bs 1 + 2

Voortplanting
Cellen planten voort door celdeling.

Moedercel -> 2 dochtercellen
Dochtercellen dezelfde genetische info als moeder.
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 28 slides, with text slides.

Items in this lesson

Voortplanting
Cellen planten voort door celdeling.

Moedercel -> 2 dochtercellen
Dochtercellen dezelfde genetische info als moeder.

Slide 1 - Slide

geslachtelijk/ongeslachtelijk
Geslachtelijk: voortplanting door eicel en zaadcel, DNA van nakomelingen verschilt van ouders.
Ongeslachtelijk: zonder eicel en zaadcel, DNA blijft hetzelfde.

We zoomen in op ongeslachtelijke voortplanting.

Slide 2 - Slide

ongeslachtelijk
Op natuurlijke wijze:
Door celdeling. Genetisch identiek aan ouder.

Bacteriën, schimmels, planten en sommige dieren kunnen ongeslachtelijk voortplanten.

Slide 3 - Slide

Kunstmatige wijze
Stekken
Weefselkweek
Nakomelingen uit ongeslachtelijke voortplanting noem je klonen

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Mitose, meiose
Gewone celdeling = mitose
Celdeling waarbij geslachtscellen ontstaan = meiose

Slide 6 - Slide

mitose
normale celdeling noemen we mitose.

Mitose gebeurt in de lichaamscellen.
moedercel : 46 chromosomen
dochtercel : 46 chromosomen

Slide 7 - Slide

Mitose
Celcyclus: zie Binas.
Niet elke cel deelt even vaak.

Slide 8 - Slide

Celdeling bij eukaryoten
Bij eukaryoten zijn er twee vormen van celdeling:

mitose, waarbij de chromosomenparen zich verdubbelen en paarsgewijs uit elkaar gaan. De dochtercellen hebben daardoor hetzelfde aantal chromosomen als de moedercel.
meiose die voorkomt bij de vorming van haploïde cellen uit diploïde moedercellen, zoals geslachtscellen of sporen, afhankelijk van de levenscyclus, waarbij de chromosomenparen uit elkaar gaan.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

DNA replicatie
 Het DNA wordt verdubbeld. Er ontstaat een kopie van de beide chromatiden.






Slide 11 - Slide

Bs 2: geslachtelijke voortplating
voordelen?

Slide 12 - Slide

voordelen van geslachtelijke voortplanting

Meer variatie bij nakomelingen, zorgt voor hogere overlevingskans.

Er worden minder mutaties doorgegeven aan nageslacht.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Begrippen
n=hoeveel verschillende chromosomen zitten in de cel (bij een mens dus 23)
2n= De verschillende chromosomen komen dubbel voor.

Is het chromosoom gekopieerd (dus een X ipv I) dan noem je dit 2 chromatiden (origineel en kopie zitten aan elkaar)

Slide 17 - Slide

Voortplanting plant
Eicel en stuifmeelkorrel zijn beide haploïd (n)
Samen krijg je weer een diploïde cel (2n)
Zaden die hieruit ontstaan zijn genetisch dus niet gelijk aan de ''ouders''.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Zaadcellen
Buiten lichaam binnen 5 minuten dood.
In lichaam van een vrouw +- 24-48 in leven (max 5 dagen).

Slide 21 - Slide

Eicellen
Bij geboorte zijn alle eicellen al aanwezig, maar bevinden zich in de beginfase van meiose. Ze zijn dus nog diploïd.

Elke eicel is omgeven door een blaasje: follikel.
Vanaf de pubertijd neemt elke maand 1 follikel vocht op waardoor deze groeit en de meiose in de eicel verder gaat.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

eicel
follikel=blaasje met jonge eicel
Door opnemen van het vocht knapt het follikel open:ovulatie

follikelweefsel wat overblijft noemen we het gele lichaam.

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Bevruchting

Slide 27 - Slide

maken
16-18

Slide 28 - Slide