2mh_les2_week 10_Frankfurt& werkwoord fahren

1 / 27
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

4

Slide 5 - Video

00:15
Het voltooid deelwoord van fahren eindigt op....
A
-d
B
-t
C
-en
D
-dt

Slide 6 - Quiz

00:40
Bij welke persoonsvorm blijft de klinker a
A
du
B
ich
C
er
D
sie

Slide 7 - Quiz

01:07
de uitgangen (esttenten) van fahren zijn ..... aan die van het werkwoord wohnen?
A
ongelijk
B
gelijk

Slide 8 - Quiz

01:33
wat was nog eens de uitzondering bij het werkwoord halten?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Slide

Ich .....fahren (rijden)nach Deutschland.
A
fährst
B
fahre
C
fahrt
D
fahren

Slide 11 - Quiz

Ich .....fahren (rijden)nach Deutschland.
A
fährst
B
fahre
C
fahrt
D
fahren

Slide 12 - Quiz

Wohin (fahren).......du ?
A
fährst
B
fährt
C
fahren
D
fahrst

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

An die Arbeit
onlinemethode: Kapitel 6 Frankfurt - Lektion 1 - Aufgabe 6&7
of
werkboek blz. 93 - Aufgabe 6&7

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Zelfstandig lezen: 
Kapitel 6 Frankfurt - Lektion 1 - Aufgabe 5
of
werkboek blz. 92 - Aufgabe 5

Slide 18 - Slide

Frankfurt heeft meer of minder inwoners dan keulen?
A
meer
B
minder

Slide 19 - Quiz

Frankfurt ligt in het deelstaat
A
Beieren
B
Hessen

Slide 20 - Quiz

Frankfurt heeft de bijnaam Istanbul / Mainhattan
A
Istanbul
B
Mainhattan

Slide 21 - Quiz

Waneer is Goethe geboren?
A
1749
B
1930

Slide 22 - Quiz

De luchthaven van Frankfurt is ........ als die van London
A
kleiner
B
groter

Slide 23 - Quiz

Hoe heet de drukste verkeersknooppunt van Duitsland?

Slide 24 - Open question

Slide 25 - Slide

Was habt ihr heute gelernt?
Schrijf het op in twee zinnen.

Slide 26 - Open question

onlinemethode: Kapitel 6 Frankfurt - Lektion 1 - Aufgabe 8&9

Slide 27 - Slide