3. heute abend essen wir einen pizza
Haben & Sein
Wat is er zo bijzonder aan deze 2 werkwoorden?
Haben & sein
Maak 2 zinnen: 1 met ‘haben’ en 1 met ‘sein’
Dagen / dagdelen
Welke regels gelden er? (am/im)
Vergelijkbaar met ’op’ en ‘in’
Dagen / dagdelen aangeven
…Uhr
Viertel nach…
Viertel vor…
Halb…
… nach …
… vor …
… nach …
… vor …
Kloktijden
Kies het juiste antwoord
Im Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen
Auf Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen
Am Dienstag um 19 Uhr gehe ich Fußball spielen
Am Dienstag auf 19 Uhr gehe ich Fußball spielen
Geslachtsbepaling:
hoe zat het ook alweer?
der
das
die
die
eine
Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
ein
ein
keine
Geslachtsbepaling
Mannelijk (der)
Onzijdig (das)
Vrouwelijk (die)
Meervoud (die)
- bij mannelijke personen, dieren & beroepen
Zoals: stier, man, oom
- bij vrouwelijke personen, dieren & beroepen
Zoals: koe, prinses, moeder
- bij de meeste woorden die in het Duits op –e, -heit,
-schaft of -ung eindigen
- bij de meeste ‘het’ woorden in het Nederlands
Zoals: het kind, het geld
- bij verkleinwoorden: eindigend op –chen of –lein
- bij meervoud / meerdere personen of dingen
Kanninchen
Kind
Stier
Lehrerin
Der, die of das?
Dagen, dagdelen & kloktijden
Werkwoorden
Vraagwoorden
Samenwerkregels
Luisteren naar elkaar
Ziet eruit als:
stil zijn als de ander praat
elkaar aankijken tijdens een gesprek
Actief meedoen/betrokken zijn
Ziet eruit als:
dicht bij elkaar zitten
luisteren naar elkaar
meedenken met elkaar/ideeën aandragen
Respect voor elkaar
Elkaar netjes aanspreken
Op normaal volume met elkaar overleggen
Bij elkaar blijven zitten
Lidwoorden
minute
second
Kahoot
Lernziel
Aan het einde van de les… kun je minimaal 2 zinnen vormen waarin je gebruikt maakt van een werkwoord, een vraagwoord, en kloktijden/dagdelen
Formuleer 2 zinnen waarin je gebruik maakt van een werkwoord, vraagwoord, kloktijden/dagdelen
Bijv. Am Morgen um 8 Uhr gehe ich zur Schule & Was machst du Morgen um 7 Uhr?