Wat heb ik in mijn tas?
We gaan het vandaag gebruiken
Je mag alleen vragen stellen die met ja- of nee te beantwoorden zijn.
Roepen mag
Wat heb ik in mijn tas?
We gaan het vandaag gebruiken
Je mag alleen vragen stellen die met ja- of nee te beantwoorden zijn.
Roepen mag
Onderzoekend Leren 4-5-2026
Na deze workshop:
ben je bewust op welke manieren je bij leerlingen onderzoekende kwaliteiten, vaardigheden en attitudes nu al versterkt.
heb je een les(onderdeel) ontwikkeld en gepresenteerd. Hierin heb je "onderzoek" op activerende wijze geïntegreerd in je dagelijkse lespraktijk.
Audit: 'saai' , 'niet effectief benutten van de lestijd'
Programma
9:45 voorkennis activeren
10:15 pauze
10:30 gedifferentieerde instructie
11:00 werkcollege
11:40 presentatieronde
12:00 afsluiting
Met wie? alleen in stilte
Wat? Noteer zo veel mogelijk associaties bij onderzoek én:
-Gewenste Kwaliteiten/Eigenschappen
-Gewenste Vaardigheden
-Gewenste Attitude
Daarna: Bedenk vast voorbeelden uit je lespraktijk waar deze kwaliteiten, vaardigheden en attituden tot hun recht komen.
Vervolg: de begrippen zijn nodig bij de volgende werkvorm.
Hulpbronnen: géén
minute
second
minute
second
Met wie? groepje aan tafel
Wat? maak een pitch van 2 minuten waarin je: het model op tafel uitlegt én hoe je in dat model de kwaliteiten, vaardigheden en attitudes uit de vorige opdracht een plek kunt geven in de les.
het model op tafel zit in deze lesson-up en kan gebruikt worden bij de pitch
Vervolg: Presenteren. Presentator wordt random aangewezen.
Hulpbronnen: groepsgenoten -> QR-code -> docentcoach
Eerder klaar?: Denk vast na over lesdoelen voor de komende periode. Voor welk doel wil jij je les straks (her) ontwerpen?
minute
second
minute
second
Formatieve Cyclus
(Gulikers & Baartman, 2017)
Hou het klein
Je hoeft niet een heel onderzoek op te zetten om onderzoek vaardigheden te trainen.
Stelling: Van iedere les is een onderzoeksles te maken.
Keuze
Verwonderen: 5 Breed inzettbare starters
Van een deductief naar inductief lesplan
Kansen in je normale uitleg:
denkvragen bij diagrammen/plaatjes
leesvaardigheid inzetten
Instructie / voorbeelden
Zelfstandig aan de slag
Wat? Ontwerp een les(onderdeel) waarin je vakinhoud combineert met de ontwikkeling van onderzoeks-kwaliteiten/vaardigheden/attitudes. Gebruik hierbij activerende didactiek en formatief handelen.
Met wie? zelfstandig óf met collega's naar keuze.
Waar? Blijf in de buurt, zeg waar je heen gaat
Daarna: 12u terug voor peer review
Hulpbronnen: Wat je zelf kunt vinden / docentcoach ná 11:15
Verwonderen: aandachtsrichters.
De Mysterieuze Tas/Doos
Plaats een object dat te maken heeft met de lesinhoud in een dichte tas. Laat leerlingen door middel van ja/nee-vragen raden wat erin zit.
Waarom: Het creëert een 'informatiegat' dat leerlingen direct willen dichten.
De "Wat gebeurt hier?" Foto
Toon een close-up foto, een historisch beeld zonder context, of een vreemde grafiek. Laat leerlingen eerst 30 seconden alleen kijken en dan in tweetallen speculeren: "Wat zie je, wat denk je dat er gebeurt en wat vraag je je af?"
Waarom: Het traint observatievermogen voordat je de theorie induikt.
De 'Counter-Intuïtieve' Stelling
Begin met een bewering die op het eerste gezicht onwaar lijkt of botst met hun gezonde verstand. Bijvoorbeeld: "In dit glas water zit meer DNA dan in de hele klas bij elkaar" (Biologie) of "Een kilo veren valt in een vacuüm even snel als een kilo lood" (Natuurkunde).
Waarom: Cognitieve dissonantie dwingt het brein om op zoek te gaan naar een verklaring.
Het Voorspellings-Experiment
Voordat je iets uitlegt, demonstreert of leest, vraag je: "Wat denk je dat de uitkomst/volgende stap is?" Laat ze hun voorspelling kort opschrijven of met de buurman delen.
Waarom: Zodra iemand een voorspelling doet, raakt hij persoonlijk betrokken bij de uitkomst (om te zien of hij gelijk had).
