Hoofdstuk 2 van Pruikentijd naar Revoluties 2KGT

Pruiken en Revoluties

Hoofdstuk 2

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 33 slides, with text slides.

Items in this lesson

Pruiken en Revoluties

Hoofdstuk 2

Tijd van pruiken en revoluties

1700 - 1800



2.1 Slaven op de plantages

Doelen:

Aan het einde van de les kun je informatie vertellen over de slavernij.

Aan het einde van de les weet je wat een plantage is.

Aan het einde van de les kun je vertellen wat een abolitionist is.

Antillen en Suriname

In 1634 had de WIC gebieden veroverd:

de eilanden van de Antillen en Suriname.

(Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Eustatius en Sint Maarten)

Curaçao was te droog voor landbouw,

daarom werd dit de plek om slaven te

verkopen.

In 1667 werd Suriname een Nederlandse

kolonie.

Suriname had een vruchtbare grond. Daarom werden er plantages aangelegd voor producten dat ze in Europa graag kochten zoals: suiker, koffie, cacao, tabak en katoen.

Handel in mensen

Slavernij was in de achttiende eeuw normaal.

Veel handelaren die in slavernij handelden, want het was goed verdienen.

Ruilen voor wapens en gereedschappen.

Duurde 200 jaar. Er zijn 11 miljoen zwarte Afrikanen naar Amerika gebracht en daarvan een half miljoen door Nederland vervoerd.

Dwangarbeid in Amerika

Zwarte mensen deden het zwarte werk.

Ze werden per schol uit West-Afrika gehaald. In Amerika werden ze verkocht.

Wie vluchtte of niet handwerkten kreeg de zweep.


Beter / licht werk was: metselaar, timmerman of huisslaaf.

Abolitionisme

De Franse Revolutie begon doordat in 1789

de Fransen meer vrijheid en gelijkheid wilden.

Daardoor gingen sommige Europeanen ook

anders over de slavernij denken.

Als mensen gelijke rechten hebben geldt dat

ook voor zwarte mensen, vonden ze.




Engeland richtte daarom een groep mensen een verenging tegen de slavernij op. (abolitionisten)

Eerst kregen ze veel kritiek van plantage-eigenaren, scheepeigenaren, handelaren en bankiers. Ze wisten toch veel mensen te overtuigen. Engeland verbood de slavernij in 1806, de slaven die ze al hadden mochten de houden. De handel ding stiekem door waardoor het in 1833 helemaal verboden werd. In Nederland werd het in 1863 verboden en in de VS pas in 1865

Dit moet je onthouden

In de achttiende eeuw handelden Europese landen in slaven, ook Nederland. Slaven werden met schepen van West- Afrika naar Amerika gebracht. Daar werkten ze op plantages in de Europese koloniën. Ze werden vaak slecht behandeld. Abolitionisten waren tegen de slavernij. Ze wisten steeds meer mensen te overtuigen. Daardoor werd in de negentiende eeuw de slavernij afgeschaft

Begrippen

  • Abolitionisten

Iemand die in de achttiende en negentiende eeuw streed voor afschaffing van de slavernij.

  • Slavernij

Als een mens als iemands bezit wordt gezien, en gedwongen voor hem moet werken.

  • Plantage

Groot landbouwbedrijf in de tropen, waar meestal één soort product wordt verbouwd.

Doelen behaald??

De koning van Frankrijk

Franse koning Lodewijk XVI (16) had alle macht.


De koning hoefde zelf naar niemand te luisteren. Een koning die zo regeert, heet een absolute koning.

2.2 Het is oneerlijk verdeeld

Doelen:

Aan het einde van de les weet je wat de drie verschillende standen zijn.

Aan het einde van de les weet je wie Lodewijk de XVI is.

De derde stand

Wie betaalde de paleizen, feesten en kleren? Dat deed de derde stand

  • burgers

  • ambachtslieden

  • winkeliers

  • boeren

Samen waren zij de grootste groep en betaalden veel belasting

Eerste en tweede stand waren: de geestelijken, de adel, de ministers en de koning

Ruzie

1789 was een zwaar jaar. Veel fransen leden honger.

