B1 lesson 1

1 / 29
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat weet ik aan het einde van de les? 
- Welke spullen ik iedere les bij me moet hebben. 
- Theme words: numbers & relatives

Slide 2 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
- We bespreken welke materialen iedere les nodig zijn.
- Quiz: Wat weet ik al over Engels
- Boek bekijken
- Samen maken p.14 t/m 17
- Blooket spelen (theme words oefenen)  

Slide 3 - Slide

Wat heb je nodig? 
- Text / workbook A 
- lijntjes schrift 
- een blauwe pen
- rode / groene pen (voor het nakijken)  

Slide 4 - Slide

Engels

Slide 5 - Mind map

Wat is de meest gesproken taal ter wereld?
A
Engels
B
Duits
C
Frans
D
Nederlands

Slide 6 - Quiz

Landen waar ze Engels spreken

Slide 7 - Mind map

Verenigd Koninkrijk
Vier landen: 
1. Engeland; Londen
2. Schotland; Edinburgh
3. Wales; Cardiff
4. Noord Ierland;Belfast

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Hoeveel landen zitten er in het Verenigd Koninkrijk?
A
4
B
5
C
8
D
10

Slide 10 - Quiz

Wat is de hoofdstad van Engeland?
A
Edinburgh
B
Belfast
C
Cardiff
D
Londen

Slide 11 - Quiz

boek bekijken
- rode kaart
- symbolen
- overview
- classroom phrases
- start: Bridging the gap 

Slide 12 - Slide

Cijfers = numbers
one                six                  eleven                sixteen
two                seven            twelve               seventeen
three             eight             thirteen            eighteen
four                nine              fourteen           nineteen
five                 ten                fifteen                twenty 

Slide 13 - Slide

one
A
4
B
8
C
9
D
1

Slide 14 - Quiz

13
A
fifteen
B
thirteen
C
twenty
D
twelve

Slide 15 - Quiz

eighteen
A
16
B
17
C
18
D
19

Slide 16 - Quiz

8
A
eight
B
nine
C
ten
D
eleven

Slide 17 - Quiz

familie = relatives
moeder = mother     mama = mum      
vader = father            papa = dad
gezin = family            kinderen = children
broer = brother          zus = sister
jongen = boy               meisje = girl 

Slide 18 - Slide

jongen
A
girl
B
brother
C
boy
D
sister

Slide 19 - Quiz

vader
A
mother
B
father
C
mum
D
dad

Slide 20 - Quiz

gezin
A
family
B
children
C
mum
D
dad

Slide 21 - Quiz

mum
A
papa
B
mama
C
broer
D
zus

Slide 22 - Quiz

children
A
broer
B
zus
C
kinderen
D
gezin

Slide 23 - Quiz

father
A
vader
B
moeder
C
papa
D
mama

Slide 24 - Quiz

Boek
- maken opdracht 1b op blz 22
- maken opdracht 2ab op blz 23

 

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Link

Ik weet welke materialen ik nodig heb bij Engels.
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 27 - Poll

Ik ken de cijfers 1 tot 20 in het Engels
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 28 - Poll

Ik ken de woorden voor familieleden in het Engels.
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 29 - Poll