Bewusteloosheid en EHBO
Bewusteloosheid en EHBO
Open de les met een herkenbare situatie: iemand reageert niet meer. Benoem dat snel en rustig handelen belangrijk is.
Lesdoel
Ik kan bij een bewusteloze de luchtweg vrijhouden met de stabiele zijligging.
De gebruiker noemde meerdere doelen. Volgens de instructie is er één leerdoel nodig; dit doel past het best bij de subonderwerpen herkennen, handelen en stabiele zijligging.
Welke woorden passen volgens jou bij bewusteloosheid?
Gebruik het woordweb om voorkennis op te halen. Verwachte thema’s: niet reageren, ademhaling, 112, zijligging, flauwvallen, gevaar, luchtweg.
Wat is bewusteloosheid?
Bewusteloosheid betekent dat iemand niet reageert op aanspreken of schudden.
De persoon is buiten bewustzijn en kan zichzelf niet goed beschermen, vooral de luchtweg niet.
Leg uit dat bewusteloos niet hetzelfde is als slapen. Bij slaap reageert iemand meestal wel op aanspreken of aanraken.
Hoe herken je bewusteloosheid?
Let op deze signalen:
reageert niet op aanspreken
reageert niet op voorzichtig schudden
ogen kunnen gesloten of wegdraaiend zijn
lichaam voelt slap aan
slachtoffer kan vreemd of helemaal niet ademen
Benadruk dat leerlingen altijd eerst moeten kijken of de situatie veilig is voor henzelf.
De ongevalssituatie geeft aanwijzingen
Aan de omgeving kun je vaak al iets afleiden:
val van fiets of trap
botsing of klap op het hoofd
sportongeval
drugs, alcohol of medicijnen in de buurt
tekenen van ziekte, zoals zweten of bleek zien
Koppel dit aan het doel: bewusteloosheid herkennen aan de hand van de ongevalssituatie. Maak duidelijk dat je kijkt én denkt: wat kan hier gebeurd zijn?
Waarom is bewusteloosheid gevaarlijk?
Bij een bewusteloze verslappen spieren.
Daardoor kan de tong naar achteren zakken en de luchtweg blokkeren. Ook kan braaksel in de keel komen. Daarom is het vrijhouden van de luchtweg de eerste zorg.
Dit is de kern van waarom de stabiele zijligging nodig is bij een bewusteloze die wel ademt.
Oorzaken van bewusteloosheid
Bewusteloosheid kan ontstaan door verschillende oorzaken:
zuurstoftekort
ernstig letsel of klap op het hoofd
flauwvallen dat niet snel overgaat
epilepsie
alcohol, drugs of medicijnen
te lage of te hoge bloedsuiker
Noem dat hulpverleners niet altijd direct de oorzaak weten. Daarom volg je vaste EHBO-stappen.
Verschijnselen die je kunt zien
Mogelijke verschijnselen zijn:
geen reactie op stem of aanraking
slappe houding
bleke of grauwe huid
onregelmatige ademhaling
snurken of reutelen
eventuele verwondingen of braaksel
Leg uit dat snurken bij een bewusteloze een alarmsignaal kan zijn: de luchtweg is mogelijk deels afgesloten.
Waarom is bewusteloosheid direct gevaarlijk?
De luchtweg kan blokkeren
De hartslag stopt altijd
De persoon krijgt koorts
De botten breken direct
Sluit aan op de slides over herkennen, ongevalssituatie en gevaar. Veelgemaakte denkfout: bewusteloos betekent niet automatisch hartstilstand.
Herkennen van bewusteloosheid
Bij bewusteloosheid reageert iemand niet op aanspreken of voorzichtig schudden. De omgeving kan aanwijzingen geven, zoals een val of een klap op het hoofd. Een bewusteloze kan ook vreemd of niet goed ademen.
Controleert kernwoorden uit de eerste uitlegblokken: herkennen aan signalen én aan de ongevalssituatie.
Welke signalen zie je bij een bewusteloze?
Bespreek dat leerlingen moeten noemen: niet reageren, slappe houding, afwijkende ademhaling en aanwijzingen uit de omgeving zoals val, hoofdletsel of alcohol/medicijnen.
Eerst handelen: de vaste volgorde
Veilige situatie controleren → slachtoffer aanspreken en voorzichtig schudden → hulp inschakelen → ademhaling controleren → luchtweg vrijhouden
Een vaste volgorde helpt om rustig en doelgericht te werken.
Gebruik hier de EHBO-volgorde zonder uit te waaieren naar reanimatie-instructie; focus op bewusteloosheid en luchtweg vrijhouden.
Hulp inschakelen
Bel of laat 112 bellen als iemand bewusteloos is.
Vertel:
wat er is gebeurd
waar je bent
dat het slachtoffer bewusteloos is
of het slachtoffer wel of niet ademt
Benoem dat omstanders gericht aangesproken kunnen worden: 'U in de rode jas, bel 112.'
Ademhaling controleren
Controleer of het slachtoffer normaal ademt:
kin iets omhoog, hoofd voorzichtig achterover
kijk naar de borstkas
luister bij neus en mond
voel luchtstroom
Doe dit kort en aandachtig.
