Beco hypotheken en kerst quiz (kahoot)

Kerst en Financiële Zelfredzaamheid

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 5

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Kerst en Financiële Zelfredzaamheid

Welke satirische komedieserie die van 2005 tot 2012 op de BBC te zien was gaf kritiek op de chaos en intriges binnen de Britse politiek?

(Afbeelding ongerelateerd)

A

The Crown

B

The Thick of It

C

Fleabag

D

House Of Cards

Wat beïnvloedt je hypotheekbedrag niet?

A

De hoogte van je studieschuld

B

Jouw gezondheid/BMI

C

Of jij een private lease auto rijdt

D

Stabiele werkstatus (vast contract)

De film 'The Wolf of Wall Street' is gebaseerd op het waargebeurde leven van welke persoon?

A

Jay Gatsby

B

Leonardo DiCaprio

C

Jordan Belfort

D

Elon Musk

Bij een hypothecaire lening is:

A

de hypotheekgever de kredietgever en dus de geldgever.

B

de hypotheekgever de kredietnemer en dus de geldnemer.

C

de hypotheekgever de kredietnemer en dus de geldgever.

D

de hypotheeknemer de kredietgever en dus de geldnemer.

Bij een hypothecaire lening is:

de hypotheekgever de kredietnemer en dus de geldnemer.


De hypotheekgever is de verstrekker van het onderpand. In ruil voor het verstrekken van het onderpand, ontvangt hij geld. Daarmee is hij zowel kredietnemer en geldnemer.

Wat is de hoofdthema van de film 'The Big Short'?

A

De beurscrash van 1929

B

De oliecrisis van de jaren '70

C

De hypotheekcrisis van 2008

D

De opkomst van internetbedrijven

Welke hypotheekvorm zien we hier?

A

Lineaire hypotheek

B

Aflossingsvrije hypotheek

C

Annuïteiten hypotheek

D

Overbruggingshypotheek

Bij een hypothecaire lening op basis van annuïteiten:

A

neemt het interestdeel elk jaar af en het aflossingsdeel ook.

B

neemt het interestdeel elk jaar toe en het aflossingsdeel ook.

C

neemt het interestdeel elk jaar af en het aflossingsdeel toe.

D

neemt het interestdeel elk jaar toe en het aflossingsdeel af.

Bij een lineaire lening neemt:

A

de schuld elk jaar met een gelijk bedrag toe en nemen de interestuitgaven elk jaar af.

B

de schuld elk jaar met een gelijk bedrag toe en nemen de interestuitgaven elk jaar toe.

C

de schuld elk jaar met een gelijk bedrag af en nemen de interestuitgaven elk jaar af.

D

de schuld elk jaar met een gelijk bedrag af en nemen de interestuitgaven elk jaar toe.

Wat is een belangrijk thema in 'Trading Places'?

A

De voordelen van technologische vooruitgang.

B

De rol van sociale klasse.

C

De effecten van belastingbeleid op de economische groei.

D

Kerstmis

De maandelijkse (netto-)uitgaven gedurende de looptijd:

A

nemen bij een annuïteitenlening en bij een lineaire lening af.

B

nemen bij een annuïteitenlening en bij een lineaire lening toe

C

nemen bij een lineaire lening toe en bij een annuïteitenlening af.

D

nemen bij een annuïteitenlening toe en bij lineaire lening af.

De maandelijkse (netto-)uitgaven gedurende de looptijd:

Het antwoord is D: nemen bij een annuïteitenlening toe en bij lineaire lening af.

Bij beide hypotheekvormen los je maandelijks af waardoor de schuld kleiner wordt. Hierdoor betaal je geleidelijk minder rente en heb je ook minder hypotheekrente-aftrek. Maar bij de hypothecaire lening op basis van annuïteiten los je een steeds groter bedrag af in vergelijking met een hypothecaire lening op basis van lineaire aflossingen zodat de netto-uitgaven (= aflossing + interest – belastingvoordeel) bij een hypothecaire lening op basis van annuïteiten toenemen. Bij een hypothecaire lening op basis van lineaire aflossingen los je elke maand hetzelfde bedrag af en neemt ook de rente die je over de schuld moet betalen af, zodat de netto-uitgaven elke maand dalen.

Harry heeft een oude, aflossingsvrije hypotheek.

Hij lost ieder jaar minder af, dan hij als rente bijgeschreven krijgt. Wat is waar over zijn hypotheek?

A

Zijn restschuld groeit en zijn maandelijks verschuldigde rente neemt toe

B

Zijn restschuld neemt af maar zijn maandelijks verschuldigde rente neemt toe

C

Zijn maandelijks verschuldigde rente groeit maar zijn maandelijks verschuldigde rente neemt af

D

Zijn maandelijks verschuldigde rente neemt af maar zijn maandelijks verschuldigde rente neemt toe

Benaderingsvraag: hoe hoog is de collectieve hypotheekschuld in Nederland?