Erfelijkheid en kruisingen (Biologie vmbo), les 3: Terugblik quiz

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Quiz

Terugblik: Erfelijkheid en kruisingen

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik quiz met negen vragen over erfelijkheid, met een stamboom, een invulvraag en twee open vragen. Alleen voor GL/TL.

Items in this lesson

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Quiz

Terugblik: Erfelijkheid en kruisingen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Eigen tekening

Waarvoor gebruikt je lichaam mitose?

A

Voor het maken van geslachtscellen

B

Voor het halveren van het aantal chromosomen

C

Voor groei en herstel van lichaamscellen

D

Voor het bepalen van je geslacht

Mitose maakt gelijke lichaamscellen voor groei en herstel. Verwachte fout: geslachtscellen kiezen, dat is meiose.

Waarom zijn kinderen van dezelfde ouders niet precies gelijk?

A

Geslachtscellen hebben andere combinaties chromosomen

B

Mitose maakt steeds andere lichaamscellen

C

De ouders hebben bij elk kind een ander genotype

D

Een zaadcel heeft 46 chromosomen

Bij meiose krijgt elke geslachtscel uit elk paar één chromosoom, steeds in een andere combinatie. Verwachte fout: denken dat de ouders per kind veranderen.

Zaadcel en eicel hebben elk 23 chromosomen. Hoeveel heeft de bevruchte eicel?

A

23

B

69

C

92

D

46

Bij de bevruchting tellen de chromosomen op: 23 + 23 = 46. Verwachte fout: 23 kiezen, uit de gedachte dat het aantal gelijk blijft.

Vul in

Het genotype is de combinatie van genen die je hebt. Wat je ziet is je fenotype, en ook het milieu bepaalt dat mee.

genotype
fenotype
milieu
homozygoot
dominant

Genotype zijn de genen, fenotype is wat je ziet, het milieu werkt ook mee. Verwachte fout: genotype en fenotype omwisselen.

Waarom kan een recessief kenmerk een generatie overslaan?

A

Recessieve genen verdwijnen na een generatie

B

Een heterozygoot geeft het gen wel door

C

Alleen dominante genen worden doorgegeven

D

Het gen verandert steeds in een ander gen

Een heterozygoot (Aa) heeft het recessieve kenmerk niet, maar geeft het gen wel door aan een deel van de geslachtscellen. Verwachte fout: denken dat recessieve genen niet worden doorgegeven.

RR x RW, intermediair. Kans op rood, in %?

RR geeft R, RW geeft R of W. Nakomelingen RR, RW, RR, RW: 2 van 4 is RR en dus rood, 50%. Verwachte fout: 100% antwoorden, omdat een ouder rood is.

Welk nummer is een vrouw met de aandoening?

A

Nummer 3

B

Nummer 5

C

Nummer 7

D

Nummer 8

Een cirkel is een vrouw en gekleurd is met de aandoening: dat is nummer 3. Nummer 5 en 8 zijn mannen met de aandoening, nummer 7 is een vrouw zonder. Image credit: Eigen tekening

Je kruist twee muizen uit de F1. Hoe heten hun nakomelingen?

A

De F1

B

De F3

C

De F2

D

De ouders

Kinderen van de F1 vormen de tweede generatie: F2. Verwachte fout: F1 kiezen.

Welk prenataal onderzoek test moederbloed?

De NIPT onderzoekt het bloed van de moeder, waarin ook DNA van het kind zit. Verwachte fout: echo antwoorden.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Goed gedaan!

Je kent nu chromosomen en genen, kruisingsschema's, stambomen en genetisch advies.

This item has no instructions