Basis rekenen: cijfers en getallen tot 100
Basis rekenen: cijfers en getallen tot 100
Wat weet jij al over cijfers en getallen tot 100?
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je cijfers tot 100 herkennen, getallen lezen en schrijven, en eenvoudige rekentaal zoals optellen en aftrekken gebruiken.
Wat weet jij al?
Wat weet jij al over cijfers en getallen tot 100? Deel het met de klas.
Wat zijn cijfers en getallen?
Getallen
Cijfers
Getallen bestaan uit één of meer cijfers: 13, 45, 99.
Cijfers zijn losse symbolen: 0, 1, 2, …, 9.
Cijfers tot 10
Dit zijn de cijfers 0 tot en met 9. Je gebruikt ze om getallen te maken.
Tientallen en eenheden
In getallen tot 100 heb je meestal een tiental en een eenheid: 54 = 5 tientallen + 4 eenheden.
Getallen tot 100
Je kunt tellen van 1 tot 100. Probeer samen te tellen!
Het cijfer nul
Nul betekent: niets. Bijvoorbeeld: 0 appels = geen appels.
De getallenlijn
Wat is optellen?
Optellen betekent samenvoegen. Bijvoorbeeld: 5 + 3 = 8.
Wat is aftrekken?
Aftrekken betekent weghalen. Bijvoorbeeld: 9 - 4 = 5.
Optellen en aftrekken in woorden
Over, min, verschil, hoeveel over?
Samen, totaal, plus, en, hoeveel in totaal?
Aftrekken
Optellen
Oefening: cijfers schrijven
Schrijf de cijfers 0 tot en met 9 op papier.
Oefening: getallen lezen
Lees deze getallen hardop: 7, 18, 36, 49, 72, 100.
Oefening: getallen horen
De leraar zegt een getal tussen 1 en 100. Schrijf dat getal op.
Oefening: optellen tot 20
Oefening: optellen voorbeelden
Reken uit: 3 + 4, 8 + 7, 15 + 5, 19 + 1.
Oefening: aftrekken tot 20
Reken uit: 9 - 2, 14 - 8, 20 - 5, 17 - 1.
Oefening: getallen tot 100
Welke getallen hoor of zie je? Vul aan tot 100.
Reflectie
Wat vind je makkelijk? Wat moeilijk? Deel je antwoord.
Gefeliciteerd! Je hebt geoefend met rekenen.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.