Houd het algemeen en veilig. Het onderscheid in deze les is: bewusteloos met ademhaling = stabiele zijligging.
Wanneer stabiele zijligging?
De stabiele zijligging gebruik je bij iemand die:
bewusteloos is
wel normaal ademt
geen houding kan aannemen om de luchtweg zelf open te houden
Zo verklein je de kans dat de luchtweg dichtgaat.
Als leerlingen vragen naar niet-ademen: benoem kort dat dan direct andere EHBO-stappen nodig zijn, maar dat valt buiten de focus van deze les.
Wat doe je direct na het controleren van reactie?
Slachtoffer optillen
Water laten drinken
Hulp inschakelen
Meteen weggaan
Gebaseerd op de vaste volgorde: veiligheid, reactie, hulp, ademhaling, luchtweg vrijhouden.
De vaste volgorde
Eerst controleer je of de situatie veilig is. Daarna spreek je het slachtoffer aan en schakel je hulp in. Vervolgens controleer je de ademhaling. Als iemand bewusteloos is maar wel normaal ademt, houd je de luchtweg vrij.
Echoot de formulering van de inhoudsslides zonder nieuwe informatie toe te voegen.
Stabiele zijligging: voorbereiding
Voor je draait:
kniel naast het slachtoffer
maak strakke kleding rond hals los
leg de dichtstbijzijnde arm in een rechte hoek
plaats de andere hand tegen de wang
buig het verste been
Gebruik eenvoudige taal en eventueel voordoen in de klas. Laat de slide alleen de ankerstappen tonen.
Stabiele zijligging: draaien
Trek het gebogen been naar je toe en rol het slachtoffer op de zij.
Daarna:
hoofd achterover
mond naar beneden
hand onder de wang laten
bovenste been houdt het lichaam stabiel
Benadruk waarom de mond naar beneden moet: vocht of braaksel kan eruit lopen.
Na de stabiele zijligging
Blijf steeds controleren:
ademt het slachtoffer nog?
blijft de luchtweg vrij?
verandert de kleur of toestand?
Blijf bij het slachtoffer tot professionele hulp overneemt.
Noem ook dat je het slachtoffer warm kunt houden met bijvoorbeeld een jas of deken, als dat veilig kan.
Video: bewusteloosheid
Hier past de docent het opgegeven filmpje toe: https://www.youtube.com/watch?v=stgt_P5Jme4. Omdat deze pass alleen contentslides maakt, staat alleen een neutrale verwijzing op de slide.
Veelgemaakte fouten
Vermijd deze fouten:
in paniek raken en geen volgorde aanhouden
vergeten de ademhaling te controleren
iemand plat op de rug laten liggen terwijl hij bewusteloos is en ademt
slachtoffer alleen achterlaten
eten, drinken of medicijnen geven
Een veelvoorkomende misvatting is dat water geven helpt. Leg uit dat verslikking dan juist een risico is.
Wanneer gebruik je de stabiele zijligging?
Bij bewuste hoofdpijn
Bij niet ademen
Bij bewusteloos en ademen
Bij lichte schaafwond
Toetst de kernvoorwaarde: bewusteloos én normaal ademend.
Stabiele zijligging
Bij de stabiele zijligging leg je eerst een arm in een rechte hoek. Daarna buig je het verste been en rol je het slachtoffer op de zij. Het hoofd gaat voorzichtig achterover en de mond wijst naar beneden.
Laat leerlingen de ankerstappen reconstrueren uit de slides en de video.
Wat controleer je na de stabiele zijligging?
Bespreek minstens deze punten: ademhaling blijven controleren, luchtweg vrij houden, letten op kleur/toestand, bij slachtoffer blijven tot hulp er is.
Samenvatting van het handelen
Onveilige situatie vermijden → reactie controleren → 112 inschakelen → ademhaling controleren → bij normale ademhaling in stabiele zijligging → blijven controleren tot hulp er is
Gebruik deze slide als inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst.
Wat is één ding dat je uit deze les onthoudt?
Reflectie zonder goed of fout. Mogelijke antwoorden: herkennen van signalen, 112 bellen, ademhaling controleren, stabiele zijligging, volgorde onthouden.
Welk onderdeel hielp jou het meest bij begrijpen?
Reflectie op het leerproces. Laat leerlingen benoemen wat hielp: plaatjes, stappenplan, video, klassengesprek of invulvragen.
Begrippen
bewusteloosheid - toestand waarin iemand niet reageert op aanspreken of aanraken
luchtweg - de weg waarlangs lucht via neus, mond en keel naar de longen gaat
stabiele zijligging - houding op de zij die helpt om de luchtweg open te houden
ademhaling controleren - kijken, luisteren en voelen of iemand normaal ademt
ongevalssituatie - de plaats en omstandigheden waarin je aanwijzingen vindt over wat er gebeurd is
112 - alarmnummer voor spoedeisende hulp
verschijnselen - signalen waaraan je een toestand of probleem kunt herkennen
This item has no instructions