Quiz inleiding FPZ

Quiz inleiding FPZ

Learning objective

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerpleging en verzorgingBeroepsopleidingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Quiz inleiding FPZ

Learning objective

Waar staat de afkorting AV voor?

A

Algemene verordening

B

Algemene Verkoop

C

Aanvullende Verkoop

D

Aanvullende Verkoop

Een CI is een wisselwerking tussen 2 of meer verschillende geneesmiddelen.

A

Juist

B

Onjuist

Waar staat RVG voor?

A

Register der verpakte geneesmiddelen

B

Register der verpakte genotsmiddelen

C

Regionaal verpakte geneesmiddelen

D

Regionaal verplaatste geneesmiddelen

Als je een paracetomol gebruikt omdat je verkouden bent. Welke behandelmethode is dat?

A

Palliatieve therapie

B

substitutie therapie

C

Symptomatische therapie

D

Causale therapie

Waar staan de WHAM vragen voor?

A

Waarom, Hoelang, Actie, Medicatie

B

Wie, Hoe, Actie, Medicatie

C

Wie, Hoelang, Anders, Medicatie

D

Wie, Hoelang, Actie, Medicatie

Een IA is een patientgebonden reden om een middel niet te kunnen gebruiken.

A

Juist

B

Onjuist

Bij welke instantie kun je een bijwerking melden?

A

Lareb

B

RVG

C

CBG

D

UR

Je gebruikt ibuprofen en krijgt last van buikpijn, dit is een voorbeeld van een ....?

A

Indicatie

B

Interactie

C

Bijwerking

D

Contra indicatie

Voor hoeveel dagen mag je een EU recept afleveren?

A

90 dagen

B

15 dagen

C

45 dagen

D

100 dagen

Wat wordt op een recept bedoeld met iter?

A

Spoedrecept

B

Vergoeding

C

Herhaling

D

2e voorschrift

Wie controleert het recept nadat het klaargemaakt is?

A

Apotheker

B

Jijzelf

C

Logistiek medewerker

D

Een collega assistent

Waar start de opname van een geneesmiddel in het lichaam bij orale inname?

A

Dikke darm

B

Mond

C

Maag

D

Dunne darm

Wat bedoelen we met de afkorting MSR achter een geneesmiddel?

A

Met gereguleerde afgifte

B

Oplostablet

C

Maagsapresistent

D

Met Sublinguale Remedie