les 3 periode 1

1 / 87
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 87 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 1 
  • Thema:verteringsstelsel, voedingsmiddelen
  • Benodigde lesmaterialen:
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
stofwisseling
verbranding 
ademhalingsstelstel ademhalen 
voedingsmiddelen vertering 
vertering  verteringstelstel 
gezonde voeding 
bloed bloedsomloop 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 2
  • Thema:verteringsstelsel, voedingsmiddelen
  • Benodigde lesmaterialen: meester joost, cornell methode
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Week 11
het hart 
uitscheiding nieren longen en huid
...
...
...

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Terugblik opdracht

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
R Je kunt rekenen met grootheden en eenheden: – eenheid aangeven bij gemeten of berekende grootheid

R: Je benoemt de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en de belangrijkste functies voor het lichaam

Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 10 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Orgaanstelsels 
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel

Functionele verbanden

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Voeding en vertering
Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
Het verteringsstelsel
De organen voor vertering
Gezonde voeding
 Voedselbederf
Voeding/vertering bij zoogdieren

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

 voedingsmiddelen en voedingstoffen

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Waar dienen voedingstoffen voor?
brandstof
reserve stof
bouwstof
beschermende stof

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Waar dienen de voedingstoffen voornamelijk voor?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten
Eiwitten dienen als bouwstoffen en brandstoffen. 

Ze zitten veel in vlees, vleesvervangers en eieren.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Koolhydraten
Koolhydraten dienen als brandstof, maar worden soms gebruikt als bouwstof of reservestof.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Vetten
Vetten zijn een hele goede brandstof, maar worden snel opgeslagen als reservestoffen.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Water
Water is de belangrijkste bouwstof voor het lichaam en water speelt een belangrijke rol bij het vervoeren van andere stoffen in het lichaam.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Water
Water heeft vier functies in het lichaam:

  1. Het regelt de temperatuur in je lichaam.

  2. Je hebt water nodig als bouwstof om cellen in je lichaam te maken.

  3. Water lost veel voedingsstoffen, afvalstoffen en gassen op.

  4. Het water vervoert deze stoffen door het lichaam (via de bloedvaten).

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Je kunt niet lang                                      maximaal 3 - 7 
zonder water!                                            dagen

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Mineralen
Mineralen in ons lichaam zijn vooral bouwstoffen en beschermende stoffen. Het zijn zouten, bijvoorbeeld Calcium (voor je botten) of Natrium.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Vitaminen
Vitaminen zijn de belangrijkste beschermende stoffen. 
Er zijn er erg veel en zorgen dus dat je gezond blijft.
A, B, C, D en K. 

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

, D en K

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Vitaminen
Vitaminen zijn de belangrijkste beschermende stoffen. 
Er zijn er erg veel en zorgen dus dat je gezond blijft.
A, B, C, D en K. 

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

essentiële en niet-essentiële
essentiele voedingsstoffen zijn onmisbaar (kan je lichaam niet zelf maken) 

niet-essentiële voedingstoffen kan je lichaam wel zelf maken.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Plantaardig

Dierlijk

Slide 44 - Drag question

Alle producten die je eet en drinkt noem je voedingsmiddelen. Deze kunne plantaardig of dierlijk zijn. 
Bouwstoffen worden gebruikt om...

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Brandstoffen
Bouwstoffen
Reservestoffen
Beschermende stoffen
Zorgen ervoor dat je niet ziek wordt
Niet direct nodig, worden opgeslagen in lichaam
Leveren energie, nodig voor verbranding
Nodig voor groei, ontwikkeling en herstel bij schade, om nieuwe cellen en weefsels te maken

Slide 46 - Drag question

This item has no instructions

In deze voedings-middelen zitten vooral:
A
Koolhydraten
B
Vetten
C
Eiwitten
D
Water

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Wat is verbranding?
A
Een reactie tussen brandstof en koolstofdioxide
B
Een reactie tussen brandstof en water
C
Een chemische reactie
D
Energie verbruiken

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Waar in het lichaam vindt verbranding plaats?
A
Alleen in de spiercellen
B
In alle levende cellen van het lichaam
C
Alleen in het verteringsstelsel
D
In de spiercellen en dan wordt de energie vervoerd naar de rest van het lichaam

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Waar komt energie vandaan?
A
Uit jouw lichaam
B
Uit jouw eten
C
Uit jouw cellen
D
Uit het water

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor de voedingsstoffen in jouw lichaam?
A
Ademhalingsstelsel
B
Spierstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Uitscheidingsstelsel

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Welk orgaanstelsel zorgt voor zuurstof in jouw lichaam
A
Spierstelsel
B
Uitscheidingsstelsel
C
Verteringsstelsel
D
Ademhalingsstelsel

