Het geheim van licht en kleuren

  1. Alle kleuren van de regenboog

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFysicaSecundair onderwijs

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

  1. Alle kleuren van de regenboog

Wat weet je al over licht en kleuren?

Leerdoel

Aan het einde van de les kan je :


uitleggen hoe licht wordt gebroken door een prisma,

uitleggen wat kleurschifting is en waarom wit licht uiteenvalt in verschillende kleuren en hoe kleuren mengen werkt.

De begrippen golflengte, fequentie, absorptie, reflectie verklaren

Wat is licht?

Licht bestaat uit elektromagnetische (EM) golven die zich met een enorme snelheid voortbewegen.

Deze golven bestaan uit wisselende elektrische en magnetische velden.

Wat is een prisma?

Een prisma is een doorzichtig lichaam met minstens twee snijdende vlakken. De hoek tussen deze vlakken heet de tophoek.

Het pad van het licht in een prisma

Een lichtstraal wordt twee keer gebroken: bij het binnenkomen en het verlaten van de prisma.






Dit zorgt voor een verandering van richting van de lichtstraal.

Kleurschifting (dispersie)

Wanneer wit licht door een prisma gaat, valt het uiteen in verschillende kleuren. Dit noemen we kleurschifting of dispersie.

Welke kleuren zitten in licht?

Het spectrum van zichtbaar licht bestaat uit: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet (ROGGBIV).

Golflengte en kleur

Kleur en energie

Wat is golflengte?




Wat is frequentie?



Wat is de relatie tussen golflengte en frequentie?

A

Korte golflengte, hoge frequentie

B

Golflengte heeft geen invloed op energie

C

Lange golflengte, lage frequentie

D

Frequentie is onafhankelijk van golflengte

Welke kleur licht heeft de hoogste energie?

A

Violet licht

B

Geel licht

C

Rood licht

D

Groen licht

Wat gebeurt er bij een lagere frequentie?

A

Energie neemt toe

B

Golflengte neemt toe

C

Licht wordt zichtbaar

D

Golven worden sneller

Welke straling heeft de kortste golflengte?

A

Radiogolven

B

Ultraviolet

C

Infrarood

D

Gammastralen

Wat bepaalt de energie van een foton?

A

Temperatuur van de bron

B

Frequentie van het licht

C

Duur van de straling

D

Kleur van het object

Golflengte en kleur

Wat is golflengte?

Kleur en energie

Kleuren met een korte golflengte en hoge frequentie (zoals violet) hebben meer energie dan kleuren met een langere golflengte en kleinere frequentie (zoals rood).

De afstand tussen twee golftoppen noemen we de golflengte. Elke kleur heeft een eigen golflengte.


Wat is frequentie?


Het aantal keren dat een golf op en neer gaat per tijdseenheid.

Hoe kleuren tot stand komen

Wat bepaalt de kleur van een voorwerp?

Kleuren ontstaan door de manier waarop materialen licht reflecteren, absorberen of doorlaten. Dit bepaalt welke kleur wij zien.

Absorberen

Reflecteren

Doorlaten

Geef voorbeelden uit het lokaal van voorwerpen die

Reflectie, absorptie en doorlating

• Reflectie: licht wordt teruggekaatst. • Absorptie: licht wordt opgeslorpt, niet zichtbaar. • Doorlating:

licht gaat erdoor, zoals bij glas.

Zichtbaar licht en het kleurenspectrum

Wit licht bestaat uit veel kleuren. Een prisma kan deze kleuren zichtbaar maken in een spectrum.

Kleurmenging: additief en subtractief

Bij mengen van verf of inkt nemen kleuren juist licht weg. Meer kleuren = donkerder resultaat.

Rode, groene en blauwe lichtbronnen samen vormen wit licht. Meer kleuren = meer licht.

Additief mengen

Subtractief mengen

Het menselijke oog: hoe zien wij kleuren?

Het netvlies bevat kegeltjes die gevoelig zijn voor rood, groen en blauw licht. Samen maken zij kleurwaarneming mogelijk.

Waarom zien mensen kleuren anders?

Iedereen ziet kleuren een beetje anders door verschillen in het oog. Ook lichtomstandigheden en kleurblindheid spelen een rol.

Samenvatting: kleuren begrijpen

Kleuren zie je door reflectie, absorptie en doorlating van licht. Additieve en subtractieve menging verklaren het mengen van kleuren. Kleurwaarneming gebeurt met het oog en het brein.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.