Blok 1



Thema 8

Samenleven

6 mei 2026

1 / 50
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 50 slides, with text slides.

Items in this lesson



Thema 8

Samenleven

6 mei 2026

Planning

  • Doelen van de les

  • Opfrissen

  • Instructie

  • Zelfstandig aan het werk / verlengde instructie

  • Afsluiten

Doelen van de les

  • Ik kan aan de hand van koning Lodewijk XIV uitleggen wat absolutisme is.

Waar zou het thema samenleven over kunnen gaan?

Overleg met je buurman/-vrouw

Schrijf op in je schrift



Blok 1 Frankrijk

Wat zijn de aanleidingen en de gevolgen van de Franse revolutie?

Wat is een revolutie?

Schrijf op in je schrift.

Alle macht aan de koning


  • Lodewijk XIV werd op z'n vierde koning.

  • Was in de zeventiende eeuw de machtigste koning van Europa. 

  • Hij regeerde vanuit zijn Paleis (centralisatie)

  • Hij regeerde van 1643-1715

  • Hij kon alle besluiten nemen, wat hij zei dat gebeurde. Dat heet het: Absolutisme

    • manier van besturen waarbij de koning alle macht heeft.

    • De machthebber gelooft de macht van God gekregen te hebben

Alle macht aan de koning

Lodewijk spreekt tot zijn ministers in 1661


‘U zult mij alleen helpen met uw raad als ik u erom vraag. Ik verbied u ook maar iets te ondertekenen buiten mijn opdracht om. Ik wens dat u bij mij persoonlijk iedere dag verantwoording aflegt over wat u gedaan hebt. (…) U weet nu wat mijn wil is. Het enige wat u nu nog hoeft te doen, is mijn wil uitvoeren.’


Bron 3

Alle macht aan de koning


  • Hij riep de Staten-Generaal (adviesgroep met: belangrijke geestelijken, edelen en rijke burgers) nooit bijeen.

  • Hij koos zelf zijn ministers.

  • Gaf grote feesten om hen te vermaken en zijn goddelijkheid te laten zien.

  • De ambtenaren voerden zijn beslissingen uit. 

  • Hij verkwiste veel geld.


Lodewijk XIV.



Thema 8

Samenleven

11 mei 2026

Planning

  • Doelen van de les

  • Opfrissen

  • Instructie

  • Zelfstandig aan het werk / verlengde instructie

  • Afsluiten

Doelen van de les

  • Ik kan aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat de rechten en plichten van de drie standen waren.


  • Ik kan uitleggen hoe het denken over vrijheid heeft geleid tot een revolutie in Frankrijk.

    • En hierbij drie oorzaken en gevolgen noemen.

Wie is Lodewijk XIV?

Schrijf op in je schrift.

Wat is absolutisme?

Schrijf op in je schrift.

Standenmaatschappij


Frankrijk was in de zeventiende eeuw een standenmaatschappij:

  • een maatschappij die is verdeeld in groepen of standen. Iedere stand heeft zijn eigen rechten en plichten.


Drie standen:

  • Eerste stand = Geestelijken

  • Tweede  stand = Adel/ edelen

  • Derde  stand = Boeren en burgers

(De gegoede burgers waren advocaat, bankier, koopman of jurist)


Alleen burgers en boeren betaalden belasting.

Maken opdracht 8 b, c en d

Overleg.

Maak in je werkboek!

Nieuwe ideeën  

Franse geleerden Voltaire en Rousseau vonden

  1. dat elke mens zelf na moeste denken én

  2. iedereen is gelijk! 


Deze nieuwe manier van denken ontstond in de 18e eeuw en heet De verlichting


Centraal staan:

  • de kracht van het verstand (de rede)

  • de mens is van nature gelijk en vrij.

    • De koning moet dus regeren in het belang van alle inwoners! 

Maken opdracht 9

Overleg

Maken in je werkboek!

14 juli 1789: bestorming van de Bastille.

Revolutie!

1789: burgers in Frankrijk kwamen in opstand en namen de regering over.


Revolutie = snelle en totale verandering.



Aanleiding revolutie!

  • De verlichting ontstond


  • 1788 de oogst mislukte, prijs van voedsel steeg .

    • er ontstond hongersnood. 


  • Lodewijk XVI riep de Staten Generaal bijeen sinds 1614 

    • Hij wilde extra belasting heffen want de schatkist was leeg i.v.m. de vele feesten. 