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 53 - Drag question

This item has no instructions

Orgaanstelsels 
  1. Verteringsstelsel
  2.  Bloedvatenstelsel
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel

Functionele verbanden

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

1 Het Verteringsstelsel -verstikking





oppervlaktevergroting 


Slide 55 - Slide

This item has no instructions

enzymen





het verteringsstelsel


Slide 56 - Slide

This item has no instructions

emulgeren





darmperistaltiek


Slide 57 - Slide

This item has no instructions

darmplooien


opdracht:


Slide 58 - Slide

This item has no instructions

In deze voedings-middelen zitten vooral:
A
Koolhydraten
B
Vetten
C
Eiwitten
D
Water

Slide 59 - Quiz

This item has no instructions

In deze voedings-middelen zitten vooral:
A
Koolhydraten
B
Vetten
C
Eiwitten
D
Water

Slide 60 - Quiz

This item has no instructions

In deze voedings-middelen zitten vooral:
A
Koolhydraten
B
Vetten
C
Eiwitten
D
Water

Slide 61 - Quiz

This item has no instructions

Voedingsstof & voedingsmiddel
Voedingsmiddel: alles wat je eet en drinkt.
Voedingsstoffen: de bruikbare bestanddelen uit voedingsmiddelen.

Je lichaam heeft voedingsstoffen nodig om zichzelf in leven te kunnen houden.


Slide 62 - Slide

This item has no instructions

Voedingsstoffen
Energierijke stoffen (brandstoffen):
Vetten en koolhydraten 
(suikers, zetmeel). Eiwitten kan je ook verbranden.
Bouwstoffen:
vooral water, mineralen, eiwitten
Beschermende stoffen:
vitaminen en mineralen
Als je teveel koolhydraten en vetten eet --> opgeslagen als reservestof

Slide 63 - Slide

Beschermende stoffen helpen ziekten te voorkomen
Koolhydraten
Voorbeelden:
  • Glucose 
  • Zetmeel
  • Glycogeen
 Vooral brandstof.

Teveel koolhydraten?
 --> dan opgeslagen als reservestof. Kan ook  gebruikt worden als bouwstof.

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

Verbranding van glucose:


Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Welke orgaanstelsels spelen een rol bij verbranding?
wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 66 - Drag question

This item has no instructions

Teveel glucose in het bloed
Start

Slide 67 - Slide

This item has no instructions

Te weinig glucose in het bloed
Start

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

Insuline
  • Teveel glucose in je bloed        --> insuline wordt gemaakt door de alvleesklier


  • Glucose-gehalte gaat omlaag.
  • Glucose wordt in de vorm van glycogeen opgeslagen in de lever en spieren. 

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Glucagon
  • Als je te weinig glucose in je bloed hebt wordt het hormoon glucagon door de alvleesklier afgegeven --> zorgt ervoor dat glycogeen uit de lever en de spieren wordt omgezet in glucose --> de hoeveelheid suiker (glucose) in je bloed wordt hoger.
          

Slide 70 - Slide

This item has no instructions

Glucosegehalte stijgt:
- Veel glucose in je bloed na een maaltijd
- Alvleesklier produceert insuline
- Insuline zorgt voor de opslag van glucose: glucose wordt omgezet in glycogeen
- Glycogeen wordt opgeslagen in de lever en spieren
- Glucosegehalte in het bloed daalt.




Glucose gehalte daalt:
- Weinig glucose in het bloed
- Alvleesklier maakt het hormoon glucagon aan
- Glucagon zet glycogeen weer om in glucose
- De glucose wordt afgegeven aan het bloed
- Glucosegehalte in het bloed stijgt


Slide 71 - Slide

This item has no instructions

Eiwitten
Nodig voor bijvoorbeeld:
  • Vorming cytoplasma
  • Opbouw spieren

Teveel eiwitten?
 --> dan brandstof 
of opgeslagen als reservestof.

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Vetten
Voorbeelden:
  • Glucose 
  • Zetmeel
  • Glycogeen
 Vooral brandstof.

