1. Een oneerlijke verdeling

De Franse Revolutie


1. Een oneerlijke verdeling
1 / 39
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Introduction

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen waarom de Franse Revolutie ontstond en op welke manier de eerste fase verliep.

Items in this lesson

De Franse Revolutie


1. Een oneerlijke verdeling

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Beroepen in de 18e eeuw
Kies een van de beroepen:

boer, landarbeider, wijnbouwer, bakker, smid, kleermaker, schoenmaker, pottenbakker, marktkoopman/vrouw, bankier, geldwisselaar, mijnwerker, schrijver, kunstenaar, muzikant, soldaat, onderwijzer, ambtenaar, geestelijke, dokter, apotheker, barbier, vroedvrouw.

Slide 3 - Slide

Welk beroep heb je gekozen?

Slide 4 - Mind map

Leerdoel
Aan het eind van deze les weet je hoe de standensamenleving eruit zag en kun je oorzaken noemen van de Franse Revolutie.

Slide 5 - Slide


L'État, c'est Moi

  • De wil van de koning is wet. Dit noem je absolutisme

  • Lodewijk XIV was een Franse koning met asolute macht. 
  • Deze macht is door god gegeven: droit divin (goddelijk recht)

  • Zo hoeft dus ook niemand aan de koning te twijfelen...

Slide 6 - Slide


De Zonnekoning

  • Lodewijk XIV (1638-1715) was één van de machtigste koningen van Frankrijk. 
  • Hij werd koning toen hij 5 jaar was. Tot zijn 23e werd Frankrijk daarom bestuurd door eerste minister Mazarin.

  • Hij zorgde ervoor dat iedereen naar Lodewijk zou luisteren en dat hij de absolute macht had.
Pak je smartphone of tablet en klik op de link om het paleis van Versailles van binnen te bekijken!

Slide 7 - Slide

Video
Versailles: from Louis XIII to the French Revolution

Slide 8 - Slide

1

Slide 9 - Video

00:05-00:15

Slide 10 - Slide


Standenmaatschappij

  • Sinds de middeleeuwen was de Franse samenleving verdeeld in 3 standen: 'bidders, strijders en werkers'

  • Over deze verdeling kon niet worden getwijfeld: God had dit zo bepaald.

Slide 11 - Slide

De 1e stand
  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. De hoge geestelijken woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De geestelijken bezaten veel grond: het waren grootgrondbezitters

Slide 12 - Slide

De 2e stand

  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. Zij woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De koning vertrouwde hen niet: daarom mochten (moesten!) ze bij hem in de buurt wonen. Zo kon hij ze in de gaten houden.



Slide 13 - Slide

De 3e stand
  • De boeren en de burgers. Eigenlijk iedereen die niet bij de 1e of 2e stand hoorde. Daarom waren er in de 3e stand ook grote verschillen. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie. Dit waren mensen met een eigen bedrijf of een diploma.

  • De 3e stand had alle plichten: zij moesten bijvoorbeeld wél belasting betalen.



Slide 14 - Slide

Leerdoel
Aan het eind van deze les weet je hoe de standensamenleving eruit zag en kun je oorzaken noemen van de Franse Revolutie.

Slide 15 - Slide

Standensamenleving
Bespreek in tweetallen. 
  • Hoe zag de standensamenleving eruit?
  • Bij welke stand hoorde jouw gekozen beroep?

Slide 16 - Slide

Standensamenleving

Slide 17 - Slide

Standensamenleving

1e stand

Geestelijkheid
-bisschoppen vs lagere geestelijken
-bidden zielenheil samenleving
-betaalden amper belasting


2e stand

Adel
-hofadel vs landadel
-fysieke bescherming samenleving
-hielden vast aan privileges; betaalden amper belasting

3e stand

Boeren en burgers
-bourgeoisie vs boeren 
-boeren: pacht, belastingen aan koning en kerk + herendiensten
- bewerken van het land

Slide 18 - Slide

Opdracht
Bespreek in tweetallen: 
  • Welke (voor)rechten en plichten had elke stand?
  • Welke mensen waren het meest ontevreden en waarover?
  • Welke mensen waren het meest tevreden en waarom?
  • Bij welke stand hoort jouw gekozen beroep? 
  • Ben je blij met je keuze? Leg uit.


Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video


De Verlichting
vanaf ±1700



  • Een periode waarin mensen hun kennis (willen) vergroten, door steeds meer uit te gaan van het verstand (rede, ratio)

  • Hierdoor krijgen mensen ook meer kritiek op de koning, de Kerk en de adel.

Slide 21 - Slide


Misoogst
1788



  • Door mislukte oogsten waren de graanprijzen (en dus ook de prijs van brood) enorm gestegen. Er ontstonden zelfs hongersnoden.

  • Ondertussen moest de 3e stand wél veel belasting betalen.

Slide 22 - Slide


Frankrijk gaat failliet
mei 1789


  • Feesten, paleizen, bestuur en oorlogen kosten heel veel geld, maar het geld is op. 
  • Koning Lodewijk XVI wil graag meer geld hebben, en roept daarom (voor het eerst in 175 jaar) de Staten-Generaal bij elkaar. De vergadering van de 3 standen.

Slide 23 - Slide




  • De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting en/of afschaffing van de privileges. 
  • Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

  • De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...

Slide 24 - Slide




De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting of afschaffing van de privilieges. 
Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...

Slide 25 - Slide


Eed op de kaatsbaan
juni 1789



  • De 3e stand begint zijn eigen vergadering: de Nationale Vergadering.
  • Een deel van de 1e en 2e stand sluit zich hierbij aan.
  • Op een kaatsbaan spreken ze af pas uit elkaar te gaan als er een nieuwe grondwet is.

Slide 26 - Slide


Eed op de kaatsbaan
1789



De 3e stand begint zijn eigen vergadering: de Nationale Vergadering.
Een deel van de 1e en 2e stand sluit zich hierbij aan.
Op een kaatsbaan spreken ze af pas uit elkaar te gaan als 
er een nieuwe grondwet is.

Slide 27 - Slide


Hoe bereik je het volk?




  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 
  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!

  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.
Geestelijkheid
De 1e stand
Adel
De 2e stand
De 3e stand
Alle mensen die niet bij de 1e of 2e stand horen.

Slide 28 - Slide


Bestorming van de Bastille
14 juli 1789



  • De koning stuurt het leger naar Parijs om groepen mensen uit elkaar te slaan. 
  • Het Franse volk bestormt Bastille, een gevangenis én buskruit-opslag. 
  • De wapens hadden ze al eerder buitgemaakt.
  • De Franse Revolutie is begonnen...en slaat over op andere delen van het land!

Slide 29 - Slide

Inlevingsopdracht: bestorming van de Bastille
Je gaat je inleven in een persoon die aanwezig was bij de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. 

Kies uit: een opstandeling, een journalist, een soldaat in de Bastille, een gevangene of de gouverneur van de Bastille. 

Schrijf in de vorm van een dagboekverslag. Ga in op de oorzaken van de Franse revolutie, de onrust en onvrede, de  standensamenleving.

Slide 30 - Slide


'Rien'

'Niets' in het Frans.
Dat was het enige dat Lodewijk XVI 's avonds opschreef in zijn dagboek.

Lodewijk had nog wel aan een adviseur gevraagd of het een 'opstand' was.
Deze gaf aan: "Het is geen opstand, het is een revolutie."
Lodewijk begreep er niets van: "Waarom?"

Slide 31 - Slide

Video
Histoclips: De Franse Revolutie

Slide 32 - Slide

1

Slide 33 - Video

00:05-00:15

Slide 34 - Slide

Begrippen uit deze les
  • absolutisme
  • standen(maatschappij)
  • Verlichting
  • burgers
  • rijke burgerij (bourgeoisie)
  • edelen
  • geestelijkheid
  • grootgrondbezitters
  • Staten-Generaal
  • revolutie

Slide 35 - Slide

Personen uit deze les

  • Lodewijk XIV
  • Mazarin
  • Lodewijk XVI

Slide 36 - Slide

Jaartallen uit deze les

  • 1661: Lodewijk XIV wordt koning van Frankrijk
  • 1715: Lodewijk XIV overlijdt
  • 1774: Lodewijk XVI wordt koning van Frankrijk
  • 1788: Misoogst in Frankrijk
  • 1789: Bestorming van de Bastille

Slide 37 - Slide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 38 - Open question


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 39 - Open question