werken met grootheden en eenheden; (opdracht 58 t/m 60)
significante cijfers gebruiken bij het afronden; (opdracht 61 t/m 65)
rekenen met dichtheid. (opdracht 66 t/m 73)
Slide 2 - Slide
SI-eenheden
In het Internationaal stelsel van eenheden (SI) zijn een aantal standaard eenheden afgesproken:
De standaardeenheden kunnen worden vergroot met verschillende factoren (zie Binas tabel 2), zoals: kilo (103), mega (106), milli (10-3).
Slide 3 - Slide
Eenheden omrekenen
Hoeveel gram komt overeen met 0,32 kg?
Hoeveel mL komt overeen met 1 m3?
Hoeveel mg/dm3 komt overeen met 0,023 kg/m3?
Slide 4 - Slide
Significante cijfers Numerieke data
Wiskunde is gebaseerd op getallen
Exacte getallen komen uit:
Tellen
Definities
Wetenschap is gebaseerd op metingen
Alle metingen hebben:
Grootte
Eenheid
Nauwkeurigheid
Slide 5 - Slide
Aflezen
Slide 6 - Slide
Meetwaarden
Meetwaarden nooit volledig nauwkeurig
Onnauwkeurigheden treden op bij - aflezen - niet perfect glaswerk - onnauwkeurige maatverdeling - etc
Meetwaarden zijn dus geen exacte getallen
Slide 7 - Slide
Significante cijfers
Significante cijfers zijn cijfers die zin hebben.
Hoe meer significante cijfers, hoe nauwkeuriger.
Slide 8 - Slide
Wat zijn significante cijfers
Het aantal significante cijfers van een meetwaarde is de hoeveelheid getallen van deze meetwaarde
Nullen aan het begin van een getal zijn geen significante cijfers
Nullen aan het einde van een getal zijn wel significante cijfers
Slide 9 - Slide
Wat zijn significante cijfers?
Machten van tien doen niet mee
met de significantie cijfers.
Hoe schrijf je de volgende getallen in 2 s.c.?
Slide 10 - Slide
De rekenregels bij significante cijfers!
Slide 11 - Slide
Vermenigvuldigen/delen
Bij vermenigvuldigen en/of delen van meetwaarden moet je het antwoord in net zo veel significante cijfers geven als de kleinste hoeveelheid significante cijfers uit die berekening.
Slide 12 - Slide
Optellen / Aftrekken
Bij optellen en/of aftrekken van meetwaarden moet je het antwoord zoveel cijfers achter de komma geven als de kleinste hoeveelheid decimalen van de meetwaarden uit de berekening
Slide 13 - Slide
Exacte getallen in berekening
Exacte getallen die geen meetwaarde zijn, kan je negeren bij bepaling van significante cijfers
Je verdeeld 33,0 mL gelijk over drie bekerglazen. Hoeveel mL zit er in elk bekerglas?
11,0 mL
Slide 14 - Slide
Tussenantwoorden
Tussenantwoorden schrijf je met één significant cijfer meer als het eind antwoord. Zo voorkom je tijdens een langere berekening afrondfouten en ‘genereer’ je ook geen nauwkeurigheid