Teveel vetten?
 --> dan opgeslagen als reservestof. Kan ook gebruikt worden als bouwstof

Slide 73 - Slide

This item has no instructions

Vetten
  • Verzadigde vetten - dierlijke vetten (Vlees, eieren, melkproducten)

  • Onverzadigd - plantaardige vetten (noten, zaden)

Verzadigd = Verkeerd
Onverzadigd = O
Leveren energie en vit. A, D, E

Slide 74 - Slide

This item has no instructions

Water
  • Water is een belangrijkste bouwstof voor het lichaam
  • Lichaam volwassenen bestaat voor ongeveer 60% uit water.
  • Nodig voor vervoer van stoffen
  • Veel water in bloed en cytoplasma  

Slide 75 - Slide

This item has no instructions

Vitaminen en mineralen (zouten)
Voorbeeld van mineralen:
calcium (kalk), fluoride, ijzer, natrium, kalium, 
magnesium
Voorbeeld van vitaminen:
A, B, C, E, K en D 
Bouwstoffen en beschermende stoffen.
Van te weinig of juist teveel vitaminen binnenkrijgen kan je ziek worden.
Vitamine A --> voor opbouw van je huid en om goed te kunnen zien
Vitamine D --> voor het vastleggen van kalk in je botten. Wordt aangemaakt in je huid o.i.v. (onder invloed van) zonlicht.
Kalk is een bouwstof --> bouw botten
Minaralen zijn ook beschermende stoffen om je gezond te houden. 

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

Voedingsvezels



  • Geen voedingsstof 
  • Stimuleert de darmen
  • Voorkomt obstipatie (verstopping)
  • Zit in de celwand van planten,                                         dus in plantaardige voedingsmiddelen
  • Zorgen voor een verzadigd gevoel
  • Voedingsvezels worden zelf niet verteerd

Slide 77 - Slide

This item has no instructions

Voedingsvezels (= geen voedingsstof!)

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

(niet) Essentiële voedingsstoffen
Essentiële voedingsstoffen: 
Voedingsstoffen die het lichaam niet zelf kan maken. Bijvoorbeeld:
  • Vitamine C
  • Bepaalde bouwstenen van eiwitten --> aminozuren
  • Sommige bouwstenen van vetten --> bepaalde onverzadigde vetten zoals linolzuur 
Niet essentiële voedingsstoffen: 
Voedingsstoffen die het lichaam zelf kan maken. Bijvoorbeeld: 
  • Bepaalde aminozuren en de meeste vetten.  

Slide 79 - Slide

This item has no instructions

Zet de voedingsmiddelen bij de juiste voedingsstoffen.
Brandstoffen
koolhydraten en vetten
Bouwstoffen
eiwitten en water
Beschermstoffen
vitaminen en mineralen

Slide 80 - Drag question

This item has no instructions

Vul de tabel over twee voedingsstoffen in door aan te geven wat voor soorten voedingsstoffen ze zijn
Voedingsstoffen
Brandstof
Bouwstof
Reserve
stof
Beschermende stof
Koolhydraten
Mineralen
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee

Slide 81 - Drag question

This item has no instructions

Practica leerjaar 2
 Les 1 glucose aantonen, zetmeel aantonen, eiwitten aantonen
Les 2 Glucose, zetmeel en eiwitten in voedingsmiddelen
Les 3 de invloed van speeksel op zetmeel
Les 4 de invloed van temperatuur op de werking van zetmeel
Les 5 hoe gezond is eten, lekker en gezond
Les 6 verschillende tanden en kiezen
Les 7 : boek opdracht 1.7 het gebruiken en maken van een determineersleutel tm 1.7.3  determinatietabel. 
Les 8  onderzoek doen, boek doen we practicum deel 1, veilig werken 1.1 tm 1.5
Les 9: onderzoek doen, boek doen we practicum deel 1, veilig werken 1.1 tm 1.5
Les 10  1.61. practicum hooi-infuus
Les 11: 1.6.2 practicum korstmossen


Slide 82 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Practica leerjaar 3
Les 1 : boek opdracht 1.7 het gebruiken en maken van een determineersleutel tm 1.7.3 determinatietabel.
Les 2 onderzoek doen, boek doen we practicum deel 1, veilig werken 1.1 tm 1.5
Les 3;  onderzoek doen, boek doen we practicum deel 1, veilig werken 1.1 tm 1.5
Les 4:  1.61. practicum hooi-infuus
Les 5: 1.6.2 practicum korstmossen
les 6: boek doen we practicum technische vaardigheden  hoofdstuk 2
les 7: boek doen we practicum technische vaardigheden  hoofdstuk 2
les 8: boek doen we practicum enkele praktische toepassingen 
les 9: boek doen we practicum enkele praktische toepassingen 
les 10: boek doen we practicum hoofdstuk 5 
les 11: boek doen we practicum hoofdstuk 5 

Slide 83 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Terugkijken 
op de leerdoelen
R Je kunt rekenen met grootheden en eenheden: – eenheid aangeven bij gemeten of berekende grootheid

R: Je benoemt de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en de belangrijkste functies voor het lichaam

Slide 84 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • Verteringsstelsel
  • Voedingsstoffen
  • Eiwitten
  • Koolhydraten
  • Vetten
  • Enzymen
  •  Vertering
  • Opname

Slide 85 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 86 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 87 - Slide

This item has no instructions