De 3 Woorden Connectie
Schrijf drie schijnbaar ongerelateerde woorden op het bord (bijv. Suiker, Revolutie, Schip). Vraag de klas: "Hoe gaan deze drie woorden vandaag met elkaar te maken krijgen?"
Waarom: Het activeert voorkennis en zet de creatieve hersenhelft aan het werk.
De onderzoekscyclus kan in iedere les? Inductieve vs Deductieve aanpak
Vergrotende trap: inductief vs deductief
Inductief
Introductie (5 min): De docent legt de regel uit op het bord: "In deze taal maak je de vergrotende trap door +[uitgang] toe te voegen en de overtreffende trap door +[uitgang]."
Uitleg uitzonderingen (5 min): De docent geeft direct de onregelmatige vormen (bijv. goed - beter - best).
Gestuurde oefening (10 min): Leerlingen vullen een invulblad in waarbij ze het juiste achtervoegsel achter een lijst bijvoeglijke naamwoorden zetten.
Productie (10 min): Leerlingen schrijven drie zinnen waarin ze twee voorwerpen in de klas met elkaar vergelijken aan de hand van de net geleerde regel.
Observatie (5 min): De docent toont drie afbeeldingen. Daaronder staan de zinnen: "De Fiat is niet groot. De VW is groter. De Tesla is het grootst." (Zonder de regel nog te noemen).
Hypothese(10 min): Leerlingen krijgen in groepjes een set kaartjes met verschillende vergelijkingen. De docent vraagt: "Wat gebeurt er met het woord als het voorwerp groter of belangrijker wordt? Zie je een systeem?"
Theorie (5 min): De leerlingen leggen uit wat ze hebben gezien. De docent bevestigt / vult aan
Toepassing (10 min): Leerlingen maken een korte 'vergelijking-quiz' voor elkaar (bijv.: "Wie is de langste van de klas?") om de ontdekte regel te testen.
Deductief
inductief vs deductief: de vergrotende trap
Inductief
Vaardigheden::
formatief handelen:
Activerende didactiek:
Welke elementen zie je terug?
Observatie (5 min): De docent toont drie afbeeldingen. Daaronder staan de zinnen: "De Fiat is klein. De VW is groter. De Tesla is het grootst." (Zonder de regel nog te noemen).
Hypothese(10 min): Leerlingen krijgen in groepjes een set kaartjes met verschillende vergelijkingen. De docent vraagt: "Wat gebeurt er met het woord als het voorwerp groter of belangrijker wordt? Zie je een systeem?"
Theorie (5 min): De leerlingen leggen uit wat ze hebben gezien. De docent bevestigt / vult aan
Toepassing (10 min): Leerlingen maken een korte 'vergelijking-quiz' voor elkaar (bijv.: "Wie is de langste van de klas?") om de ontdekte regel te testen.
De win-win?
Verdeel deze afbeeldingen in twee groepen. Op basis van welke kenmerken doe je dit?
Driehoeken
Doel: Leerlingen ontdekken zelf dat de som van de hoeken altijd 180° is.
Stap 1: Activiteit. Deel vellen papier uit met daarop verschillende soorten driehoeken (scherphoekig, stomp hoekig, rechthoekig).
Stap 2: Experiment. Laat leerlingen de hoeken van hun driehoek inkleuren, de hoeken uitknippen en ze met de punten tegen elkaar aan leggen.
Stap 3: Observatie. De leerlingen zien dat de drie hoeken samen altijd een kaarsrechte lijn vormen.
Stap 4: Conclusie. Vraag de klas: "Hoeveel graden is een rechte lijn?" De leerlingen formuleren zelf de regel: De hoeken van een driehoek zijn samen 180°.
Inductief verwachtingen verhelderen
Nederlands: Vergelijk deze vier betogen met elkaar. Bepaal samen welk betoog het best is en beargumenteer waarom. Random beurt, géén vingers/roepen
vervolgopdrachten:
zelf schrijven ->
nakijken adhv criteria ->
verbeteren ->
peer feedback ->
verbeteren ->
docent feedback (klassikaal) -> verbeteren
PWS/ Onderzoek/Complexe opdrachten
Denkvragen
doel:
stimuleren van probleemoplossend vermogen;
zelfstandigheid;
kritisch denken;
het ontlokken van discussies.
docent
wachttijd 1, en wachttijd 2
random beurten
vragen doorspelen
waarderen antwoorden
schrijven als je écht iedereen aan het werk wil
De onderzoekscyclus kan in iedere les? Denkvragen bij afbeeldingen
Vragen bij een diagram
Welke conclusies zou je kunnen trekken uit dit diagram?
