Gewicht, lengte en inhoud

Gewicht, lengte en inhoud


1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsSpeciaal OnderwijsLeerroute 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Gewicht, lengte en inhoud


Aan het einde van de les weet je wat:

lengte, gewicht en inhoud zijn en kan je voorbeelden geven van beroepen die hiermee werken.


Gewicht

Lengte

Inhoud

Wat bedoelen we met gewicht?

A

Hoe groot iets is?

B

Hoe lang iets is?

C

Hoe zwaar iets is?

Moet een bakker op zijn/haar werk letten op gewicht?

A

Ja, hij/zij weegt meel en suiker af voor brood en taart.

B

Nee, dat is niet nodig.

Een verzorgende in een verpleeghuis moet soms cliënten/bewoners wegen. Waarom doen ze dat?

A

Om te weten hoe groot ze zijn.

B

Om te zien of iemand niet te veel afvalt of aankomt.

C

Voor de lengte van de rolstoel.

Wat bedoelen we met lengte?

A

Hoe lang of hoog iets is.

B

Hoe zwaar iets is.

C

Hoeveel er in een bak past.

Waar let een kapper op bij lengte?

A

Hoe zwaar het haar is.

B

Hoe lang of kort hij/zij het haar knipt.

C

Hoeveel haar er in een fles shampoo kan.

Waarom is lengte meten belangrijk voor een timmerman?

A

Om te weten hoe zwaar een plank is.

B

Om de kleur van de verf te kiezen.

C

Om te zien of een plank in de muur past.

Wat bedoelen we met inhoud?

A

Hoeveel er in iets kan (bijv. in een fles of pan).

B

Hoe groot iemand is.

C

Hoe zwaar iets is.

Waarom moet een kok letten op inhoud?

A

Om te meten hoeveel soep er in een pan kan.

B

Om te zien hoe zwaar de pan is.

C

Om de lengte van de pollepel te weten.

Een schoonmaker moet een emmer vullen met sop. Wat zegt de inhoud van de emmer?

A

Hoeveel water en zeep er in kan.

B

Hoe zwaar de emmer is.

C

Hoe hoog de emmer is.

Samenvatting

Gewicht zegt iets over hoe zwaar iets is.

Lengte zegt iets over hoe lang of hoog iets is.

Inhoud zegt iets over hoeveel er in past (bijvoorbeeld in een fles, pan of emmer).