mavohavo2 chap2 H ontkenning nooit niet

présence
ça va bien?
1 / 27
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

présence
ça va bien?

Slide 1 - Slide

le programme
qu'est-ce que nous allons faire?

1. présence 5'
2. explication grammaire H 10'
3. exercice grammaire H 20'
4. évaluation 5'

Slide 2 - Slide

les objectifs/de leerdoelen:
Je weet weer hoe je in het Frans zegt dat iets NIET zo is
Je weet hoe je in het Frans zegt : 
NOOIT, NOG NIET, NIKS, NIET MEER 

Slide 3 - Slide

les devoirs
pas de devoirs
(le texte G: on y travaille le prochain cours)

le dernier cours: SO

Slide 4 - Slide

de ontkenning
ik ben niet ziek
je NE suis PAS malade

Hoe zat het ook alweer? Even opfrissen, daarna testen!

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

1
2
3
4
il
ne
parle
pas

Slide 7 - Drag question

1
2
3
4
tu
ne
manges
pas

Slide 8 - Drag question

nooit, niet meer, niets, nog niet
niet = ne .... pas
nooit = ne ... jamais
niet meer =  ne ... plus (+)
niets = ne.... rien
nog niet = ne .... pas encore
page 32

Slide 9 - Slide

nooit, niet meer, niets, nog niet
je suis malade                                ik ben ziek                   elle est malade
je ne suis pas malade                 ik ben niet ziek          elle n'est pas..
je ne suis jamais malade           ik ben nooit ziek
je ne suis plus malade                ik ben niet meer ziek
je ne suis pas encore malade ik ben nog niet ziek

je ne mange rien                           ik eet niets

Slide 10 - Slide

2

Slide 11 - Video

00:28
n'y pense plus
betekent
A
denk er nooit meer aan
B
denk er meer aan
C
denk er niet meer aan
D
denk er niet aan

Slide 12 - Quiz

01:01
je suis ton ami
betekent
A
ik ben jouw vriend
B
ik ben zijn vriend
C
ik ben je vriendin
D
ik ben je broer

Slide 13 - Quiz

1

Slide 14 - Video

01:01
je ne fais ça plus jamais
A
dat doe ik nog eens
B
dat doe ik nooit meer
C
dat doe ik nooit
D
dat doe ik niet meer

Slide 15 - Quiz

ne ... jamais
ne ... plus
ne ... rien
ne ... pas encore
nooit
niet meer
niets
nog niet

Slide 16 - Drag question

wat is de persoonsvorm?
(dat moet je weten, omdat ne.... pas eromheen staat!)
ik ben 
je suis

je = onderwerp
suis = persoonsvorm = de VORM van het werkwoord 
je ne suis pas

Slide 17 - Slide

29b wat is de persoonsvorm?
je suis malade
je
suis
malade

Slide 18 - Poll

wat is de persoonsvorm?
tu as mal au genou?
A
tu
B
as
C
mal
D
au genou?

Slide 19 - Quiz

wat is de persoonsvorm?
Je vais chez le médecin
A
je
B
vais
C
chez
D
le médecin

Slide 20 - Quiz

maak ontkennend met ne.... pas;
je suis malade

Slide 21 - Open question

maak ontkennend met ne... jamais:
je suis malade

Slide 22 - Open question

maak ontkennend met ne... plus
je suis en forme

Slide 23 - Open question

Les devoirs
Faire: 
H page 69:  29&30
tekstboek p 32
Leren: 
vocabulaire G page 82

Slide 24 - Slide

ça va aller?

Slide 25 - Slide

heb je wat geleerd deze les?
hadden we les dan?
ja ik denk dat ik het snap
nee ik snap het nog niet

Slide 26 - Poll

Au revoir ! 

Slide 27 - Slide