Hoe zeker weet je dat dit een valide conclusie is?
Schrijf een onderzoeksplan waarmee....
Welke vragen roept dit nog meer op?
inductief vs deductief: denkvragen bij een afbeelding
Inductief
Vaardigheden::
formatief handelen:
Activerende didactiek:
Welke elementen zie je terug?
Observatie (5 min): De docent toont drie afbeeldingen. Daaronder staan de zinnen: "De Fiat is klein. De VW is groter. De Tesla is het grootst." (Zonder de regel nog te noemen).
Hypothese(10 min): Leerlingen krijgen in groepjes een set kaartjes met verschillende vergelijkingen. De docent vraagt: "Wat gebeurt er met het woord als het voorwerp groter of belangrijker wordt? Zie je een systeem?"
Theorie (5 min): De leerlingen leggen uit wat ze hebben gezien. De docent bevestigt / vult aan
Toepassing (10 min): Leerlingen maken een korte 'vergelijking-quiz' voor elkaar (bijv.: "Wie is de langste van de klas?") om de ontdekte regel te testen.
De win-win?
De onderzoekscyclus kan in iedere les? Informatievaardigheden
Lees- en kijk vaardigheid
doel:
-begripsvorming,
-hoofd- en bijzaken onderscheiden
lees- of kijkvragen meegeven
structuur bieden
wat weet ik al / wat wil ik leren / wat heb ik geleerd.
Doel: Je kunt bij de 11 meest voorkomende blessures een diagnose stellen, een prognose geven en een behandelplan opstellen.
Artsen: bestudeer 2.4 en bedenk slimme vragen om onderscheid te maken tussen de blessures.
Patiënten: Bereid een casus voor: Welke klachten heb je? Hoe heb je de blessure opgelopen? Wat voor type pijn is het?
Zoek eventueel extra informatie op thuisarts.nl
hierna: We gaan consulten naspelen. Docent maakt combinaties. Je krijgt eerst een voorbeeld.
Lezen en informatieverwerking:
Vaardigheden::
formatief handelen:
Activerende didactiek:
Welke elementen zie je terug?
De win-win?
stripverhaal
doel: Je weet hoe de islam zich over de wereld heeft verspreid.
product: een stripverhaal met verspreidingskaarten van rond (vier jaartallen)
bronnen: Geselecteerde tekst door de docent. Atlas?. Lege wereldkaarten, kleurpotloden.
met wie: tweetallen
presentatie: een willekeurig groepje voor het bord. Iedereen op z'n poster.
Met wie? zelfstandig óf met collega's naar keuze.
Wat? Ontwerp een les(onderdeel) waarin je vakinhoud combineert met de ontwikkeling van onderzoeks-kwaliteiten/vaardigheden/attitudes centraal staan. Gebruik hierbij activerende didactiek en formatief handelen.
Waar? Blijf een beetje in de buurt, zeg waar je gaat werken. We willen graag meekijken/helpen.
Daarna: peer review
Hulpbronnen: Wat je zelf kunt vinden / docentcoach
minute
second
minute
second
Welkom terug
Ga in een lange lijn staan op volgorde van schoenmaat.
Bedenk onderling aan welke kant van de lijn de kleinst maten moeten staan.
Optie: Bespreek met je buren het verschil tussen de centrummaten: gemiddelde, modus, mediaan. Welk van deze maten wil een schoenfabrikant het liefst weten denk je? Waarom?
Hierna: nieuwe groepsindeling
Met wie? één lid van je groepje
Wat? Ga in gesprek over
-wat het lesdoel is
-welke ontwerpprincipes je hebt gebruikt
-welke onderzoeks-kwaliteiten/vaardigheden/attitudes hier een plek krijgen.
-Pas je werk aan als je denkt dat het daar nóg beter van wordt.
Daarna: Wissel met iemand anders
Hulpbronnen: géén
minute
second
minute
second
Onderzoekend Leren 4-5-2026
Na deze workshop:
ben je bewust op welke manieren je bij leerlingen onderzoekende kwaliteiten, vaardigheden en attitudes nu al versterkt.
heb je een les(onderdeel) ontwikkeld en gepresenteerd. Hierin heb je "onderzoek" op activerende wijze geïntegreerd in je dagelijkse lespraktijk.
Lesafsluiter (Janine):
Noteer twee toepassingen die je vandaag hebt gezien die je kunt
gebruiken. Én een vraag die voor jou nog is blijven liggen.
Docentcoach
Los bezoek
Didactische week (of 2-3)
Spreek me aan, stuur een berichtje. Graag met een kijkvraag voor mij / Doel voor jezelf