Lodewijk riep alle standen bij elkaar voor een grote vergadering.

Koning wilde belasting verhogen maar de derde stand kon dit niet betalen. Daarom zouden de

geestelijken en adelen moeten

betalen. Die wouden dit niet.

Derde stand liep boos weg.


Dit moet je onthouden

Frankrijk had een absolute koning. Er was veel ongelijkheid in zijn land. Alleen de mensen van de derde stand moesten belasting betalen. De mensen van de eerste en tweede stand hadden het goed en leefden in luxe. De mensen van de derde stand waren boos over deze ongelijkheid. Een vergadering van de drie standen samen mislukte.

Bronnen

  • Absolute koning

Koning die in zijn land alle macht heeft.

Doelen behaald?


2.3 Verlangen naar vrijheid

Doelen:

Aan het einde van de les kun je het verschil benoemen tussen de grondwet en grondrechten.

Aan het einde van de les weet je hoe de Franse revolutie begon.

Aan het einde van de les weet je wie Napoleon is.

Afspraken

Grondwet is het belangrijkste.

Daarin staan de grondrechten van de bewoners van het land.

In de grondwet staan:

  • De grondrechten en plichten van de burgers.

  • De regels waaraan de regering en de koning moet houden.

Revolutie

In 1978 wilde de koning niet luisteren naar de derde stand en ze kwamen in opstand.

14 juli 1978 bestormden ze Bastille (gevangenis in Parijs).

Doodde de gevangenis directeur en zette zijn hoofd op een stok en brachten die naar Varsailles.

Dit was het begin van de Franse revolutie.

Ze wilde vrijheid en gelijkheid voor iedereen en maakten een grondwet voor Frankrijk

We met monarchie.

Jaren van Terreur

Voor sommige ging het niet snel genoeg.

Tegenstanders werden onthoofd door de guillotine.

ruim 15.000 mensen vermoord.

Ook Lodewijk en zijn vrouw Marie-Antoinette werden onthoofd.

Napoleon

10 jaar na de bestorming van de Bastille verlangde het Franse volk naar rust en vrede.


Er kwam een sterke leider genaamd: Napoleon Bonaparte.

Als generaal in het Franse leger heeft hij veel overwinningen gehad.


Hij maakte van Frankrijk een dictatuur, maakte nieuwe wetten en zichzelf de machtigste man van het land.


Dit moet je onthouden

Door de Franse Revolutie werd de koning afgezet. Er kwam een grondwet. Daarmee wilden de nieuwe leiders de ideeën van de Verlichting over het bestuur uitvoeren: vrijheid en gelijkheid voor iedereen. Er volgde een periode van terreur, waarin heel veel mensen werden vermoord. Toen Napoleon aan de macht kwam, voerde hij nieuwe wetten in. Hij kreeg daardoor alle macht.

Begrippen

  • Franse Revolutie

Periode van 1789-1799, toen in Frankrijk de monarchie werd afgeschaft.

  • Grondrecht

    Recht dat in de grondwet van een land staat.

  • grondwet

    Hierin staan de belangrijkste rechten en plichten van de burgers en regering van een land.

  • monarchie

    Land met een koning of koningin.

  • dictatuur

Land waarin één leider alle macht heeeft en zijn volk onderdrukt.



Doelen behaald?

2.4 De Franse tijd in de Nederlanden

Doelen:

Aan het einde van de les weet je wie patriotten zijn.

Aan het einde van de les weet je welke namen Nederland had tijdens de Franse revolutie.

Aan het einde van de les weet je wat Napoleon heeft verandert in Europa.



Patriotten

In Nederland wilden ze ook het bestuur veranderen. Deze mensen noemden zich patriotten. Ze zijn tegen de stadhouder.

In 1787 probeerde ze de macht te grijpen. Dit mislukte en de patriotten vluchten naar Frankrijk


Twee jaar later begon de Franse revolutie.

Het Franse leger viel de republiek binnen. De fransen vonden het goed dat de patriotten het land gingen regeren. Ons land noemden ze de Bataafse Republiek.

De Nederlanden onder Frans bestuur

In 1804 kroonde Napoleon zichzelf tot keizer!

