M&O week1 (Les 1) Soorten zorg

1 / 23
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 140 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

voorbereiding: 
lees de les goed door. Opdracht 
Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les kan je:

R: beroepen noemen binnen Zorg en Welzijn.
T1: aangeven of zorg hoort bij eerstelijnszorg of tweedelijnszorg.
T2: bij een situatie bepalen welke zorg nodig is.
I: uitleggen welke soorten zorgorganisaties er zijn en wat het verschil is.



Slide 5 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Onderwerpen: Soorten zorg 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Werkveld

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

 Beroepen in zorg en welzijn sector
In de zorg- en welzijnssector werk je met verschillende doelgroepen.
Doelgroep: een groep mensen met dezelfde hulpvraag.

Voorbeelden van doelgroepen:
  • baby’s in de kraamzorg;
  • peuters in een kinderopvang;
  • jongeren met een beperking in de gehandicaptenzorg;
  • asielzoekers;
  • ouderen in een verpleeghuis.




Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Welbevinden: is de mate waarin iemand zich goed voelt.

Zorgvrager = mensen met een hulpvraag. (patienten, clienten, klanten, bewoners) 



Slide 9 - Slide

Bij een baan in de zorg ben je de hele dag met mensen bezig. Mensen van jong tot oud allemaal met een andere hulpvraag: 

De hulp kan gaan over lichamelijk, 
geestelijk of sociaal welbevinden 
Soorten Zorg 
  • Zelfzorg
  • Mantelzorg
  • Professionele zorg

Slide 10 - Slide

Ambulante zorg 
zorg waar je zelf naar toe gaan. Zorg waar je niet overnacht. 

Zelfzorg: zorgen voor jezelf 
Prof. zorg: Je krijgt voor betaalt 

Mantelzorg: zorg voor een ander( vrijwillig) 
De zorg
Eerstelijnszorg:
tandarts, huisarts, fysiotherapie

Tweedelijnszorg:
specialist, ziekenhuis, psychiater

Slide 11 - Slide

In Nederland is zorg geregeld in de vorm van eerstelijnszorg en tweedelijnszorg.

Eerste of tweedelijnszorg?
  • Meneer Kleinen heeft last van zijn rug. Hij gaat naar de fysiotherapie. 
  • Mevrouw Barak moet worden opgenomen in het ziekenhuis voor heupoperatie
  • Farida heeft kiespijn. Ze gaat naar de tandarts.  

Slide 12 - Slide

Maak gebruik wisbordjes 


  • binnen de muren van een instelling;
  • voor meerdere nachten of altijd;
  • 24 uur per dag zorg.


  • Zorgvraag: is een vraag om hulp of zorg 




  • buiten de muren van een instelling;
  • zorg aan huis;
  • op afspraak.

Extramurale zorg
Intramurale zorg


Slide 13 - Slide

Zorgvraag: Kan door de persoon of familie worden gesteld. 
> iemand die niet meer zelfstandig kan douchen 
> iemand die hulp nodig heeft met steunkousen aantrekken
> een gehandicapt kind wat niet meer thuis kan wonen omdat ze zorg te zwaar is. 

FF checken of ze weten wat een instelling is .

Intramurale zorg: zorg die binnen de muren van een instelling wordt verleend. Het is zorg waarbij mensen worden opgenomen in een instelling en meerdere nachten verblijven.

Extramurale zorg: is zorg die buiten de muren van een instelling plaatsvind. Mensen die deze zorg nodig hebben wonen zelfstandig of krijgen thuiszorg.
Zorginstellingen
  • Zorginstelling voor mensen met een beperking (lichamelijk, verstandelijk of zintuigelijk);
  • Zorginstelling voor mensen met een psychiatrische stoornis.
  • Ziekenhuis;
  • Thuiszorg;
  • Verpleeg- en verzorgingshuis;

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Thuiszorg: zorg aan huis
> persoonlijke verzorging





> verpleging




Slide 15 - Slide

Is intra of extramurale zorg?
Wie hebben er allemaal thuiszorg nodig?
> mensen kunnen om allerlei redenen thuizorg nodig hebben. Oud en jong maar meestal oudere mensen. Thuiszorg wordt ook geboden aan mensen die herstellen van een ongeluk of aan gezin met een kind met een lichamelijke of geestelijke handicapt. 

Wie werkt er allemaal bij de thuiszorg ? 
Thuiszorg

Slide 16 - Mind map

Laat de leerlingen hier voorbeelden geven wat er gedaan wordt in de thuiszorg

douchen, aan-uitkleden, steunkousen, wc gaan, scheren, tanden poetsen, scheren, tandenpoetsen, eten verwarmen

injectie geven, verzorgen van een wond, geven van medicijen, controleren van medicijnen, geven van zuurstof 
Verpleeghuis 
Verpleeghuis en zorgwoning

  • intensieve zorg
  • 24 uur per dag zorg, behandeling, toezicht
  • activiteiten
Verschillende soorten verpleeghuiszorg, voor:
  • mensen met dementie;
  • mensen met een (ernstige) lichamelijke beperking;
  • mensen die tijdelijk zorg nodig hebben om te herstellen van een ongeval, ziekte of een operatie.

Nodig: Zorgindicatie - Wet Langdurige Zorg (WLZ)




Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Zorgdossier en Zorgplan
Zorgplan = plan voor de zorg

Zorgdossier = map met alle informatie

Slide 18 - Slide

Zorgdossier is tegenwoordig online  
Wat vind je in zorgplan?
  • Wie de cliënt is (naam, leeftijd, achtergrond)
  • Wat de cliënt nog zelf kan doen
  • Waar de cliënt hulp bij nodig heeft (zoals wassen, aankleden, medicatie)
  • Welke doelen er zijn (bijv. zelfstandig leren eten)
  • Wie welke zorg geeft (mantelzorger of professional)
  • Afspraken en wensen van de cliënt

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Reader: Periode 3

Maak de volgende opdracht 
Opdracht 1 t/m 4  uit de reader
Hoe?: Alleen 
Hulp: aantekeningen, boek, internet ( geen chat) 
Klaar?: melden bij je docent 
Praktijk: Assisteren bij het lopen/ Eindexamenblad. 







timer
20:00

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les kan je:

R: beroepen noemen binnen Zorg en Welzijn.
T1: aangeven of zorg hoort bij eerstelijnszorg of tweedelijnszorg.
T2: bij een situatie bepalen welke zorg nodig is.
I: uitleggen welke soorten zorgorganisaties er zijn en wat het verschil is.



Slide 21 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

    Begrippen uit deze les
  • Zorgdossier
  • Verpleeghuis 
  • Zorgwoning
  • Thuiszorg 
  • Intramurale zorg
  • Extramurale zorg 
  • Eerstelijn zorg 
  • Tweedelijnzorg 
  • Zelfzorg
  • Mantelzorg 
  • Professionele zorg 
  • Werkveld 
  • Welbevinden 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slot
Vragen?

Slide 23 - Slide

This item has no instructions