QUERER, HACER, HABLAR, COMERER, VIVIR. Por, para y porque en querer+infinitivo
1 / 10
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 3
This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 10 min
Items in this lesson
VERBOS: QUERER, HACER, HABLAR, COMERER, VIVIR.
QUERER, HACER, HABLAR, COMERER, VIVIR. Por, para y porque en querer+infinitivo
Slide 1 - Slide
Vervoeg het werkwoord ¨querer¨ in de juiste volgorde: ik wil, jij wilt, hij wilt, wij willen, jullie willen en zij willen.
timer
1:00
Slide 2 - Open question
Vervoeg het werkwoord ¨hacer¨ in de juiste volgorde: ik doe, jij doet, hij doet, wij doen, jullie doen en zij doen.
timer
1:00
Slide 3 - Open question
Vervoeg het werkwoord ¨hablar¨ in de juiste volgorde: ik spreek, jij spreekt, hij spreekt, wij spreken, jullie spreken en zij spreken.
timer
1:00
Slide 4 - Open question
Vervoeg het werkwoord ¨comer¨ in de juiste volgorde: ik eet, jij eet, hij eet, wij eten, jullie eten en zij eten.
timer
1:00
Slide 5 - Open question
Vervoeg het werkwoord ¨vivir¨ in de juiste volgorde: ik woon, jij woont, hij woont, wij wonen, jullie wonen en zij wonen.
timer
1:00
Slide 6 - Open question
Maak een korte zin waarin je querer + infinitief gebruikt om over de toekomst te praten. Bijvoorbeeld: Ik wil Spaans leren om met vrienden te praten. Je mag ook een andere zin bedenken.
timer
1:00
Slide 7 - Open question
Schrijf een korte zin met: para + infinitief Ik studeer Spaans om te spreken met vrienden Ik studeer Spaans om te reizen
timer
1:00
Slide 8 - Open question
Schrijf een korte zin met: por + zelfstandige n.w. Ik studeer spaans vanwege/ter wille van/door mijn werk
timer
1:00
Slide 9 - Open question
Schrijf een korte zin met: porque + vervoegde werkwoord. Ik spreek een beetje Spaans omdat ik studeer de taal.