Het “gereedschap” van een acteur.
Hoe kan een acteur een personage vormgeven in spel:
- Fysiek: lichaamshouding, manier van bewegen
- Mimiek: gezichtsuitdrukking
- Stemgebruik: hoog/laag, tempo, accent, zacht/hard, stiltes, etcetera
Bijvoorbeeld:
Personage: Gerard, een verdrietige, oude man van 85
- Fysiek: Heeft een kromme rug, loopt langzaam omdat zijn knieën zijn versleten. Hij loopt met een wandelstok.
- Mimiek: Hij knijpt met zijn ogen en zijn mondhoeken hangen naar beneden.
- Stem: Hij mompelt binnensmonds en heeft een rokershoestje.