De Verlichting

Paragraaf 4.1 De Verlichting
1 / 12
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Paragraaf 4.1 De Verlichting

Slide 1 - Slide

De Verlichting
  • Nieuwe stroming die voortkwam uit de wetenschappelijke revolutie.
  • Met het licht van het verstand kon de duisternis van bijgeloof en achterlijkheid worden overwonnen.
  • Met het verstand, de ratio, kan alles begrepen en verklaard worden.
  • Door rationeel denken zouden ze ze de mens en de maatschappij beter begrijpen en de wereld en het leven kunnen verbeteren.  

Slide 2 - Slide

Anders denken over godsdienst
  • Verlichte denkers wilden tolerantie op godsdienstig gebied. 
  • Deïsme: God heeft de wereld en de mens wel geschapen maar bemoeit zich er nu niet meer mee.
  • Atheïsme: Er bestaat helemaal geen god. 

Slide 3 - Slide

Gelijkheid
  • Het idee ontstond dat alle mensen gelijk geboren waren en daarom gelijke rechten moesten hebben: de mensenrechten.
  • Bijvoorbeeld: vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting
  • De standenstaat moet worden afgeschaft en vervangen worden door een rechtsstaat.
  • Opkomst van abolitionisme 

Slide 4 - Slide

Politieke denkers
  • Het absolutisme krijgt kritiek.
  • John Locke: Koningen krijgen hun macht niet van God maar van het volk. 
  • Omdat niet iedereen tegelijk kan regeren geeft het volk zijn macht aan koningen en ministers
  • Bij machtsmisbruik mag het volk een andere koning of regering aanwijzen.  

Slide 5 - Slide

Charles Montesquieu
  • De macht moet verdeeld worden om machtsmisbruik te voorkomen --> Driemachtenleer/Trias Politica
  • wetgevende macht: parlement
  • uitvoerende macht: regering
  • rechtssprekende macht: onafhankelijke rechters 

Slide 6 - Slide

Jean Jacques Rousseau
  • Een land heeft helemaal geen koning nodig!
  • Alleen een volksvertegenwoordiging die de wil van het volk uitvoert.  

Slide 7 - Slide

Boeken en genootschappen
  • Diderot schrijft een encyclopedie  
  • Onder burgers wordt lezen en onderzoek doen populair
  • De koning verbood het drukken en verkopen van verlichte boeken maar deze werden toch verspreid. 

Slide 8 - Slide

Wat is atheïsme?
A
De koning krijgt zijn macht van God
B
Er is maar één geloof toegestaan
C
Helemaal niet geloven in een god.
D
Geloven dat God zich niet meer met het leven op aarde bemoeit

Slide 9 - Quiz

Welke van de volgende antwoorden zijn voorbeelden van mensenrechten?
A
Vrijheid van meningsuiting
B
Privileges
C
Recht op gelijke behandeling
D
Recht om te discrimineren.

Slide 10 - Quiz

Een koning krijgt zijn macht niet van God maar van zijn volk 
De macht moet verdeeld worden in wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. 
Een land heeft helemaal geen koning meer nodig. 
John Locke
Charles Montesquieu
Jean Jaques Rousseau

Slide 11 - Drag question

Heb je nog vragen of opmerkingen over deze les?

Slide 12 - Open question