2 Havo HST 1 onderzoeken

hst 1: Natuur-en scheikunde doen
1 / 48
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

hst 1: Natuur-en scheikunde doen

Slide 1 - Slide

2 Havo Nask 
M.Boon: bon

Slide 2 - Slide

 lesplan 1
  • korte kennismaking 
  • afspraken  
  • introductie op hst 1

Slide 3 - Slide

Belangrijke afspraken vooraf:
- Altijd: schrift,  boek, opgeladen chromebook, rekenmachine + geo , 
- hw in som, materialen en opdrachten in classroom (accepteer uitnodiging)
-  lessen veel via lessonup noteer de code van jouw klas nu!!!
maken: iedereen alle vragen zonder symbool en daarnaast kies je voor: 
* extra oefening = bolletjes opdrachten
   of 
*  meer uitdaging = sterretjes opdrachten
-  zelf nakijken en verbeteren of aanvullen


Bij uitdaging sla je bolletjes opdr over

Starter ik lees voor en dan vraag klassikaal stellen denk ff 

dan les geven, zij werken en dan nabespreken 


Slide 4 - Slide

Nask waar denk je aan

Slide 5 - Mind map

Zelfstandig werken+ hw:

  • hst 1.1 goed lezen en maken
  • Voor iedereen:Alle vragen zonder symbool maken (1,4,5,7 en 8)
                                                   +
Daarnaast kies je voor extra oefening (als je het lastig vind alle opdrachten met een bolletje dus ) opg 2 en 3


Of ....als je dit makkelijk afging maak je de opdrachten met een sterretje voor extra uitdaging dus opgave 6,9 en 10



Iedereen maakt dus 7 of 8 opdrachten.




Slide 6 - Slide

natuurwetenschappen
Scheikunde:
bestuderen van stoffen, bekijken of ze kunnen veranderen in andere stoffen b.v. door ze samen te voegen of te verhitten. Als stoffen blijvend veranderen is het een (chemische) reactie .

Biologie: bestuderen van levende natuur, mensen, dieren en planten.

Natuurkunde: is het bestuderen van verschijnselen in de natuur
 zoals: licht, geluid, elektriciteit, weer, bewegen enz

vaak overlappen deze vakgebieden elkaar

Slide 7 - Slide

Les 2 Het practicumlokaal
  • Vragen hw? + korte overhoring
  • Uitleg practicum lokaal
  • Opgave maken
  • Afsluiten

Slide 8 - Slide

Het practicumlokaal 

Slide 9 - Slide

Veiligheidsregels
- Luister goed naar je docent/TOA en houd je exact aan de opdracht;
- Draag labjas, veiligheidsbril als je werkt met vuur of gevaarlijke stoffen;
- Lang haar in een staart als je werkt met vuur of gevaarlijke stoffen.
- Niet rennen, stoeien of vechten! Blijf op je eigen plek.
- Geen tassen in het lokaal bij practicum (alleen pen en boek)
- Er wordt nooit gegeten of gedronken in het lokaal.
- Proef nooit van een stof en raak het ook nooit zomaar aan.
- Waarschuw docent/ TOA als er iets mis gaat maar blijf vooral....RUSTIG

Slide 10 - Slide

Veiligheidsvoorzieningen in het lokaal
  1. labjas: katoenen jas om je kleren te beschermen.
  2. veiligheidsbril: bril om je ogen te beschermen.
  3. blusdeken: om kleine brand te blussen of als
    de kleren van iemand branden.
  4. brandblusser: blussen grotere brand
    Niet bij personen gebruiken.
  5. noodstop: sluit water, gas en stroom af 


3
2
1
4
5

Slide 11 - Slide

Veiligheidsvoorzieningen in het lokaal
  • 7. nooddouche: daar ga je onder staan als je een 
bijtende stof op je huid of kleren hebt gekregen.
(wij hebben géén afvoer dus wat je op volgende slide
ziet NOOIT zomaar doen want dat is een dure grap)

