STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Examentraining
Assimilatie en dissimilatie: zo pak je examenvragen aan
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Examentraining
Assimilatie en dissimilatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: MUuslimabonu / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een reactievergelijking, grafiek of situatie bepalen welk proces het is en mijn antwoord onderbouwen.
This item has no instructions
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven: een vergelijking, een grafiek of een situatie?
2. Herken: wordt er opgebouwd (assimilatie) of afgebroken (dissimilatie), met of zonder zuurstof?
3. Zoek: welke stoffen en welke energievorm horen erbij?
4. Schrijf: geef een kort antwoord met het juiste begrip.
This item has no instructions
Schema van de fotosynthese in een bladgroenkorrel
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Vraagtype 1: reactievergelijking lezen
Fotosynthese: 6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft C6H12O6 + 6 O2.
Aerobe dissimilatie: C6H12O6 + 6 O2 geeft 6 CO2 + 6 H2O + energie.
Alcoholgisting: C6H12O6 geeft 2 C2H5OH + 2 CO2 + energie.
Tel de moleculen: de getallen voor de formules zeggen hoeveel moleculen het zijn.
Image credit: Eigen schema, LessonUp
C6H12O6 + 6 O2 geeft 6 CO2 + 6 H2O + energie. Welk proces?
Fotosynthese
Alcoholgisting
Aerobe dissimilatie
Melkzuurgisting
Glucose wordt met zuurstof afgebroken en er komt energie vrij: aerobe dissimilatie. Verwachte fout: fotosynthese kiezen omdat dezelfde stoffen voorkomen, maar nu in omgekeerde richting.
Fotosynthese maakt 2 glucosemoleculen. Hoeveel O2 ontstaat?
12
6
2
24
Per glucosemolecuul ontstaan 6 O2-moleculen, dus 2 x 6 = 12. Verwachte fout: 6 noemen, de vergelijking geldt voor een molecuul glucose.
Zuurstofgehalte in 24 uur (verzonnen meting)
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Vraagtype 2: een grafiek lezen
Bekijk eerst de assen: wat staat op de x-as en wat op de y-as?
Zoek de stijgende en dalende stukken en koppel ze aan licht en donker.
Planten doen dag en nacht dissimilatie, en overdag ook fotosynthese.
Rechts: het zuurstofgehalte in een aquarium met waterplanten (verzonnen meting).
Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Waarom daalt het zuurstofgehalte tussen 19.00 en 7.00 uur?
Fotosynthese gebruikt 's nachts zuurstof
Planten stoppen 's nachts met dissimilatie
De planten maken 's nachts melkzuur uit zuurstof
Geen fotosynthese, wel aerobe dissimilatie
Zonder licht is er geen fotosynthese, dus geen nieuwe zuurstof, terwijl de cellen met aerobe dissimilatie zuurstof blijven gebruiken. Verwachte fout: denken dat planten 's nachts niets doen.
Wanneer is het zuurstofgehalte het hoogst?
Antwoord: om 19.00 uur, het moment dat het licht uitgaat. Tot dan maakt fotosynthese meer zuurstof dan de dissimilatie verbruikt. Verwachte fout: 12.00 uur noemen.
Yoghurt met melkzuurbacteriën
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Vraagtype 3: verklaren met gisting
Wordt het zuurstofgehalte te laag, dan schakelt een cel over op anaerobe dissimilatie.
Zonder zuurstof ontstaat bij alcoholgisting alcohol en koolstofdioxide.
Melkzuurgisting maakt melkzuur, bijvoorbeeld in yoghurt en in spieren.
Gisting levert weinig energie.
Image credit: Susan Slater / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een sprinter krijgt melkzuur in de spieren. Wat is de verklaring?
Aerobe dissimilatie levert melkzuur als eindproduct
Te weinig zuurstof: anaerobe dissimilatie neemt toe
Spiercellen maken melkzuur door fotosynthese
Er is te veel zuurstof in de spiercellen
Bij een sprint kan het bloed niet genoeg zuurstof aanvoeren, dus gaan spiercellen deels over op melkzuurgisting. Verwachte fout: denken dat aerobe dissimilatie melkzuur maakt.
Noem twee eindproducten van alcoholgisting.
Antwoord: alcohol en koolstofdioxide. Verwachte fout: melkzuur of zuurstof noemen.
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Vraagtype 4: stoffen en niveaus
Let op het niveau: atoom, molecuul, celonderdeel.
Essentiële aminozuren komen uit voedsel, niet-essentiële maakt het lichaam zelf.
Zetmeel, glycogeen en cellulose zijn polysachariden.
Een polysacharide bestaat uit veel monosachariden.
This item has no instructions
Zet op volgorde, van klein naar groot
Een atoom is in een molecuul opgenomen, een zetmeelmolecuul bestaat uit veel glucosemoleculen en zit in een celonderdeel als de bladgroenkorrel. Verwachte fout: glucose en zetmeel omdraaien.
Welke stof moet een mens met voedsel binnenkrijgen?
Essentiële aminozuren
Niet-essentiële aminozuren
Glycogeen
ATP
Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf maken. Niet-essentiële aminozuren en glycogeen wel. Verwachte fout: niet-essentiële aminozuren kiezen door de namen te verwarren.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Reactievergelijking lezen
Een grafiek lezen
Verklaren met gisting
Stoffen en niveaus
Bespreek het gekozen vraagtype na met een voorbeeld.
STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE
Tips voor op het examen
Tel bij een reactievergelijking altijd de atomen links en rechts.
Zie je zuurstof links en koolstofdioxide rechts, dan is het aerobe dissimilatie.
Planten voeren dag en nacht dissimilatie uit, fotosynthese alleen met licht.
Gisting is anaeroob en levert weinig energie.
This item has no instructions