      • De boeren en burgers moesten extra belasting betalen.

      • Dit wilden ze wel, maar alleen als ze inspraak kregen. 





Veranderingen: 


  • standenmaatschappij werd afgeschaft

  • Frankrijk werd een republiek

  • Grondwet werd ingevoerd: wet waarin staat hoe het land bestuurd moet worden.

  • Democratie werd ingevoerd: het volk kreeg invloed op hoe het land wordt geregeerd.


Maken opdracht 14

Overleg

Maak in je werkboek!

Voor nu...

Zelfstandig aan het werk

  • Zie opdrachten op SOM


Klaar?

  • Nakijken


Verlengde instructie

  • Concrete vragen

    • Wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe?



Thema 8

Samenleven

12 mei 2026

Planning

  • Doelen van de les

  • Opfrissen

  • Instructie

  • Zelfstandig aan het werk / verlengde instructie

  • Afsluiten

Doelen van de les

  • Ik kan drie veranderingen in Frankrijk noemen, mede door de komst van Napoleon.


  • Ik kan overeenkomsten en verschillen noemen tussen Lodewijk XIV en Napoleon.

Geef drie oorzaken van de Franse revolutie.

Schrijf op in je schrift.

Hoe denk je dat Frankrijk er na de revolutie uitzag?

Schrijf op in je schrift.



Veranderingen


  • standenmaatschappij werd afgeschaft

  • Frankrijk werd een republiek

  • Grondwet werd ingevoerd: wet waarin staat hoe het land bestuurd moet worden.

  • Democratie werd ingevoerd: het volk kreeg invloed op hoe het land wordt geregeerd.


Gevolg revolutie!

  • Frankrijk was chaos

  • Strijd om de macht.

  • Generaal Napoleon Bonaparte maakte een eind aan de chaos. 

    • Hij greep de macht met het steun van de leger.


  • Napoleon kreeg de absolute macht. 

    • In 1804 werd hij tot Keizer gekroond. 

    • Er kwam een sterk leger. 

      • Napoleon veroverde veel van Europa.


Napoleon zorgde ervoor dat de landen binnen zijn rijk goed georganiseerd/bestuurd werd.


Hij voerde de volgende dingen in:

  1.  wetboek: Code Napoleon

  • iedereen is voor de wet gelijk, regels over hoe een land bestuurd moest worden. 


  1. Burgelijke stand

  • Lijst met belangrijke informatie over de burger, achternaam werd ingesteld.


  1. Meteriek stelsel

  • Alle eenheden verdeeld in 10 kleinere eenheden die overal even lang zijn. Gevolg: handel is makkelijker.



Maken opdracht 18

Overleg

Maken in je werkboek!

Voor nu...

Zelfstandig aan het werk

  • Zie opdrachten op SOM


Klaar?

  • Nakijken


Verlengde instructie

  • Concrete vragen

    • Wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe?



Thema 8

Samenleven

13 mei 2026

Planning

  • Doelen van de les

  • Opfrissen

  • Werkvorm

  • Bespreken

  • Afsluiten

Doelen van de les

Slide text

``


  • Wanneer begon de revolutie? 

  • Revolutie 

  • Absolutisme

  • Standenmaatschappij

``


  • Wanneer begon de revolutie? 

  • Revolutie 

  • 14 juli 1789

  • Snelle grote en totale verandering


``


  • Absolutisme

  • Manier van besturen waarbij de koning alle macht heeft, en de macht van de koning van God gegeven is.


  • Standenmaatschappij

  • Je word in een stand geboren en blijft daarin. Bij elke groep hoorden er rechten en plichten


``


  • Welke 3 standen zijn er?

    • Geef een voorbeeld

    • Geef aan of ze belasting moeten betalen

``


  • Welke 3 standen zijn er?

  • 1e stand 

  • 2e stand

  • Geestelijken

    • Hoeven geen belasting te betalen


  • Edelen

    • Hoeven geen belasting te betalen



  • 3e stand

  • Burgers en boeren

    • Moesten belasting te betalen


``


  • Welke 3 belangrijke veranderingen waren er na de Franse revolutie? 

``


  • Welke 3 belangrijke veranderingen waren er na de Franse revolutie? 

  • Standenmaatschappij is afgeschaft


  • Frankrijk is een democratie geworden



  • Grondwet in Frankrijk