  • 8. oogdouche: fonteintje om je ogen te spoelen als 
je daarin een bijtende stof hebt gekregen.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Veiligheidspictogrammen
kan makkelijk in brand vliegen als er vuur is of in contact met iets heets
kan exploderen door harde klap, vuur of hoge temperatuur
toxisch/giftig is bij kleine hoeveelheden al dodelijk of gevaar gezondheid
irriterend of schadelijk bij contact met ogen/huid
stof is schadelijk voor dieren en/of planten 
corrosief/bijtend stof kan ernstige brandwonden of oogletsel veroorzaken en/of  sommige metalen aantasten

Slide 14 - Slide

Zelfstandig werken+ hw:

  • hst 1.2 goed lezen en maken
  • Voor iedereen:Alle vragen zonder symbool maken (11,12,14,16,17,18)
                                                   +
Daarnaast kies je voor extra oefening (als je het lastig vind alle opdrachten met een bolletje dus ) opg 13 en 15


Of ....als je dit makkelijk afging maak je de opdrachten met een sterretje voor extra uitdaging dus opgave 19



Iedereen maakt dus 7 of 8 opdrachten.




Slide 15 - Slide

1.3 Grootheden, eenheden en meetinstrumenten 
  • Vragen hw?  opg 11 samen doen in lok 0.21 of 0.23 
  •  Herhaling en oefeningen grootheden en eenheden
  • Welk meetinstrument gebruik je?
  • Wat betekent analoog en digitaal
  • Onderdompelmethode
Meten is weten 

Slide 16 - Slide

1.3 Grootheden, eenheden en meetinstrumenten
Grootheden zijn dingen die je kunt meten met een meetinstrument

b.v.          Lengte/ afstand





 

Slide 17 - Slide

Welke andere grootheden ken je al?

Slide 18 - Mind map

1.3 Grootheden, eenheden en meetinstrumenten
Grootheden zijn dingen die je kunt meten met een meetinstrument

b.v.          Lengte, massa, temperatuur, oppervlakte, tijd of snelheid


afkorting:             ,            ,               ,                        ,         of  

Eenheden maat waarin je meet, noteer je achter de gemeten waarde
b.v.             Meter, kilogram, graden Celsius enz. 
afkorting:              ,              ,     

 
Internationale afspraken-> SI stelsel

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Voorvoegsels van eenheden 
  • Als een gemeten waarde erg groot is, of juist heel klein is het handiger om gebruik te maken van voorvoegsels zodat je met een kleiner getal dezelfde waarde kunt noteren 
  • B.v. 1500 m = 1,5 kilometer of 1,5 km

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Ezelsbruggetje

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Zelfstandig werken+ hw:

  • hst 1.3 goed lezen en maken
  • Voor iedereen:Alle vragen zonder symbool maken 24,25,26,28 
                                                   +
Daarnaast kies je voor extra oefening (als je het lastig vind alle opdrachten met een bolletje dus )  opg 22 en 23

Of ....als je dit makkelijk afging maak je de opdrachten met een sterretje voor extra uitdaging dus opgave 33

Iedereen maakt dus 5  of 6 opdrachten.




Slide 25 - Slide

1.3 en 1.4 Meten is weten
  • Vragen hw?  
  • Wat betekent analoog en digitaal
  • Onderdompelmethode
  • Experimenteren (2H3 filmpje ig Nobel kijken
    indien tijd genoeg?)

Slide 26 - Slide

Onderdompelmethode: volume bepalen onregelmatig voorwerp
Let op:  het volume verschil is in mL maar het volume van het voorwerp meet je in cm3
(je moet dus nog omrekenen)
1mL =1cm
3

Slide 27 - Slide

Meetinstrument
Je meet een grootheid altijd met een passend meetinstrument.

Voor iedere klus is er het juiste meetinstrument


Slide 28 - Slide

Gewicht, lengte en oppervlakte zijn
A
eenheden
B
grootheden

Slide 29 - Quiz

Grootheid
Eenheid
kilogram
T
Massa
centimeter
kubieke meter
Oppervlakte

Slide 30 - Drag question

Zelfstandig werken+ hw: voor a.s. donderdag

  • Leren 1.4 en afmaken voor iedereen: 42,43,46
als je het moeilijk vindt maak je 44 ook

als je het makkelijk vindt maak je 45 ook



Verder: goed lezen 1.5 en maken 48 t/m50





Slide 31 - Slide

1.4 + 1.5 Onderzoeken en ontwerpen
Wat je moet leren/weten/toepassen?
  • De stappen van de onderzoekscyclus (her)kennen en kunnen benoemen
  • Het verschil tussen waarnemingen en conclusie kennen en kunnen toepassen.
  • Resultaten in een tabel kunnen verwerken
  • De resultaten van een tabel in een grafiek of in een diagram kunnen verwerken en aflezen
  • Weten wat de stappen van de ontwerpcyclus zijn

