2026 Drama les 2: Personages (wie)

Drama les 2: Wie (personages)

Doel van de les: je leert het gebruik van wie, wat en waar. Je past deze toe in de voorbereiding van activiteiten.


  • aanwezigheid

  • studiepunten voor eindopdracht: energizer en activiteit voor de doelgroep kinderen maken



1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDramaMBOStudiejaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides.

Items in this lesson

Drama les 2: Wie (personages)

Doel van de les: je leert het gebruik van wie, wat en waar. Je past deze toe in de voorbereiding van activiteiten.


  • aanwezigheid

  • studiepunten voor eindopdracht: energizer en activiteit voor de doelgroep kinderen maken



Lesplanning

Warming-up: Energizer door studenten

Oefening 1: klap, stap, krab

Oefening 2: hallo mevrouw, dag meneer

Opdracht: Het restaurant

Opdracht: Personage van foto, personagebeschrijving

Opdracht: Scene maken

Eventueel extra opdracht: cluedo

Nabespreken en afsluiten

Warming up: Klap, stap, krab

Maak 2-tallen. Ieder tweetal blijft met elkaar werken, dus er wordt niet gewisseld.

De oefening gaat als volgt: samen tot 3 tellen; dus eerst zegt de één: 1, daarna de ander: 2 en tot slot de ene weer: 3. Dit gewoon volhouden, dus de ander zegt weer: 1, enz.

Als dat lukt, dan een stap verder: De ‘1’ vervangen door in je handen te klappen. De ander zegt weer: 2, dan 3 en dan weer een ‘klap’.

Als dit lukt dan weer een stap verder: De ‘2’ vervangen door te stampen met je rechtervoet.

Als dat lukt nog een stap verder: De ‘3’ vervangen door aan de arm van de ander te ‘krabben’. Probeer het tempo hoog te houden.









Energizer Doelgroepen


Voor welke doelgroep is de energizer bedoeld?


Wat ging er goed?


Wat zou je een volgende keer anders doen?

Oefening: Reuzen, Tovenaars en Elfjes



Met elkaar bedenken we hoe een reus, tovenaar en elfje worden uitgebeeld. We gaan in twee rijen tegenover elkaar. De eerste personen van de rij gaan met de rug naar elkaar toe staan. De docent klapt in haar handen, de student springt om en beeld een reus, tovenaar of elfje uit. De reus wint van de tovenaar (gaat er op staan), de tovenaar wint van het elfje (meer toverkracht) en het elfje wint van de reus (reus kan niet tegen kietelen). Als je af bent, moet je aan de kant gaan zitten. De groep die het langste blijft staan, wint. Wanneer een personage niet goed/onduidelijk wordt uitgebeeld, ben je direct af.

Meet and Greet


De studenten staan tegenover elkaar in evenwijdige rijen, elke rij aan de andere kant van het lokaal, A en B. De docent geeft elke rij een personage. Als de docent het aangeeft, lopen de studenten, met duidelijke fysieke kenmerken passende bij het genoemde personage, naar het midden en ontmoeten elkaar. Ze hebben even een kort gesprek en lopen daarna door naar de andere kant. Deze opdracht wordt verschillende keren herhaald.


Opdracht: Het restaurant

Vier spelers komen op. Zij eten in een restaurant. Eén van de spelers krijgt een eigenschap toegekend. Deze weet hij zelf niet. De anderen moeten zo goed mogelijk aanwijzingen geven om er voor te zorgen dat de speler raadt welke eigenschap hij heeft. Zodra de speler dit doorheeft moet hij proberen zich ernaar te gedragen.


Kies een personage


In de volgende slides staan een aantal foto's van mensen uit de doelgroepen van jullie beroep. Je bekijkt de foto's goed, en zoekt er een uit die je het meeste aanspreekt. 





Personage-opbouw

Je maakt een personagebeschrijving. Hiervoor gebruik je de vragen voor je rolopbouw (zie volgende pagina).

Denk goed na over je personage, en hoe deze in elkaar zit. Je gaat hier straks mee aan het werk.

Scene maken

  • Jullie worden verdeeld in groepjes van 3.

  • Jullie bedenken een scene waar jullie personage in naar voren komt. Jullie maken een duidelijk begin, midden en einde. Het rad bepaalt jullie locatie. De situatie bedenk je zelf.

Text