hst 1 paragraaf 2 "het ademhalingsstelsel"

Hst 1.2 "Het ademhalingsstelsel"
1 / 32
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hst 1.2 "Het ademhalingsstelsel"

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?
Herhalen paragraaf 1 
Huiswerk controle + samen bespreken welke lastig waren
Leerdoel
Nieuwe theorie: 1.2het ademhalingstelsel
Zelf aan de slag
Leerdoelen behaald?

Slide 2 - Slide

Welke 2 stoffen zijn nodig voor de verbranding?

Slide 3 - Open question

Wat ontstaat er bij de verbranding?

Slide 4 - Open question

Wat is het doel van verbranding?

Slide 5 - Open question

Welke twee stoffen worden gebruikt bij de verbranding
A
koolstofdioxide en water
B
glucose en zuurstof
C
glucose en water
D
water en zuurstof

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

1.2 het ademhalingsstelsel
onderdelen van het ademhalingsstelsel:
- neusholte
- mondholte
- keelholte: huig en strotklepje
- luchtpijp
- bronchiën
- longblaasjes

Slide 8 - Slide

Leerdoelen
1.3.4 Je kunt in een afbeelding van het ademhalingsstelsel de delen benoemen.
1.3.5 Je kunt de kenmerken en functies van de delen van het ademhalingsstelsel noemen.

Slide 9 - Slide

1.2 het ademhalingsstelsel
Voor verbranding in je lichaam is zuurstof nodig.
Zuurstof neem je op uit de lucht met je longen.

Ook je neus en je middenrif horen bij het ademhalingsstelsel.

Slide 10 - Slide

1.2 Het ademhalingsstelsel
De neusholte is bedekt met neusslijmvlies.
Dit slijmvlies is vochtig.
Daardoor wordt de lucht die je inademt ook vochtig.

Dicht onder het neusslijmvlies liggen veel bloedvaatjes. Het bloed in deze vaatjes is warm. Daardoor verwarmt het neusslijmvlies de binnenstromende lucht.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

1.2 Het ademhalingsstelsel
Vooraan in de neusholte groeien neusharen die de grote stofdeeltjes uit de lucht tegenhouden.
Kleine stofdeeltjes uit de lucht en ziekteverwekkers blijven plakken aan de slijmlaag van het neusslijmvlies.

De trilharen in de neusholte verplaatsen het slijm met de stofdeeltjes naar de keelholte. Daar slik je het slijm in.

Slide 13 - Slide

1.2 het ademhalingsstelsel
Boven in de neusholte zit het reukzintuig.
Daarmee kun je ruiken of de lucht stinkt.
Stinkende gassen in de lucht kunnen schadelijk zijn.
Het reukzintuig waarschuwt je hiervoor.

Slide 14 - Slide

1.2 Het ademhalingsstelsel
In je mond zitten geen trilharen en geen reukzintuig.
Bij inademen door je mond wordt de lucht minder schoon, minder vochtig en minder warm gemaakt.

Droge, koude lucht kan de longen beschadigen. Ook kunnen er meer stof en meer ziekteverwekkers de longen bereiken als je door je mond ademt.

Ademen door je neus is dus gezonder dan ademen door je mond!!!

Slide 15 - Slide

1.2 Het ademhalingsstelsel
Na de mondholte en de neusholte komt de lucht in de keelholte.
Ook voedsel dat je inslikt, komt door de keelholte.

Lucht moet de luchtpijp in en voedsel moet de slokdarm in.
Om dit te regelen, zitten er 2 klepjes in de keelholte: de huig en het strotklepje

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

1. ademen
Als je ademhaalt, zijn de slokdarm en de luchtpijp allebei open.

De lucht kan dan door je luchtpijp naar je longen stromen en terug.

Slide 18 - Slide

2. slikken
Als je voedsel inslikt, sluit de huig de neusholte af. Tegelijkertijd sluit het strotklepje de luchtpijp af.

Hierdoor komt het voedsel niet in je neusholte of luchtpijp.

Slide 19 - Slide

3. verslikken
Soms sluit het strotklepje en de huig niet goed af.
Je kunt je dan verslikken.

Voedsel of drank komt dan in je luchtpijp en in je neusholte.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

1.2 het ademhalingsstelsel
Net onder de keelholte zit het strottenhoofd. Dit kan je aan de buitenkant voelen als adamsappel.

Onder het strottenhoofd zit de luchtpijp.
In de wand van de luchtpijp zitten kraakbeenringen.
Deze zorgen voor stevigheid en zorgen ervoor dat de luchtpijp altijd openstaat.

Slide 22 - Slide

1.2 Het ademhalingsstelsel
De luchtpijp splits zich (vertakt zich) aan de onderkant in 2 bronchiën. Ook in de wand van de bronchiën zitten kraakbeenringen.

De bronchiën vertakken zich verder tot kleinere buisjes, met aan het eind ervan de longblaasjes.

Slide 23 - Slide

longblaasjes
In de longblaasjes wordt zuurstof uit de lucht opgenomen in het bloed.

Koolstofdioxide uit het bloed wordt afgegeven aan de lucht in de longblaasjes.

Slide 24 - Slide

In de afbeelding zie je een tekening van het ademhalingsstelsel. Het ademhalingsstelsel bestaat uit organen.

10 Is deel 1 de mondholte?

A
Ja
B
Nee

Slide 25 - Quiz

Welke taak heeft het ademhalingsstelsel?
A
Aansturen van organen en spieren
B
Fijnmaken van voedsel tot voedingsstoffen
C
opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide
D
Vervoeren van bloed

Slide 26 - Quiz

In de afbeelding zie je een tekening van het ademhalingsstelsel. Het ademhalingsstelsel bestaat uit organen.

12 Is deel 5 een bronchie

A
Ja
B
Nee

Slide 27 - Quiz

Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel bevat trilharen?
A
de bronchiën
B
de luchtpijptakjes
C
de luchtpijp
D
alle eerdere antwoorden zijn goed

Slide 28 - Quiz

Hoe wordt dit gedeelte van het ademhalingsstelsel genoemd?
A
Bronchiën
B
Longblaasjes
C
Luchtpijp
D
Strottenhoofd

Slide 29 - Quiz

Welk deel van je ademhalingsstelsel sluit je luchtpijp af als je slikt, zodat er geen voedsel in je luchtpijp komt?
A
huig
B
strottenklepje
C
keelholte
D
middenrif

Slide 30 - Quiz

Opdrachten bij deze basisstof:
Opdracht ... doen we over







samen.
Lees paragraaf 2 
Maak opdracht:
1 t/m 9

Dit is huiswerk!
Klaar?

Begin met begrippenlijst achterin je schrift met de betekenis erachter.
timer
10:00

Slide 31 - Slide

Volgende les:

Gaan we verder aan:
hst  1.3 "Ademhalen"
Huiswerk:
Opdracht 1 t/m 9
+ de begrippen achterin je schrift met de betekenis erachter.

Slide 32 - Slide