Slide 32 - Slide

1.4  Onderzoeken
  • onderzoeken doe je door proeven/experimenten te doen
  • veel ontdekkingen ontstaan door toeval
  • omdat mensen dingen hebben waargenomen
    waardoor ze nieuwsgierig werden
  • waarnemen doe je met je zintuigen
  • een proef/experiment begint altijd met een
     goede onderzoeksvraag/doel van de proef
  • en eindigt met een conclusie

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Stappenplan wetenschappelijk onderzoek:
  1. Situatie verkennen= nieuwsgierigheid door waarnemingen
  2. Onderzoeksvraag/doel van de proef: wat wil je onderzoeken?
  3. Werkplan:welke spullen nodig en hoe ga je onderzoek aanpakken?
  4. Uitvoering: is gegevens verzamelen dus waarnemen/meten en noteren
  5. Resultaten uitwerken: 
    - bij natuurkunde je metingen uit de tabel
    omzetten in een grafiek 
    - bij scheikunde je waarnemingen bekijken
    om een verband te ontdekken
  6. Conclusie: met behulp van de theorie
    en je waarnemingen 
    geef je antwoord op
    de onderzoeksvraag
     
  7. Onderzoek presenteren: in een verslag

Slide 35 - Slide

   - wat gebeurt er?
   - waar/wanneer gebeurt het?
   - met welke stof? 
  • objectief (dus niet: het ruikt vies/ het smaakt lekker, dat zijn meningen)
    maar bijvoorbeeld zo: als je vloeibaar en kleurloos eiwit verhit wordt het een witte en vaste stof
Het ziet er vies uit =           noteer altijd duidelijk waar het over gaat
Waarnemen: doe je met je zintuigen en/of meetinstrumenten
  • noteer zo zorgvuldig mogelijk: de 3 W's:

Slide 36 - Slide

meetresultaten verwerken 

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

1.5 Ontwerpcyclus

Slide 39 - Slide

1.5 Ontwerpcyclus
  1. analyseren behoefte: wat moet het product kunnen?
  2. opstellen eisen b.v.:  materiaal is niet-giftig, stevig, doorzichtig, kan  stroom geleiden, is niet te zwaar, makkelijk vervormbaar enz. 
  3. bedenken en verkennen: welke materialen zouden geschikt zijn
  4. uitgewerkt ontwerp
  5. prototype (= proefversie)
  6. testen prototype
  7. evalueren en eventueel aanpassen ontwerp

Slide 40 - Slide

Zelfstandig werken+ hw:

  • controleer je antwoorden (in de classroom) en werk daarna verder aan:
  • 1.5 opg 50 t/m53




hw voor vandaag was: 
Leren 1.4 en afmaken voor iedereen: 42,43,46
als je het moeilijk vindt maak je 44 ook
als je het makkelijk vindt maak je 45 ook
én:  goed lezen 1.5 en maken 48 t/m50

Slide 41 - Slide

afronding hst 
Wat zit er al goed in?

                     En wat nog niet?
samen 54

daarna maken 56 t/m 63
daarna quiz als afsluiting


Slide 42 - Slide

Kracht is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 43 - Quiz

Snelheid is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 44 - Quiz

Meter is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 45 - Quiz

Tijd en lengte zijn allebei
A
tijd
B
meetinstrument
C
grootheden
D
eenheden

Slide 46 - Quiz

Welke grootheden en eenheden horen bij elkaar?
gewicht
inhoud
Lengte
cm
liter
mg

Slide 47 - Drag question

Bij grootheden kun je verschillende eenheden gebruiken. 
Sleep de juiste eenheid naar de grootheden.
Lengte van een baby
De snelheid van een auto
De hoogte van een kerktoren
De inhoud van een emmer
De tijd die je nodig hebt om te douchen
meter
minuten
centimeter
uren
km/u
kilometer
°C
liter

Slide 48 - Drag question