Napoleon maakte van alle gebieden die Frankrijk had veroverd, één keizerrijk.

Hij maakte zijn broer Lodewijk tot koning van Koninkrijk Holland.

Hij was niet streng genoeg en werd in 1810 weggestuurd door Napoleon.

Ons land werd een provincie van het Franse keizerrijk.

Wat bleef er over van de Franse tijd?

In de Franse tijd zijn er veel nieuwe wetten gekomen.


  • Geen verschil meer tussen armen en rijken.

  • Rechtspraak was voortaan openbaar.

  • Burgerlijke stand ingevoerd.

Dit moet je onthouden

Patriotten waren tegen de stadhouder en voor de Franse Revolutie. Ons land heette de Bataafse Republiek toen de patriotten aan de macht waren. Daarna werd Napoleons broer koning van Koninkrijk Holland. Toen Napoleon was verslagen, bleven in Nederland de nieuwe wetten, en gingen mensen dezelfde maten en gewichten gebruiken.

Begrippen:

  • Bataafse republiek

Naam van Nederland 1795-1806 toen patriotten de baas waren.

  • Koninkrijk Holland

Naam van Nederland van 1806 - 1812 toen broer Lodewijk de koning was.

  • Patriot

Iemand in de achttiende eeuw tegen de stadhouder was.

Doelen behaald?

2.5 De Russische veldtocht

Doelen:

Aan het einde van de les weet je hoe Napoleon verslagen is.

Aan het einde van de les weet je waar Napoleon verslagen is.

Aan het einde van de les weet je waar Napoleon naartoe verbannen is.

Leger van Napoleon

Napoleon zijn droom was om heel Europa te veroveren en één rijk van te maken.

Hij trok in 1812 Rusland in met een half miljoen soldaten.

Zijn leger bestond uit soldaten van Frankrijk, Duitsland, Nederland, Polen, Italië, Zwitserland en België.

Nederlaag

De oorlog werd een grote nederlaag voor Napoleon. De Russen verraste hem door Napoleon niet op te wachten bij de grens. Ze lieten zich gewoon niet zien. Toen ze steeds verder het land in trokken stoken de Russen alle dorpen en steden in brand waar hij langs zou komen. Napoleon vergiste zich in de afstand van Rusland. Toen hij in de hoofdstad Moskou kwam, was er helemaal niets. Alleen een verlaten, koude stad.

Verbanning

Na de veldtocht in Rusland keerde hij terug met een klein leger.


In Leipzig werd hij verlagen en verbannen naar Elba.


Hij ontsnapte en kwam weer snel aan de macht.


Waterloo

Steeds meer landen keerden zich van Frankrijk af. In 1815 werkten ze samen in een grote veldslag tegen Napoleon. Bij het plaatsje Waterloo werd Napoleons leger verslagen. Napoleon werd gevangen en verbannen naar een klein eilandje midden in de Atlantische Oceaan: Sint Helena. Daar stierf hij in 1821

Herhaling

Dit heb je geleerd

Personen

  • Lodewijk XVI (de zestiende) (1754-1793)
    Koning van Frankrijk. Hij werd tijdens de Franse Revolutie onthoofd.

  • Marie-Antoinette (1755-1793)
    Koningin van Frankrijk en vrouw van Lodewijk XVI. Zij werd tijdens de Franse Revolutie onthoofd.

  • Napoleon Bonaparte (1769-1821)
    Frans generaal, en later keizer van Frankrijk. Hij veroverde grote delen van Europa en voerde nieuwe wetten in.

Dit weet je nu:

  1. Je weet hoe de slavenhandel is ontstaan en waarom daar verzet tegen kwam.

  2. Je weet wat absolutisme is en welke kritiek daarop kwam.

  3. Je weet in hoeverre het Franse volk meer vrijheid kreeg door de Franse Revolutie.

  4. Je weet welke gevolgen de Franse Revolutie had voor de Nederlanden.




Dit kun je nu:

  1. Je kunt directe en indirecte bronnen herkennen.

  2. Je kunt bepalen waarvoor een bron bruikbaar is.