Intervisie - P8 - les 1

Intervisie periode 8
1 / 19
next
Slide 1: Slide
IntervisieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Intervisie periode 8

Slide 1 - Slide

Opbouw periode
1. Incidentmethode
2. De rol van de praktijkbegeleider
3. Energiegevers & energielekken
4. Moeilijke situaties op stage
5. Incidentmethode
6.

Slide 2 - Slide

Intervisie periode 8
  • Andere opzet lessen n.a.v. feedback studenten
  • Meer interactie, afwissende werkvormen, minder saai
  • Opbouw periode 8
  • Eindverslag

Slide 3 - Slide

Eindverslag (1 punt)
Je schrijft een eindverslag met daarin:
  • Een korte samenvatting van iedere les (les 1 t/m 6).
  • Wat je deze periode hebt geleerd.
  • Wat je meeneemt per les naar jouw stage.
  • Hoe heb je deze lessenreeks intervisie ervaren (FB)?

Slide 4 - Slide

Lesplanning
  • Voorkennis activeren
  • Incidentmethode
  • Lesafsluiting

Slide 5 - Slide

Met welk leerdoel ben jij nu bezig op stage en hoe werk jij aan dat leerdoel?

Slide 6 - Open question

Incidentmethode (40 min)
Incident methode in 11 stappen- in twee groepen

Slide 7 - Slide

Stap 1. Kies de voorzitter
  • De voorzitter bewaakt de tijd, de stappen en de spelregels.
  • De tijd kun je ook delegeren aan een ander groepslid. 
  • (Per groep 1 voorzitter)

Slide 8 - Slide

Stap 2. Introduceer de casussen
  • Ieder groepslid vertelt over zijn/haar casus. Een casus is een gebeurtenis die nog niet volledig is uitgewerkt. 
  • Een probleem dat min of meer onverwacht heeft plaatsgevonden en waarbij de probleeminbrenger zelf betrokken is. 
  • Een probleem dat nog ‘leeft’ of in de toekomst gaat spelen.
  • De probleeminbrenger mag niet vertellen wat hij/zij gedaan heeft of hoe hij/zij de casus heeft aangepakt.

Slide 9 - Slide

Stap 3. Kies welke casus jullie gaan bespreken
  • Ieder groepslid krijgt twee stemmen. De casus met de meeste stemmen wordt besproken.
  • Bevraag elkaar op het waarom van iemands keuze. De argumenten die achter de keuze zitten kunnen ook voorde andere deelnemers van belang zijn. 
  • Indien het probleem van de voorzitter wordt gekozen dan kiezen jullie een nieuwe voorzitter.

Slide 10 - Slide

Stap 4. De probleeminbrenger vertelt kernachtig nog eens zijn/haar probleem. 
  • Hij/zij kan beginnen met:

“Mijn probleem is dat………………... en mijn vraag aan de groep is……………………….”

Slide 11 - Slide

Stap 5. Welke vragen roept dit bij je op? Welke vragen heb jij om een goed (compleet) beeld te krijgen van
het probleem/de situatie
  • Schijf voor jezelf minimaal drie vragen op om meer inzicht te krijgen in het probleem. 

Slide 12 - Slide

Stap 6. In deze ronde kan een iedereen zijn/haar vragen stellen
  • Stel vooral vragen die feitelijke informatie geven. 
  • Stel open vragen: wie, wat, waar, waarom, waardoor, waartoe, hoe, hoeveel etc en probeer door te vragen op de antwoorden die de probleeminbrenger geeft. 
  • De voorzitter moet er op letten dat de probleeminbrenger niet vertelt hoe hij/zij de casus heeft aangepakt en moet er voor zorgen dat er geen discussie ontstaat. 

Slide 13 - Slide

Stap 7. Het bespreken van ieders analyse
  • De groepsleden bespreken met elkaar hoe zij de situatie zien.
  • Welke oorzaken heeft een ieder ontdekt, welke aanleidingen zijn er? Hoe is de rol van de probleem-inbrenger?
  • Hoe zijn de omgevingsfactoren?
  • Probeer met je groep tot een paar kernproblemen te komen.
  • De probleeminbrenger ziet toe en luistert. Er mogen geen vragen meer worden gesteld en de probleeminbrenger mag in deze fase niet reageren.

Slide 14 - Slide

Stap 8: Wat zou jij doen in deze situatie?
  • Ieder groepslid schrijft op : ‘Wat zou ik doen en WAAROM?’
      (dit advies wordt later aan de probleeminbrenger gegeven)
  • Iedereen leest haar advies voor, zonder dat er commentaar wordt geleverd door anderen! 

Slide 15 - Slide

Stap 9. Wat deed/doet de probleeminbrenger?
  • De probleeminbrenger vertelt hoe hij/zij handelde in de situatie en/of wat zij zich heeft voorgenomen om te gaan doen. 

Slide 16 - Slide

Stap 10. Afsluitend gesprek 
  • Heeft de probleeminbrenger behoefte aan een reactie op hoe de intervisie is verlopen?
  • Is het probleem te verbreden naar andere problemen uit de werksituatie van de deelnemers?
  • Mogelijk zijn er nog andere vragen, opmerkingen etc. 

Slide 17 - Slide

Stap 11. Evalueren
  • Een ieder noteert wat hij/zij heeft geleerd van deze bespreking. 
  • Eerst mag de probleeminbrenger vertellen wat hij/zij heeft geleerd en daarna de anderen. 
  • Ten slotte vat de voorzitter de evaluatie samen. 

Slide 18 - Slide

Volgende week vakantie!
- Les 2 : De rol van de praktijkbegeleider

Slide 19 - Slide