H1.5 Dichtheid en significantie

Dichtheid en significantie
1 / 21
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Dichtheid en significantie

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je kunt na afloop van deze les:

  • werken met grootheden en eenheden; (opdracht 58 t/m 60)
  • significante cijfers gebruiken bij het afronden; (opdracht 61 t/m 65)
  • rekenen met dichtheid. (opdracht 66 t/m 73)

Slide 2 - Slide

SI-eenheden
In het Internationaal stelsel van eenheden (SI) zijn een aantal standaard eenheden afgesproken:




De standaardeenheden kunnen worden vergroot met verschillende factoren (zie Binas tabel 2), zoals: kilo (103), mega (106), milli (10-3).
 

Slide 3 - Slide

Eenheden omrekenen
Hoeveel gram komt overeen met 0,32 kg?

Hoeveel mL komt overeen met 1 m3?

Hoeveel mg/dm3 komt overeen met 0,023 kg/m3?

Slide 4 - Slide

Significante cijfers  Numerieke data
Wiskunde is gebaseerd op getallen

Exacte getallen komen uit:
  • Tellen
  • Definities

Wetenschap is gebaseerd op metingen
Alle metingen hebben:
  • Grootte
  • Eenheid
  • Nauwkeurigheid

Slide 5 - Slide

Aflezen

Slide 6 - Slide

Meetwaarden
  • Meetwaarden nooit volledig nauwkeurig
  • Onnauwkeurigheden treden op bij
     - aflezen
    - niet perfect glaswerk
     - onnauwkeurige maatverdeling
    - etc
  • Meetwaarden zijn dus geen exacte getallen


Slide 7 - Slide

Significante cijfers
Significante cijfers zijn cijfers die zin hebben.

Hoe meer significante cijfers, hoe nauwkeuriger.

Slide 8 - Slide

Wat zijn significante cijfers
Het aantal significante cijfers van een meetwaarde is de hoeveelheid getallen van deze meetwaarde
  • Nullen aan het begin van een getal zijn geen significante cijfers
  • Nullen aan het einde van een getal zijn wel significante cijfers

Slide 9 - Slide

Wat zijn significante cijfers?
Machten van tien doen niet mee 
met de significantie cijfers.

Hoe schrijf je de volgende getallen in 2 s.c.?


Slide 10 - Slide


De rekenregels bij significante cijfers!

Slide 11 - Slide

Vermenigvuldigen/delen
Bij vermenigvuldigen en/of delen van meetwaarden moet je het antwoord in net zo veel significante cijfers geven als de kleinste hoeveelheid significante cijfers uit die berekening.

 

Slide 12 - Slide

Optellen / Aftrekken
Bij optellen en/of aftrekken van meetwaarden moet je het antwoord zoveel cijfers achter de komma geven als de kleinste hoeveelheid decimalen van de meetwaarden uit de berekening

Slide 13 - Slide

Exacte getallen in berekening

Exacte getallen die geen meetwaarde zijn, kan je negeren bij bepaling van significante cijfers

Je verdeeld 33,0 mL gelijk over drie bekerglazen. Hoeveel mL zit er in elk bekerglas?

11,0 mL

Slide 14 - Slide

Tussenantwoorden
Tussenantwoorden schrijf je met één significant cijfer meer als het eind antwoord. Zo voorkom je tijdens een langere berekening afrondfouten en ‘genereer’ je ook geen nauwkeurigheid

 

Slide 15 - Slide

Regels voor afronding (blz 221)

Slide 16 - Slide

Dichtheid

Slide 17 - Slide

Dichtheid
dichtheid=​volume​​massa​​
massa=dichtheid⋅volume
volume=​dichtheid​​massa​​
2=​3​​6​​

Slide 18 - Slide

Dichtheid

Slide 19 - Slide

Binas tabellen 8 t/m 12

Slide 20 - Slide

Aan de slag!
HAVO:   1.4 opgaven 45 t/m 59
VWO:    1.5 opgaven 58 t/m 72

Slide 21 - Slide