Bestrijdingsmethoden

Bestrijdingsmethoden 
In elke teelt last van ongewenste invloeden.
Elke plaag heeft zijn eigen manier van bestrijden.
Vaak ook verschillende manieren van bestrijden.
1 / 38
next
Slide 1: Slide
gewasbeschermingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 9 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bestrijdingsmethoden 
In elke teelt last van ongewenste invloeden.
Elke plaag heeft zijn eigen manier van bestrijden.
Vaak ook verschillende manieren van bestrijden.

Slide 1 - Slide

Noem verschillende manieren om onkruid te bestrijden:

Slide 2 - Mind map

Noem verschillende manieren om aaltjes te bestrijden.

Slide 3 - Mind map

2.1 Mechanische bestrijding.

= bestrijding door middel van machine, werktuig of val.

Onkruidbestrijding vaak door middel van machines.

Bestrijden van schadelijke dieren, insecten, virussen en schimmels: Lijmplaten, weghalen van zieke planten, selecteren, wegvangen van dieren.

Slide 4 - Slide

noem een apparaat om mechanisch onkruid te bestrijden.

Slide 5 - Mind map

Noem een nadeel van mechanische bestrijding

Slide 6 - Mind map

Noem een voordeel van mechanische bestrijding.

Slide 7 - Mind map

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Geef twee voorbeelden van mechanische bestrijding op je stagebedrijf.

Slide 12 - Open question

Kun je voorbeelden verzinnen van fysische bestrijding?

Slide 13 - Mind map

 fysische bestrijding


= bestrijding waarmee je gebruik maakt van een natuurlijk principe.

Denk hierbij aan warmte, zuurstofarm maken, UV licht, ozon.

Slide 14 - Slide

"kook"ketel voor warmwaterbehandeling.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Chemische bestrijding.
= het toepassen van chemische middelen tegen onkruiden, ziekten en plagen.

Slide 18 - Slide

Noem 4 groepen van chemische bestrijdingsmiddelen.

Slide 19 - Open question

Slide 20 - Video

Noem een voordeel van chemische gewasbescherming

Slide 21 - Mind map

Noem een nadeel van Chemische gewasbescherming.

Slide 22 - Mind map

Als een schimmel resistent is voor een middel, dan
A
Werkt het middel niet meer tegen deze schimmel.
B
werkt het middel alleen maar tegen deze bepaalde schimmel
C
is een lage dosering al voldoende om de schimmel te doden.
D
Moet de schimmel het middel opnemen voor een goede werking.

Slide 23 - Quiz

Als ik deze middelen gebruik heb ik veel emissie. Wat bedoel ik daarmee?
A
Dat het slecht voor mijn gezondheid is.
B
Er komt veel middel buiten het perceel, door afspoeling of drift.
C
Dat ik veel middel overhoudt.
D
Er blijven veel restanten middel achter op mijn gewas.

Slide 24 - Quiz

Deze middelen zijn niet selectief. Dat wil zeggen dat deze middelen;
A
Iedereen deze middelen mag gebruiken.
B
Een beperkt aantal soorten aanpakt.
C
Ze zowel tegen schimmels, onkruiden als insecten helpen
D
Een breed aantal soorten van een groep aantasters aanpakt.

Slide 25 - Quiz

Biologische bestrijding.
= Het werken met natuurlijke vijanden tegen een plaag of aantasting.

Slide 26 - Slide

Noem een voorbeeld van biologische bestrijding:

Slide 27 - Mind map

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Biologische bestrijding

Andere vormen van biologische bestrijding zijn:

- Insecten vangen m.b.v. feromoonvallen.

- Grond ontsmetten m.b.v. biofumigatie of het inzaaien van tagetes (afrikaantjes).

Slide 30 - Slide

welke insecten kun je bestrijden met sluipwesp?

Slide 31 - Open question

Wat zijn feromonen?
A
Insecten die overleven op tagetes.
B
Middelen die het ijzergehalte op peil brengen.
C
Gewasbeschermings middelen tegen holle stelen.
D
Sekslokstoffen

Slide 32 - Quiz

Geintegreerde bestrijding.
= Het combineren van zoveel mogelijke niet chemische preventieve maatregelen, met ald doel zo min mogelijk chemische middelen te gebruiken.

Slide 33 - Slide

Eerste stap is preventie, welke preventieve maatregelen kun je nemen.

Slide 34 - Open question

Stap 2, teelttechnische en cultuurtechnische maatregelen nemen. Welke weet je?

Slide 35 - Open question

Stap 3, een beslissingsondersteunend systeem raadplegen. Wat is dit?

Slide 36 - Open question

Stap 4 en 5 chemische en niet chemische bestrijding.


Mocht er toch een aantasting optreden, dan probeer je dit eerst biologisch op te lossen. Lukt dat niet dan ga je over op chemische bestrijding.

Slide 37 - Slide

Zet in de juiste volgorde:
a. chemische gewasbescherming. b. B.O.S. c. niet chemische gewasbescherming. d. preventieve maatregelen e. teelt- en cultuur-technische maatregelen.

Slide 38 - Open question