Calamiteiten, incidenten en (bijna-)ongelukken


Calamiteiten, incidenten en (bijna-)ongelukken


1 / 28
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson


Calamiteiten, incidenten en (bijna-)ongelukken


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaat het met je?

Slide 2 - Poll

Waarom hiervoor gekozen?
Lesdoelen
De student weet hoe zij moet handelen bij diverse calamiteiten
 
De student legt het verschil tussen incidenten en (bijna-) ongelukken uit

De student heeft kennis van het belang van het melden van incidenten

De student oefent met het melden van incidenten

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is een onvoorziene situatie?
A
Een normale werkdag zonder problemen
B
Een geplande activiteit
C
Een onverwachte gebeurtenis waarbij je snel moet handelen
D
Iets wat altijd hetzelfde gaat

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Geef een voorbeeld van een onvoorziene situatie

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Wat is een crisissituatie?
A
Een rustige situatie zonder problemen
B
Een geplande activiteit
C
Een ernstige, onverwachte situatie waarbij je direct moet ingrijpen
D
Een normale werkdag

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Geef een voorbeeld van een crisissituatie

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Wat is een calamiteit of incident in de zorg?
A
Een onverwachte gebeurtenis die ernstige schade of overlijden kan veroorzaken
B
Een kleine fout zonder gevolgen voor de zorg
C
Een geplande gebeurtenis binnen de zorg
D
Een situatie die alleen invloed heeft op het werkrooster

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Geef een voorbeeld van een calamiteit

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Samengevat
Onvoorziene situatie → onverwacht, maar beheersbaar
Crisis → ernstige verstoring, snel handelen nodig
Calamiteit → acuut gevaar, noodsituatie

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions


Table-top oefening
Een table-top ontruimingsoefening is een simulatie van een ontruiming. Aan de
hand van een casus wordt ‘op tafel’ een ontruiming nagespeeld.

Ontruiming verzorgingstehuis
Het is begin van de ochtend. De meeste bewoners zijn nog op hun
kamer aan het ontbijten of worden geholpen met douchen en aankleden.
In de keuken zijn een aantal medewerkers aan het werk die een
gaslucht waarnemen. De lucht wordt steeds sterker en het vermoeden
is dat er flink gas lekt in de keuken.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

1. Waar is de opvangplaats en waar hangen de brandhaspels en blussers?
2. Via welke weg kom je het snelst en veilig naar buiten?
3. Hoe laat je de werkruimte achter?
4. Zorgt je alleen voor jezelf of neemt je ook andere mensen mee naar buiten?
5. Wie zet de ontruiming in gang en hoe gebeurt dat?
6. Hoe en wie (medewerkers, brandweer, politie) wordt er gealarmeerd en wie doet dat?
7. Wie is er bedrijfshulpverlener binnen de organisatie / afdeling?
8. Wat doe je op het moment dat er een ontruimingsalarm wordt gegeven?
9. Wat doe je als de brandweer, politie of ambulance arriveert?
10. Wat doet u als tussentijds blijkt dat de situatie erger of juist minder
erg wordt?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Wie help je als eerste?
Eén bewoner zit in een rolstoel 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

Praktijksituatie
Wanneer Willemijn, verpleegkundige, bij meneer De Koning (92 jaar, diabetespatiënt) op de kamer komt, treft ze meneer slap hangend in zijn stoel aan. Zijn lichaam maakt schokkende bewegingen, zijn huid is rood en hij praat wartaal. Willemijn roept zijn naam, waarop meneer nauwelijks reageert. Ze loopt gauw naar meneer De Koning toe om zijn pols te voelen. Ze merkt dat meneer een erg hoge lichaamstemperatuur heeft en een heel snelle ademhaling. Het is de derde dag van een hittegolf en al gauw begrijpt Willemijn dat meneer waarschijnlijk een warmteberoerte heeft. 
Wat doe jij als verpleegkundige?

Slide 26 - Slide

Meteen slaat ze intern alarm, zodat 112 gebeld kan worden.
Vervolgens legt ze meneer op de grond, en begint zijn
lichaam te koelen met natte koude doeken in zijn liezen, oksels en nek. Inmiddels is er een collega bij gekomen die de
deur sluit en de ventilator aanzet.
Na vijf minuten is de ambulance er en wordt de zorg overgenomen, waarna meneer De Koning naar het ziekenhuis wordt gebracht.

Slide 27 - Slide

Casus doornemen
Samenwerking met de politie
Indien de vermissing een geval van spoed is, dan bel je natuurlijk meteen 112, zodat de politie meteen in actie kan komen. Maar ook wanneer het bij de zorginstelling bekend is waar de zorgvrager zich bevindt, en dat hij zich stevig zal verzetten wanneer hij verzocht wordt om mee terug te gaan naar de zorginstelling (door het gebruiken van geweld of door op de vlucht te slaan bijvoorbeeld), kan de zorginstelling de politie inschakelen en om assistentie vragen.
Formulier ‘Aanmelding vermissing’
Voor vermissingen zonder directe spoed hanteert de politie sinds 1 juli 2015 een digitale melding van vermissingen. Dit gaat via een online meldingsformulier, dat de zorginstelling moet invullen. Officieel gezien is de directeur van de zorginstelling verantwoordelijk voor het opgeven van de vermissing, maar meestal is de behandelende collega degene die de vermissing opgeeft. Dit kan per zorginstelling verschillen. Op het formulier wordt gevraagd om de volgende gegevens:
de gegevens van de zorginstelling;
de basisgegevens van de vermiste zorgvrager, zoals naam, leeftijd, nationaliteit, medicatie enzovoort;
overige informatie van de vermiste zorgvrager, zoals of hij vervoer heeft, of hij een identiteitsbewijs op zak heeft enzovoort.;
signalement van de zorgvrager (hoe ziet hij eruit?);
historie; is de zorgvrager al eerder vermist geweest.
Op het formulier kan een digitale foto van de zorgvrager worden toegevoegd als bijlage. Zorg daarom dat van iedere zorgvrager een digitale (en recente!) foto in het dossier beschikbaar is. Vanaf het moment dat een zorgvrager is opgegeven bij de politie als vermist, is de politie de opsporende instantie, en bepaalt de politie hoe zij de zorgvrager gaan opsporen.
In sommige (uitzonderlijke gevallen) wordt bij een vermissing bepaalde media ingezet, zoals televisie, Burgernet, of Amber Alert, maar ook Twitter en Facebook worden tegenwoordig vaak gebruikt bij vermissing.
Afmelding van de vermissing
Wanneer een zorgvrager weer terecht is, kan de vermissing weer online worden afgemeld via het formulier ‘Afmelden vermissing’. Wanneer de politie de zorgvrager heeft teruggevonden, zorgen zij er ook voor dat de zorgvrager terugkomt in de zorginstelling. Soms is bij de zorginstelling intussen bekend geworden waar de zorgvrager verblijft en haalt de zorginstelling de zorgvrager zelf terug.

Slide 28 - Link

Serie 21 oefenopdrachten werkproces 7

1 oefenopdracht kiezen voor deze periode. (V-1, 2, 3, 4 of 5)